
Joris Iven (Diepenbeek, 25 januari 1954) is een Vlaamse dichter, toneelschrijver en vertaler.
Joris Iven werd geboren in Diepenbeek, Belgisch Limburg. Hij studeerde Toegepaste Economische Wetenschappen en sociologie. Daarnaast volgde hij cursussen Spaans en scenarioschrijven. Van 1978 tot 1991 werkte hij als poëzierecensent voor Het Belang van Limburg, waarna hij redacteur was van de literaire tijdschriften Letters (1992-1995) en Deus Ex Machina (1998-2004).
Zijn poëzievertalingen, kritische beschouwingen en poëzie verschenen in tijdschriften als De Gids, De Revisor, Bzzlletin, Kreatief, Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Vlaams Tijdschrift, Kruispunt, Letters, Nieuw Wereldtijdschrift, Poëziekrant, De Vlaamse Gids, Deus ex Machina, Revolver, Vlaanderen en Kultuurleven.
Zijn poëziedebuut Galerie De Taxus werd in 1988 bekroond met de Mathias Kempprijs. Het toneelstuk De plicht van Pakowski werd in 1991 opgenomen in het repertoire van Almo (Antwerpen) en in 1992 van NCA (Amersfoort). Het stuk werd in januari 1994 opgevoerd door Campus Toneel in Leuven. De theatermonoloog De klacht van Lawino werd in 2007 opgenomen in het repertoire van Almo (Antwerpen) en gedeclareerd bij SABAM; eveneens in 2007 een bewerking van de theatermonoloog van Anton Tsjechov, Over de schadelijkheid van tabak en in 2008 de theatermonoloog De repliek van Ocol. Het gedicht "In de archieven: testamenten & brieven", uit Alles bij elkaar, werd in september 2005 bekroond met de Pieter Geert Buckinxprijs.