Maria Magdalena

Heilige Maria Magdalena
Portret door Philippe de Champaigne, 1648
Portret door Philippe de Champaigne, 1648
Gestorven 1e eeuw
Naamdag 22 juli
Attributen o.a. zalfpot, wierookvat, doornenkroon, gesel, doodshoofd, kruisbeeld of schriftrol
Bescherm­heilige voor o.a. boetelingen, dolende vrouwen, drogisten, hoveniers, kuipers en loodgieters
Beroep mantelzorger, theoloogBewerken op Wikidata
Afbeeldingen
Lijst van christelijke heiligen
Portaal  Portaalicoon   Christendom

De Heilige Maria Magdalena of Maria van Magdala (Hebreeuws: מרים המגדלית, Oudgrieks: Μαρία Μαγδαληνή) was een leerlinge van Jezus. Lucas 8:2 introduceert haar als "Maria, genaamd Magdalena" (Statenvertaling) of "Maria uit Magdala" (NBV). Magdala was een vissersdorp op de westelijke oever van het Meer van Tiberias. Haar feestdag is op 22 juli.

Nieuwe Testament

In Lucas 8:2-3 staat dat Jezus Maria Magdalena bevrijd had van zeven demonen. Verder volgde zij samen met enkele andere vrouwen (Johanna, Suzanna e.a.) Jezus vanuit Galilea naar Jeruzalem. Zij zorgden voor Jezus en de twaalf apostelen "uit eigen middelen", dus net als de andere vrouwen was zij waarschijnlijk een bemiddelde vrouw.

Ze was aanwezig bij de kruisiging van Jezus (volgens Marcus 15:40; Matteüs 27:56,61; Johannes 19:25; Lucas noemt haar niet expliciet) en volgens Marcus en Matteüs ook bij de graflegging (Marcus 15:47; Matteüs 27:61; Lucas vermeldt ongenaamde vrouwen, Johannes vermeldt geen vrouwen). Ze was de eerste die bij het lege graf van Jezus kwam (Marcus 16:1-8; Matteüs 28:1-10) en de eerste die Jezus zag na zijn opstanding (Johannes 20:1-18). Toen ze dit vertelde aan de apostelen, geloofden ze haar niet en vonden het kletspraat (Lucas 24:9-11).

Magdalena

Deze tweede naam is waarschijnlijk een plaatsaanduiding: uit Magdala. Elisabeth Schrader en Joan Taylor opperen de mogelijkheid dat het een bijvoeglijk naamwoord bij haar (voor)naam is: 'torenhoog' (migdal betekent toren in het Hebreeuws) of 'groot van... (geloof?)' of als bijnaam (zoals Kefas bij Simon (Petrus)). Deze verklaring komt ook voor bij Hiëronymus in een brief uit 412. Als plaatsaanduiding komt Magdalena, volgens hen, pas in geschriften vanaf de 6e eeuw voor.

Christelijke tradities

Maria Magdalena is in latere christelijke tradities gaan behoren tot de zogenoemde drie Maria's die aanwezig zouden zijn geweest bij de kruisiging van Jezus, naar Johannes 19:25.

Het beeld van Maria Magdalena als boetvaardige zondares vindt zijn oorsprong in de identificatie van haar met de vrouwen die Jezus' voeten hadden gezalfd en met hun haren afgedroogd, een in Bethanië, genaamd Maria, (Johannes 12:1-8), en de ander, ongenoemd, in een huis van een Farizeeër (Lukas 7:36-50). Deze identificatie werd tevens in 591 gemaakt door paus Gregorius de Grote in een preek in de basiliek van San Clemente, waardoor deze interpretatie wijdverspreid geraakte. Deze associatie wordt echter bekritiseerd, er is immers geen expliciete aanduiding in de evangeliën dat deze figuren allemaal dezelfde vrouw zijn. Vandaar is er dus soms sprake van een Maria van Bethanië die los staat van Maria Magdalena. Dat de zondares een hoer was, was een nog latere interpretatie. De identificatie van Maria Magdalena als boetvaardige zondares kwam niet op in de oosterse tradities.

De eerste bestrijder in het westen van de voorstelling van Maria Magdalena als zondige vrouw was Jacques Lefebvre d'Étaples, een Franse humanist, die zijn bezwaren in 1517 uiteenzette in zijn De Maria Magdalena et triduo Christi disceptatio. In 1969, had paus Paulus VI in zijn hervorming van de Romeins kalender de verwijzingen naar Johannes 12:1-8 en Lukas 7:36-50 op de feestdag van Maria Magdalena geschrapt.

