Joseph Iddings

Joseph Iddings
Joseph Iddings
Algemene informatie
Geboortedatum 21 januari 1857Bewerken op Wikidata
Geboorteplaats BaltimoreBewerken op Wikidata
Overlijdensdatum 8 september 1920Bewerken op Wikidata
Overlijdensplaats Sandy SpringBewerken op Wikidata
Werk
Beroep geoloogBewerken op Wikidata
Werkgever(s) United States Geological Survey, Universiteit van Chicago
Persoonlijk
Talen Engels
Diversen
Lid van Amerikaanse Nationale Wetenschapsacademie, Amerikaanse Filosofische Sociëteit
Prijzen en onderscheidingen Fellow of the Geological Society of America

Joseph Paxson Iddings (Baltimore, 21 januari 1857 – Sandy Spring (Maryland), 8 september 1920) was een Amerikaans geoloog en petroloog. Iddings is vooral bekend van zijn onderzoek naar het ontstaan van stollingsgesteente. Hij was een van de eerste petrologen die zulk gesteente zagen als het product van langdurige differentiatie van magma en eruptieprocessen. Hij was een van de bedenkers van de CIPW-norm, een classificatieschema voor gesteente op basis van chemische samenstelling.

Levensloop en werk

Iddings was de zoon van een groothandelaar uit Philadelphia. Hij groeide op in Orange, New Jersey. Hij studeerde scheikunde, mineralogie en civiele techniek aan Yale College en geologie aan Columbia College, tot hij geïnspireerd door het petrografisch onderzoek van John S. Newberry en besloot zich op geologie toe te leggen. Een andere invloed op Iddings was Clarence King, het hoofd van de geologische dienst, die aan Yale colleges in de geologie gaf. Op advies van King reisde Iddings in 1879 naar Europa, waar hij les nam om vloeiend Duits te leren, een reis door de Zwitserse Alpen maakte, en lessen van de petroloog Heinrich Rosenbusch volgde aan de universiteit van Heidelberg. Van Rosenbusch leerde hij de studie van gesteente onder een polarisatiemicroscoop. Iddings vormde samen met zijn vriend Whitman Cross deel van een kleine groep Amerikaanse geologen die het bestuderen van gesteente door middel van de microscoop vanuit Duitsland in Amerika introduceerden.

Iddings ging in 1880 onder King bij de geologische dienst werken. Hij werkte onder Arnold Hague in het American Museum of Natural History en in Nevada, waar hij onder andere samenwerkte met de fossielenexpert Charles D. Walcott. Iddings legde zich vooral toe op de bestudering van het vulkanisme in de Cascade Range en de Basin and Range Province. Tussen 1883 en 1890 werkte hij in Yellowstone National Park. Het park bevat veel vulkanisch en magmatisch gesteente, waaronder voorkomens van gelijke samenstelling maar verschillende diepte. Voor Iddings was het een ideale omgeving om nieuwe ideeën over het ontstaan van zulk gesteente op te doen. In 1890 reisde Iddings naar Europa om Britse en Franse petrologen te ontmoeten en de Vesuvius te zien. Na terugkomst in Amerika karteerde hij samen met Louis Pirsson het aan Yellowstone grenzende gebied in Montana.

In 1892 publiceerde Iddings zijn theorie over de ontstaanswijze van stollingsgesteente. Wegens geldgebrek was de geologische dienst echter genoodzaakt haar activiteiten stil te leggen. Iddings vond werk als lector in petrologie aan de nieuw opgerichte universiteit van Chicago. In 1895 volgde zijn benoeming tot hoogleraar. In die tijd werd verondersteld dat kristallijn gesteente altijd op uniforme wijze in intrusies op grote diepte ontstaat. De bestudering van gesteente spitste zich toe op de textuur en mineralen. Iddings raakte door zijn werk echter overtuigd dat de chemische samenstelling van stollingsgesteente van doorslaggevend belang was. Uit monsters van in hetzelfde gebied voorkomende verwante intrusies (magmaseries) concludeerde hij dat naast de chemie de fysische omstandigheden (temperatuur, snelheid van afkoeling) van invloed zijn op de mineralogie en textuur. Iddings was daarnaast een van de eerste petrologen die het verband tussen de temperatuur en de compositie van plagioklaas inzag.

Iddings begon vrijwel direct na zijn aanstelling in Chicago aan een nieuwe classificatie van stollingsgesteente te werken en zocht daarbij de hulp van collega's, die hij geleidelijk wist te overtuigen van een classificatie op grond van chemische samenstelling. Samen met Cross, Pirsson en Henry Washington publiceerde Iddings in 1903 de CIPW-norm, het meest gebruikte model voor de ideale, normatieve samenstelling van gesteente waarvan de chemische samenstelling bekend is. Iddings schreef daarnaast twee boeken over petrologie: Rock Minerals: Their Chemical and Physical Characters and Their Determination in Thin Sections (1906) was bedoeld om studenten inzicht in mineralen te geven en Igneous Rocks (volume 1 in 1909 en volume 2 in 1913).

In 1908 legde Iddings plotseling zijn werk in Chicago neer om zich terug te trekken op het landgoed van zijn familie in Maryland, waar hij zich toelegde op het schrijven. Het jaar daarop maakte hij een reis om de wereld, waarbij hij onder andere Japan, de Filipijnen, China, Egypte en Europa bezocht. In 1914-1915 reisde hij opnieuw rond de wereld, waarbij hij als gastdocent college gaf aan het University College in Londen en de vulkanen van Nederlands-Indië en de zuidelijke Stille Oceaan (met name Tahiti) bestudeerde. Na terugkomst in Maryland trok hij zich vrijwel compleet terug op het landgoed, waar hij in 1920 overleed aan de gevolgen van een langdurige nierziekte.

Het mineraal iddingsiet, een product van de alteratie van olivijn, is genoemd naar Joseph Iddings. De trilobieten Iddingsia en Peachella iddingsi en de brachiopode Orthis iddingsi zijn eveneens naar hem genoemd; allen werden benoemd door Charles D. Walcott.