| Prachtig zeggefranjekelkje | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Lachnum callimorphum (P. Karst.) P. Karst. (1871) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
|
Lachnea callimorpha | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
Het prachtig zeggefranjekelkje (Lachnum callimorphum) is een schimmel uit de familie Lachnaceae. De soort vormt zeer kleine, geel tot oranje gekleurde apotheciën met een witbehaarde buitenzijde. Hij leeft saprotroof op dode bladeren van zeggen (Carex) en komt onder meer voor in zeggemoerassen.
De vruchtlichamen zijn kleine, schotel- tot bekervormige apotheciën met een diameter van 0,3 tot 0,5 mm. Ze zijn zittend of kort gesteeld. De vruchtbare binnenzijde (hymenium) is geel tot oranje, terwijl de buitenzijde witachtig is en bedekt met korte, fijne haren. Ook de rand van het apothecium is behaard.
De ascosporen zijn langwerpig cilindrisch tot spoelvormig, eencellig en meten 16–20 × 1–2 µm. Ze vallen op door hun grote lengte in verhouding tot hun breedte.
De asci meten 35–45 × 4–5 µm en vertonen een positieve jodiumreactie (J+). De parafysen zijn lancetvormig en ongeveer 3 µm breed.
De haren aan de buitenzijde zijn cilindrisch, kleurloos en dunwandig. Ze worden maximaal ongeveer 50 µm lang en 3–4 µm breed. Aan de haren ontbreken kristallen.
Voor een betrouwbare determinatie is microscopisch onderzoek noodzakelijk.
Het prachtig zeggefranjekelkje leeft saprotroof op afgestorven en afgevallen bladeren van zeggen (Carex). De soort wordt in de Nederlandse Verspreidingsatlas vooral in verband gebracht met zeggemoerassen.
In de mycologische literatuur wordt vooral heidezegge (Carex ericetorum) als substraat vermeld. Deze zeggesoort groeit op relatief droge, zandige bodems. De Nederlandse vondst werd echter gedaan op moeraszegge (Carex acutiformis), in een oud struweel van grauwe wilg op nat, voedselrijk laagveen. De soort is daardoor niet uitsluitend bekend van natte moerasvegetaties.
Het prachtig zeggefranjekelkje is onder meer bekend uit Finland en Duitsland. De oorspronkelijke beschrijving was gebaseerd op materiaal van dode bladeren van heidezegge uit Finland. Ook uit Duitsland zijn herbariumcollecties bekend.
In Nederland is het prachtig zeggefranjekelkje slechts eenmaal gedocumenteerd in de Ecologische Atlas van Paddenstoelen in Drenthe. De soort werd in april 1985 verzameld in de petgaten bij Wapserveen, in de provincie Drenthe. De vruchtlichamen groeiden op dood blad van moeraszegge in een struweel van grauwe wilg. Het materiaal werd gedetermineerd door M. Creveld.
De soort is in de Nederlandse Rode Lijst van paddenstoelen uit 2008 ingedeeld in de categorie 'onvoldoende gegevens'. De NDFF Verspreidingsatlas vermeldt de soort als 'verdwenen', omdat er geen gevalideerde waarnemingen bekend zijn uit de evaluatieperiode 2004–2023.
De soort werd oorspronkelijk door de Finse mycoloog Petter Adolf Karsten beschreven onder de naam Lachnea callimorpha. In 1871 plaatste hij de soort in het geslacht Lachnum, waarmee de huidige combinatie Lachnum callimorphum ontstond.
Andere gebruikte wetenschappelijke namen zijn Dasyscyphus callimorphus, Lachnella callimorpha en Erinella callimorpha.