Verblijf in Frankrijk en cultus na overlijden

Grot van Maria Magdalena in bergmassief bij Plan-d’Aups-la-Sainte-Baume
Beeld Maria Magdalena in haar grot in Plan-d’Aups-la-Sainte-Baume

Een westerse middeleeuwse legende verhaalt hoe Maria Magdalena met Lazarus naar Zuid-Frankrijk zou zijn gekomen. Zij zou daar dertig jaar in een grot nabij Plan-d'Aups-Sainte-Baume in het massief van la-Sainte-Baume hebben geleefd. Na haar overlijden zou zij in Aix-en-Provence of in Saint-Maximin zijn begraven. In de basiliek van Maria Magdalena in Saint Maximin is een graftombe waar zich haar stoffelijke resten zouden bevinden.[bron?]

De landing van Maria op een Frans strand is een negende-eeuwse legende, die in Frankrijk nog jaarlijks met een processie wordt herdacht.[bron?]

Volgens een andere legende werd het gebeente van Maria Magdalena (vanuit het Heilige Land via Saintes-Maries-de-la-Mer en Aix-en-Provence) in de 9e eeuw naar Bourgondië overgebracht. Deze relieken zouden zich bevinden in de basiliek La Madeleine te Vézelay, wat sinds de 11e eeuw de verering van Maria Magdalena in West-Europa heeft bevorderd.[bron?]

Basiliek van Maria Magdalena in Saint Maximin

Ook in de Basilique Notre-Dame-de-Bonne-Garde in Longpont-sur-Orge zijn relieken terug te vinden van Maria Magdalena.

Verering

Op 10 juni 2016 heeft de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten afgekondigd dat de verplichte gedachtenis van de heilige Maria Magdalena op 22 juli wordt verheven tot een feest. In haar desbetreffende brief vermeldt de Congregatie onder meer dat Thomas van Aquino haar al "Apostel van de Apostelen" noemde, omdat Jezus volgens het Evangelie van Johannes het eerst aan haar verscheen en hij haar bij deze verschijning gezegd heeft: "Ga naar mijn broeders en zeg hen: Ik stijg op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God" (Johannes 20:1-18). Paus Franciscus heeft deze verheffing bepaald als passend in het heilig jaar van de Barmhartigheid.

In de Tridentijnse mis worden er op haar feestdag grotendeels eigen liturgische teksten gelezen. De evangelielezing is Lukas 7:36-50, het verhaal van haar bekering en haar zalving van Jezus' voeten. Haar unieke gebeden zijn als volgt:

Collecte:

Beatae Mariae Magdalenae, quaesumus, Domine, suffragiis adjuvemur: cujus precibus exoratus, quatriduanum fratrem Lazarum vivum ab inferis resuscitasti: Qui vivis et regnas.

Wij smeken U, Heer, dat wij geholpen worden door de voorspraak van de zalige Maria Magdalena, wier gebeden U hebben bewogen om haar broeder Lazarus, reeds vier dagen dood, levend uit de onderwereld op te wekken: Die leeft en heerst.

Oratio secreta:

Munera nostra, quaesumus, Domine, beatae Mariae Magdalenae gloriosa merita tibi reddant accepta: cujus oblationis obsequium unigenitus Filius tuus clementer suscepit impensum: Qui tecum vivit et regnat.

Wij smeken U, Heer, dat de roemrijke verdiensten van de zalige Maria Magdalena onze offergaven voor U aanvaardbaar mogen maken, wier vrome toewijding in offerande Uw eniggeboren Zoon genadig heeft aanvaard: Die met U leeft en heerst.

Postcommunie:

Sumpto, quaesumus, Domine, unico ac salutari remedio, corpore et sanguine tuo pretioso: ab omnibus malis, sanctae Mariae Magdalenae patrociniis, eruamur. Qui vivis et regnas.

Ontvangen hebbende het unieke en heilzame geneesmiddel, uw kostbaar Lichaam en Bloed, smeken wij U, Heer, dat wij uit alle kwaad, door het patronaat van de heilige Maria Magdalena, gerukt worden. Die leeft en heerst.

Maria Magdalena in gnostische geschriften

Maria Magdalena komt ook voor in een aantal gnostische geschriften. In een aantal gnostische geschriften wordt Maria Magdalena beschreven als een leerling met een bijzondere band met Jezus, maar dit geldt niet voor gnostische literatuur in het algemeen.

Evangelie van Filippus

In het apocriefe evangelie van Filippus wordt Maria Magdalena als een bijzondere leerlinge van Jezus voorgesteld. Een fragment uit het geschrift:

Christus hield meer van Maria dan van alle leerlingen. Hij kuste haar dikwijls op haar [mond?]. De andere [leerlingen ...] en zeiden tegen hem: ‘Waarom houdt u meer van haar dan van ons allemaal?’ De verlosser antwoordde hen met de woorden: ‘Waarom houd ik niet van jullie zoals van haar?"

Evangelie van Maria Magdalena

In 1896 werd in Caïro het evangelie van Maria Magdalena ontdekt. Het is een Koptische vertaling van een oorspronkelijke Griekse tekst. Van de Griekse tekst van dit evangelie zijn alleen twee ernstig beschadigde pagina's gevonden als onderdeel van de Oxyrhynchus papyri en de Rylands papyri. Het handschrift van de Koptische vertaling wordt op eind vierde/begin vijfde eeuw gedateerd. De oorspronkelijk Griekse tekst is waarschijnlijk ontstaan tussen 180 en 200.

Door het ontbreken van de eerste zes bladzijden in de Koptische vertaling begint de tekst in een vraaggesprek tussen Jezus en Maria, Petrus, Andreas en Matteüs. De laatste wordt hier Levi genoemd. Het gesprek handelt over de aard van de materie en de zonde. Hierna verdwijnt Jezus en de leerlingen blijven bedroefd achter. Maria spreekt hen echter moed in en vertelt over een door haar ontvangen visioen waarin zij Jezus zag. Andreas uit zijn twijfel of de Verlosser dit wel allemaal gezegd kan hebben en Petrus kan zich niet voorstellen dat Jezus in het geheim met een vrouw heeft gesproken. Levi steunt haar en zegt tegen Petrus: "Als de Verlosser haar waardig gekeurd heeft, wie ben jij dan wel om haar af te keuren. Vast staat dat de Verlosser haar goed kende en daarom meer van haar hield dan van ons." Het slot van de tekst vermeldt, dat na de toespraak van Levi de leerlingen zich opmaakten om te prediken en te verkondigen.

Andere gnostische geschriften

Maria Magdalena komt ook voor in de volgende gnostische geschriften:

In de literatuur van het manicheïsme

Maria Magdalena komt ook in de literatuur van het manicheïsme voor. In 1928 werd nabij Medinet Madi in de Egyptische regio El-Fajoem een Psalmenboek gevonden. Het was een Koptisch handschrift dat drie psalmen bevat die onder meer over Maria Magdalena handelen. Alle drie de psalmen maken deel uit van de codex dat de zogenaamde psalmen van Heracleides bevat. Deze was een discipel van Mani. Het is onmogelijk te zeggen of Heracleides de auteur van de psalmen was dan wel of deze alleen aan hem toegeschreven zijn. Het Koptisch is een vertaling van wat een Grieks of Syrisch origineel moet zijn geweest. De oorspronkelijke tekst moet tussen het eind van de derde en midden vierde eeuw zijn geschreven. De eerste psalm is een hymnische dialoog tussen Maria en de herrezen Christus die zij als eerste herkende. Maria krijgt van Christus opdracht de mannelijke discipelen te zoeken en hen weer naar hem te brengen. In de tweede en derde psalm wordt verslag gedaan van deze opdracht aan Maria. Zij wordt hierin beschreven als een toonbeeld van en voorbeeld voor manichese gelovigen en missionarissen. Zij representeert ook de geest van wijsheid omdat zij als eerste het karakter van de herrezen Christus herkende. Zij neemt in de psalmen echter geen bijzondere positie in ten opzichte van de overige discipelen.

Moderne legendevorming

Dat er een huwelijk zou hebben plaatsgevonden tussen Jezus en Maria wordt door de Kerk beschouwd als negentiende-eeuwse fictie. De Franse fantast Pierre Plantard (1920-2000), bedenker van de Priorij van Sion, combineerde deze twee legenden, en beweerde dat Maria Magdalena met de hulp van Jozef van Arimathea naar Frankrijk vertrokken was en er een dochter Sara (Hebreeuws voor "prinses") ter wereld bracht. Deze zou stammoeder van de Merovingen zijn. In dit verhaal wordt Maria Magdalena gezien als de San Greal (Latijn voor Heilige Graal), waarbij San Greal als Sang Real (oud-Frans voor "koninklijk bloed") wordt beschouwd. Elementen uit deze speculatie over Maria Magdalena, die Jezus soms als echtgenoot van Maria Magdalena voorstelt, zijn verwerkt in verschillende romans, waaronder Het heilige bloed en de heilige graal (1982) van Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln, De Da Vinci Code (2003) van Dan Brown, Het Magdalena Mysterie (2006) van Kathleen McGowan en Ik, Maria Magdalena (2023) van Geert Kimpen.

Maria Magdalena in de kunst

Traditioneel wordt Maria Magdalena afgebeeld met een zalfpot en met lang haar.

Literatuur

Commons heeft media­bestanden in de categorie Maria Magdalena.