Roze franjekelkje

Roze franjekelkje
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota (Zakjeszwammen)
Klasse:Leotiomycetes
Onderklasse:Leotiomycetidae
Orde:Helotiales
Familie:Lachnaceae
Geslacht:Lachnum
Soort
Lachnum roseum
(Rehm) Rehm (1893)
Synoniemen

Dasyscypha rosea

Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Het roze franjekelkje (Lachnum roseum) is een schimmel uit de familie Lachnaceae. De soort leeft saprotroof op dode bladeren en stengels van grasachtige planten, waaronder russen (Juncus). In Nederland wordt de soort vooral in verband gebracht met heidevegetaties en schrale graslanden.

Kenmerken

Uiterlijke kenmerken

De apotheciën (vruchtlichamen) zijn zeer klein, bijna zittend of kort gesteeld en licht van kleur. Bij onderzocht materiaal uit Tsjechië bedroeg de diameter 270–300 µm (0,27–0,30 mm). De buitenzijde is bezet met fijne haren, die onder de microscoop kleurloos tot zwak bruinroze getint zijn.

Microscopische kenmerken

De ascosporen zijn langwerpig-elliptisch, recht, kleurloos en eencellig. Volgens Rehm bereiken ze een lengte van maximaal 24 µm en een breedte van ongeveer 1,5 µm. De asci zijn knotsvormig, achtsporig en meten 45–50 × 6 µm.

De haren zijn dikwandig, geïncrusteerd en doorgaans voorzien van één septum. Ze meten 37–43 × 3–3,7 µm en zijn hyalien of enigszins bruinroze getint. Aan de toppen kunnen opvallende, octaëdrische kristallen aanwezig zijn. Deze meten 5–10 µm in hoogte en 9–11 µm in breedte.

De parafysen zijn lancetvormig en 2,2–2,8 µm breed. Ze steken tot ongeveer 5 µm boven de onrijpe asci uit.

Voor een betrouwbare determinatie is microscopisch onderzoek noodzakelijk.

Ecologie

Het roze franjekelkje groeit op afgestorven plantaardig materiaal, voornamelijk bladeren en stengels van grasachtige planten. De Nederlandse Verspreidingsatlas vermeldt heide, heischraal grasland en stuifzand als kenmerkende biotopen.

In Tsjechië is de soort aangetroffen op oude, dode stengels van Juncus trifidus, die opeengehoopt in de strooisellaag lagen. Deze vondsten werden gedaan tijdens onderzoek naar schimmels die voorkomen op deze in berggebieden groeiende russensoort.

Taxonomie

De soort werd in 1881 door Heinrich Rehm oorspronkelijk beschreven onder de naam Dasyscypha rosea. In 1893 bracht dezelfde auteur de soort onder in het geslacht Lachnum, waarmee de combinatie Lachnum roseum (Rehm) Rehm ontstond.

In een moleculair-taxonomisch onderzoek uit 2019 werd Lachnum roseum genoemd als een mogelijke vertegenwoordiger van het verwante geslacht Incrucipulum. Soorten van dit geslacht bezitten onder meer haren met verdikte celwanden en soms kristalvormige afzettingen aan de toppen. De onderzoekers stelden voor Lachnum roseum geen nieuwe combinatie voor, omdat onderzoek aan typemateriaal en moleculair-fylogenetische gegevens ontbraken.

Verspreiding

Het roze franjekelkje is onder meer bekend uit Centraal-Europa. In 2004 werd de soort voor het eerst uit Tsjechië gepubliceerd, op basis van materiaal uit het Bohemer Woud (Šumava), bij Jezerní stěna. De vondst werd beschreven in een onderzoek naar schimmels op Juncus trifidus.

In Nederland is het roze franjekelkje historisch vastgesteld, maar in de beoordelingsperiode 2004–2023 ontbraken gevalideerde meldingen. De Verspreidingsatlas vermeldt daarom de zeldzaamheidsklasse 'verdwenen'.