| Karl Junker | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonsgegevens | ||||
| Geboren | Lemgo, 30 augustus 1850 | |||
| Overleden | Lemgo, 25 januari 1912 | |||
| Opleiding en beroep | ||||
| Opleiding gevolgd aan | Königliche Kunstgewerbeschule München | |||
| Beroep | kunstschilder, architect | |||
| Links | ||||
| RKD-profiel | ||||
| ||||
Karl Junker (Lemgo (Noordrijn-Westfalen), 30 augustus 1850 – aldaar, 25 januari 1912) was een Duitse schilder, beeldhouwer en architect.
Karl Junker was de zoon van een smid, doch werd als jonge wees opgevoed door zijn grootvader. Na zijn schoolopleiding ging hij houtbewerking leren bij een plaatselijke meubelmaker. Hij trok daarna naar Hamburg waar hij heel even als timmerman werkte, vervolgens in 1871 naar München om daar te studeren aan de Koninklijke School voor Toegepaste kunst en vanaf 1875 aan de Academie voor Beeldende Kunsten. Tussen 1878 en 1883 deed hij zoals vele jonge artiesten de Grand tour, een jarenlange studiereis door Noord- en Midden-Italië, waarbij hij honderden studieschetsen en tekeningen maakte van de klassieke ruïnes en van de renaissancearchitectuur. In 1883 keerde hij terug naar Lemgo, waar hij zich vestigde als kunstenaar.
Na zes jaar diende hij een bouwaanvraag in voor een huis naar eigen ontwerp op een kleine heuvel aan de rand van de stad, dat in 1891 voltooid raakte. Karl Junker woonde in dat huis tot aan zijn dood in 1912, maar bleef al die tijd voortdurend werken aan de verdere inrichting en verfraaiing ervan. Dank zij de riante erfenis die hij kreeg na de dood van zijn grootvader, kon hij leven zonder financiële zorgen. Hij had tijd en geld genoeg om levenslang eigenzinnige tekeningen en schilderijen te maken die door zijn omgeving als uitermate vreemd werden ervaren. Hij schilderde honderden vooral religieus geïnspireerde scenes op doek of op houten paneel, en de muren en de plafonds van het huis zijn versierd niet minder dan 150 geschilderde taferelen.
Tijdens zijn leven gold Karl Junker als een eenzaat en een excentriekeling die in isolement leefde. Hij stierf op 61-jarige leeftijd in zijn geboortestad aan een longontsteking en werd daar op 29 januari 1912 begraven.
Na Junkers dood kwam er kortstondig een erkenning op gang voor de uitzonderlijke waarde van zijn oeuvre. In 1914 werden zijn tekeningen en schilderijen voor het eerst geëxposeerd door de kunstenaarsgroep van de Neue Secession in Berlijn. De kunsthistoricus-psychiater Hans Prinzhorn nam schilderijen van hem op in zijn kunstcollectie, zonder Junker evenwel als een krankzinnige te beschouwen en hem op te nemen in zijn beroemde boek "Bildnerei der Geisteskranken" (1922).
Daarna bleef het stil, en pas tegen het einde van de twintigste eeuw kreeg Junker met zijn werk dank zij het etiket art brut ten volle waardering voor het uitzonderlijke oeuvre dat hij had nagelaten, en werd hij opgenomen in de canon van de grote outsiderkunstenaars, waardoor hij nu in een adem genoemd wordt met kunstenaars als de facteur Cheval, Picassiette en Robert Garcet.


Het huis waarvan hij de bouw in 1889 startte, en dat hijzelf ‘Junkerhaus’ noemde, is een vierkant houten chalet in vakwerk van twee verdiepingen en een dakverdieping op een bakstenen sokkel. De vier gevels zijn tot de laatste vierkante centimeter versierd met extravagant houtsnijwerk. Het interieur is voorzien van fantasierijk houtsnijwerk en Junker creëerde ook alle sier- en inrichtingsvoorwerpen binnenin. Daarbij zijn er vloeiende overgangen tussen het meubilair, de inbouwelementen en de overdadige decoratie van wanden en plafonds.
Sinds 1962 onderhoudt de stad Lemgo het gebouw. Nadat het Junkerhaus in het begin van de jaren 2000 in verval raakte, vonden in 2004 uitgebreide restauratiewerkzaamheden plaats, evenals de uitbreiding met een aanbouw voor een tentoonstellingszaal, waarin Junkers architectuurmaquettes en een selectie van werken uit zijn artistieke nalatenschap te zien zijn. Het museum geeft informatie over leven en werk van Junker en presenteert het Junkerhaus nu als een architectonisch totaalkunstwerk.