Landbouwgetto of agro-getto is een benaming voor geïsoleerde en doorgaans slecht uitgeruste nederzettingen waarin voornamelijk migrerende landarbeiders verblijven. Dergelijke nederzettingen komen onder meer voor in delen van Zuid-Italië, waar zij in Italiaanse wetenschappelijke literatuur en media worden aangeduid als ghetti, ghetti rurali (landelijke getto's) of insediamenti informali (informele nederzettingen). Een landbouwgetto kan als een specifieke verschijningsvorm van een ruraal getto worden beschouwd.
De nederzettingen hangen samen met de inzet van tijdelijke en migrerende arbeidskrachten in de landbouw. Onderzoek in de Italiaanse provincie Foggia beschrijft een verband tussen dergelijke woonvormen, sociaal en ruimtelijk isolement, gebrekkige toegang tot voorzieningen en kwetsbaarheid voor arbeidsuitbuiting. De Italiaanse overheid behandelt de woonproblematiek en de uitbuiting van landarbeiders als samenhangende beleidsvraagstukken.
Informele nederzettingen van migrerende landarbeiders zijn in verschillende Italiaanse landbouwgebieden aangetroffen. Een nationale inventarisatie van het Italiaanse ministerie van Arbeid en de vereniging van Italiaanse gemeenten ANCI, gepubliceerd in 2022, concludeerde dat ten minste 10.000 migrerende landarbeiders in Italië in informele nederzettingen woonden. Veel van die nederzettingen bestonden reeds meerdere jaren en beschikten volgens het rapport onvoldoende over essentiële voorzieningen en integratiediensten.
De provincie Foggia in de regio Apulië is een van de gebieden waar het verschijnsel uitvoerig is onderzocht. Tarsi en Vecchiarelli beschreven er zowel spontaan ontstane als door publieke interventies beïnvloede woonvormen van buitenlandse seizoens- en permanente landarbeiders. Volgens de onderzoekers kenmerken verschillende van deze locaties zich door ruimtelijke segregatie, beperkte voorzieningen en sociale kwetsbaarheid.
Caruso beschrijft dergelijke ghetti rurali als functioneel verbonden met de beschikbaarheid van goedkope arbeidskrachten voor seizoensgebonden groente- en fruitoogsten. Hij plaatst dit verschijnsel binnen bredere ontwikkelingen rond migratiebeleid, arbeidsverhoudingen en de agro-industriële productiestructuur in de provincie Foggia.
Een bekend voorbeeld is de informele nederzetting bij Borgo Mezzanone, nabij de stad Foggia. In een medisch onderzoek onder migrerende landarbeiders werd deze locatie aangeduid als Ghetto Pista. Voor de periode 2019–2020 werd de bevolking ervan op ongeveer 1.500 personen geschat.
Het inwonertal fluctueert sterk met de landbouwseizoenen. Het Italiaanse persbureau ANSA berichtte in augustus 2026 dat tijdens de zomer ongeveer 5.000 personen in Borgo Mezzanone verbleven, tegen ongeveer 2.000 in de winter. Veel bewoners waren volgens het persbureau werkzaam bij de tomatenoogst en leefden onder precaire sanitaire omstandigheden.
De omstandigheden verschillen per nederzetting, maar wetenschappelijke studies noemen onder meer gebrekkige huisvesting, een tekort aan publieke diensten en beperkte toegang tot gezondheidszorg.
Een onderzoek naar migrerende tomatenplukkers rond Foggia beschrijft hoe de benaming ghetto zowel door journalisten als door sommige bewoners zelf voor dergelijke nederzettingen wordt gebruikt. Het onderzoek legt daarnaast een verband tussen de woonplaatsen en de organisatie van arbeid in de tomatenteelt.
De positie van de bewoners wordt mede beïnvloed door het verschijnsel caporalato, een systeem waarbij tussenpersonen, de zogenoemde caporali, arbeidskrachten werven en organiseren. In situaties van arbeidsuitbuiting kunnen werknemers onder meer afhankelijk zijn van tussenpersonen voor werk en vervoer.
De Italiaanse overheid beschouwt caporalato en arbeidsuitbuiting in de landbouw als een structureel probleem. In 2020 werd daarom een nationaal driejarig actieplan vastgesteld met maatregelen op het gebied van preventie, toezicht, handhaving, bescherming van slachtoffers en sociaal-economische re-integratie.
Volgens gegevens die de Europese Commissie in 2024 aanhaalde, bestond in 2021 ongeveer 18 procent van de Italiaanse agrarische beroepsbevolking uit werknemers van buiten Italië. De Commissie wees daarbij op hun verhoogde kwetsbaarheid voor caporalato en andere vormen van arbeidsuitbuiting.
Italië voerde vanaf 2020 een nationaal actieplan tegen arbeidsuitbuiting en caporalato in de landbouw. Het plan voorzag onder meer in onderzoek naar arbeidsbehoeften, toezicht en handhaving, bescherming van slachtoffers en maatregelen voor sociale en arbeidsintegratie.
Daarnaast werden middelen uit het Italiaanse Nationaal herstel- en veerkrachtplan beschikbaar gesteld voor de verbetering of vervanging van illegale en informele huisvesting van landarbeiders. Voor het betreffende programma werd 200 miljoen euro voorzien.
De nationale coördinatie van het beleid tegen caporalato werd vanaf 2018 georganiseerd via de Tavolo Caporalato, een overlegorgaan waarin nationale en lokale overheden en andere betrokken organisaties samenwerken. Dit orgaan werd in 2025 permanent gemaakt.
In Italiaanse wetenschappelijke en institutionele bronnen worden vooral de termen ghetto, ghetto rurale, insediamento informale en insediamento spontaneo gebruikt. De Nederlandse benamingen landbouwgetto en agro-getto zijn momenteel geen duidelijk afgebakende juridische of wetenschappelijke categorie.