| Knotshoorntje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Knotshoorntje op beukenhout | ||||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Calocera glossoides (Pers.) Fr. (1827) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het knotshoorntje (Calocera glossoides) is een schimmel uit de familie Dacrymycetaceae. De soort vormt kleine, oranjegele, knotsvormige vruchtlichamen op dood loofhout, voornamelijk van eik. Hij leeft saprotroof en behoort tot de trilzwammen en verwanten. Het knotshoorntje lijkt sterk op bepaalde vormen van het geel hoorntje (Calocera cornea), waardoor voor een betrouwbare determinatie doorgaans microscopisch onderzoek nodig is.
De vruchtlichamen zijn ongeveer 0,3 tot 1 cm hoog, rechtopstaand, gesteeld en knotsvormig. Ze zijn gelatineus tot kraakbeenachtig en hebben een oranjegele tot heldergele kleur. Bij uitdroging worden ze taai en verkleuren ze naar vuilbruin.
Het vruchtlichaam bestaat uit een smalle, cilindrische steel en een duidelijk verbreed, fertiel bovendeel. Dit bovendeel is knots- tot kegelvormig, meestal afgerond aan de top en duidelijk van de steel afgescheiden. Het oppervlak kan enkele lengtegroeven of dwarsplooien vertonen, waardoor het enigszins aan een morielje doet denken. De vruchtlichamen zijn gewoonlijk onvertakt. De steel en de knots hebben ongeveer dezelfde kleur.
De basidiosporen meten gemiddeld ongeveer 12–15 × 3–4 µm. Ze zijn langwerpig cilindrisch tot enigszins ellipsoïde, vaak licht gebogen en hyalien. Rijpe sporen kunnen één tot drie dwarswanden (septa) bezitten. Het lengte-breedtequotiënt (Q) ligt doorgaans boven 3.
De sporen kunnen kiemen door de vorming van kleine, ronde tot ovale secundaire conidiën. Dit kenmerk is van belang bij het onderscheid met het spatelhoorntje (Calocera pallidospathulata), waarvan de secundaire conidiën staafvormig zijn.
De basidiën zijn, zoals kenmerkend voor de meeste vertegenwoordigers van de klasse Dacrymycetes, langwerpig en aan de top gevorkt. Ze worden daarom stemvorkvormige basidiën genoemd. Aan de twee uitsteeksels worden gewoonlijk twee basidiosporen gevormd.
Het knotshoorntje kan met verschillende andere soorten uit het geslacht Calocera worden verward:
Vanwege de aanzienlijke vormvariatie van het geel hoorntje is alleen de aanwezigheid van een knotsvormig bovendeel onvoldoende om het knotshoorntje met zekerheid te herkennen. Onderzoek naar de grootte, vorm en septatie van de sporen is daarom belangrijk.
Het knotshoorntje groeit saprotroof op dood hout van loofbomen, vooral op ontschorste, verterende takken en liggende stammen van eiken. Daarnaast wordt de soort vermeld van beuk, esdoorn en populier.
De soort wordt voornamelijk aangetroffen in oudere loofbossen en gemengde bossen, vooral op zandgronden. Hij komt ook in beboste duingebieden voor. Het knotshoorntje is aan dood loofhout gebonden; meldingen van naaldhout zijn onzeker en kunnen betrekking hebben op verwisseling met het geel hoorntje of andere soorten.
Het knotshoorntje komt verspreid voor in Europa, waaronder West-, Midden- en Noord-Europa, maar wordt nergens algemeen aangetroffen.
In Nederland is de soort volgens de NDFF Verspreidingsatlas zeer zeldzaam, op basis van gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023. De meeste meldingen komen uit de zuidelijke helft van het land.
In Drenthe werd de soort in 2004 gevonden in het Sterrenbos bij Roden, op een grote, liggende eikentak. Daarnaast zijn onder andere vondsten bekend uit Zeeland, Noord-Brabant en de Veluwe.
De werkelijke verspreiding is moeilijk vast te stellen, doordat knotsvormige exemplaren van het algemene geel hoorntje voor deze soort kunnen worden aangezien. Ook oudere waarnemingen zonder bewaard materiaal zijn daardoor niet altijd met zekerheid te bevestigen.
De soort werd in 1797 door Christiaan Hendrik Persoon beschreven onder de naam Clavaria glossoides. In 1827 plaatste Elias Magnus Fries de soort in het geslacht Calocera. De combinatie Calocera glossoides (Pers.) Fr. wordt door Index Fungorum en Species Fungorum als geaccepteerde naam vermeld.
Tot de taxonomische synoniemen behoren: