Pitrusfranjekelkje

Pitrusfranjekelkje
Pitrusfranjekelkje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota (Zakjeszwammen)
Klasse:Leotiomycetes
Onderklasse:Leotiomycetidae
Orde:Helotiales
Familie:Lachnaceae
Geslacht:Lachnum
Soort
Lachnum apalum
(Berk. & Broome) Nannf. (1936)
Afbeeldingen op Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Het pitrusfranjekelkje (Lachnum apalum) is een schimmel uit de familie Lachnaceae. Het leeft saprotroof op dode stengels van russen (Juncus), waaronder pitrus (Juncus effusus). Het komt vooral voor in vochtige biotopen, zoals rietlanden en oevervegetaties.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De apotheciën zijn kleine, beker- tot schotelvormige vruchtlichamen van ongeveer 0,2–1 mm in diameter. Ze zijn ongesteeld tot kort gesteeld. De vruchtbare binnenzijde is witachtig, crème tot lichtgeel en kan een geelachtige tot oranjegele tint hebben. De buitenzijde en de rand zijn dicht bezet met fijne, witte haren. De vruchtlichamen kunnen bij aanraking of tijdens het drogen roodachtig verkleuren.

Microscopische kenmerken

De asci zijn cilindrisch tot enigszins knotsvormig en bevatten acht sporen, die evenwijdig aan elkaar liggen. Ze meten bij onderzochte Europese exemplaren ongeveer 60–80 × 7–8 µm. De apicale porie reageert positief op jodium en kleurt blauw.

De ascosporen zijn opvallend lang en smal, draadvormig tot zeer smal spoelvormig, glad en hyaliene. Ze meten ongeveer 35–49 × 1,5–2,5 µm. Ze zijn vaak enigszins gebogen en kunnen naar een uiteinde versmallen. Bij rijpheid kunnen dwarswanden ontstaan. De sporen bevatten kleine oliedruppeltjes of korrelige inhoud.

De parafysen zijn lancet- tot spoelvormig en hebben een spits toelopende top. Ze steken duidelijk boven de asci uit en kunnen op het breedste punt ongeveer 5 µm breed zijn.

De haren op de buitenzijde van de apotheciën zijn hyalien, gesepteerd en fijn geïncrusteerd, waardoor hun oppervlak onder de microscoop korrelig tot wrattig lijkt. De toppen zijn doorgaans afgerond tot enigszins versmald. De haren kunnen bij oxidatie roodachtig verkleuren.

De combinatie van de zeer lange, draadvormige sporen, lancetvormige parafysen en fijn geïncrusteerde haren is kenmerkend voor de soort. Het eveneens op russen groeiende Lachnum diminutum heeft aanzienlijk kortere sporen, van ongeveer 10–16 µm lang.

Verspreiding

Het pitrusfranjekelkje komt in Nederland algemeen voor. Het staat op de Nederlandse Rode Lijst in de categorie 'thans niet bedreigd'. Voor een zekere determinatie is microscopisch onderzoek noodzakelijk.