Maria van Oosterwijck

Maria van Oosterwijck
Maria van Oosterwijck
Persoonsgegevens
Volledige naam Maria Jacobusdochter van Oosterwijck
Geboren 20 augustus 1630
Overleden 12 november 1693
Geboorteland Vlag van Nederland Nederland
Opleiding en beroep
Beroep Stillevenschilderes
Oriënterende gegevens
Jaren actief 1656-1690
Stroming BarokBewerken op Wikidata
Stijl Barok
Bekende werken Bloemen in een vaas met reliëfdecoraties, Vanitasstilleven met zonnebloem, Vanitas stillevenBewerken op Wikidata
Werklocatie Delft, Leiden, Utrecht, AmsterdamBewerken op Wikidata
Erkenning en lidmaatschap
Kunstenaars­map­locatie RKDartistsBewerken op Wikidata
Links
RKD-profiel
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Maria van Oosterwijck, ook Oosterwyck, (Nootdorp, 20 augustus 1630 – Uitdam, 12 november 1693) was een Nederlandse kunstschilder uit de barokperiode, die gespecialiseerd was in gedetailleerde stillevens.

Loopbaan

Jeugd

Van Oosterwijck werd geboren in Nootdorp, nabij Delft, als derde kind van predikant Jacobus van Oosterwijck en zijn vrouw Adriana Lambrechts van Linschoten. Één kind overleed op jonge leeftijd, waarna ze met haar oudere zus Geertruyt en jongere broer Lambertus opgroeide. Nadat haar moeder in 1641 overleed, verhuisde het gezin Van Oosterwijck naar Voorburg, waar vader Jacobus werkte. Hij hertrouwde in 1643 met Maria Jansdochter Cloetingh, afkomstig uit een bekende Delftse boekdrukkersfamilie.

Opleiding en doorbraak

Een tante van Maria van moederskant was in 1637 getrouwd met Hendrik van Beijeren, vader van de stillevenschilder Abraham van Beijeren. Mede door het contact met Abraham en zijn vrouw Anna van den Queborn, die ook kunstenares was, ontwikkelde Maria haar talent voor tekenen. Waarschijnlijk woonde en werkte ze vanaf ca. 1656 in een atelier aan de Voorstraat in Delft, samen met eerder genoemde neef en nicht. Het huis was oorspronkelijk eigendom van haar grootvader, maar was geërfd door haar vader. In 1658 verhuisde ze met Lambertus, die theologie ging studeren, naar Leiden, ook omdat daar veel familieleden woonden. Vanaf mei 1660 leefde Maria in Utrecht, waar ze volgens Houbraken bij stillevenschilder Jan Davidsz. de Heem in de leer zou zijn gegaan; of dit leerlingschap daadwerkelijk heeft bestaan wordt in recenter onderzoek betwijfeld, al wordt De Heems invloed op haar werk algemeen erkend.

Na zes jaar vertrok ze naar Amsterdam. Ze gaf les aan Geertje Pieters, (volgens het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie ook gekend als Geertgen Wyntges) en kreeg ze langzamerhand erkenning als schilderes: haar kunstwerken waren zeer geliefd onder de Amsterdamse gegoede burgerij, en de Florentijnse prins Cosimo III de' Medici vergeleek haar met Willem van Aelst. De definitieve internationale doorbraak van Van Oosterwijck kwam rond 1668 met de verkoop van haar Vanitas met hemelglobe aan keizer Leopold I van het Heilige Roomse Rijk, dat tegenwoordig in het Weense Kunsthistorisches Museum hangt. Vanaf dat moment was ze zeer populair onder Europese vorstenhuizen en andere hoge edelen. Van Oosterwijcks inkomsten stelden haar in staat een pand aan de Keizersgracht tegenover het atelier van Van Aelst te betrekken, en in 1675 en 1677 stond ze borg voor het losgeld van in Algiers gegijzelde matrozen uit Maassluis, de stad waar haar broer Lambertus inmiddels burgemeester was.

Toppunt van haar populariteit

"Vaas met Tulpen, Rozen, en andere Bloemen met Insecten" (1669)
Portret van een onbekende dame afgebeeld als Maria Magdalena, waarschijnlijk Maria van Oosterwijck (Pieter Leermans)

Haar beste periode beleefde Van Oosterwijck in de jaren tachtig van haar eeuw. In 1687 bezocht ze Londen. Haar werk werd gekenmerkt door de grote precisie en nauwkeurig uitgekozen bloemen, die ze eerst in de hortus botanicus bestudeerde en schetste. Daarnaast maakte ze vaak gebruik van fruit en insecten om haar schilderijen te verlevendigen. Ook verwerkte ze zelfportretten in de weerspiegeling van de vazen die ze schilderde.

Haar populariteit onder de Europese adel garandeerde haar financiële zekerheid in een voor veel schilders moeilijke periode. Zo kocht Jan III Sobieski van Polen in 1684 drie schilderijen voor het toentertijd enorme bedrag van 2400 gulden, en Johan George III van Saksen betaalde 1500 gulden voor hetzelfde aantal schilderijen, die hij in 1688 tijdens een reis via Den Haag onder ogen kreeg. Zelfs zonnekoning Lodewijk XIV van Frankrijk had een werk van Van Oosterwijck in zijn bezit, en twee schilderijen die door de Engelse koning-stadhouder Willem III en zijn vrouw Maria Stuart waren aangekocht behoren nog steeds tot de Engelse koninklijke collectie in Hampton Court in Londen.

Laatste jaren voor het overlijden

In 1690, op zestigjarige leeftijd, stopte Van Oosterwijck met schilderen, en trok zich terug in haar atelier. Na haar voltooide werken te hebben verkocht verhuisde ze naar Uitdam, waar haar neef Jacobus van Assendelft als predikant actief was. Mogelijk heeft ze in die laatste periode voor haar dood nog enkele kleinere werken geschilderd, maar daar is geen bewijs van. Op 12 november 1693, drie jaar na de verhuizing, overleed Van Oosterwijck. Ze werd begraven op het lokale kerkhof, waar het graf niet behouden is gebleven.

Maria van Oosterwijck was in haar tijd hooggewaardeerd en haar schilderijen brachten topprijzen op. In de afgelopen twee eeuwen zakte die belangstelling enigszins maar op dit moment (2008) worden voor haar werken weer hoge bedragen betaald.

Trivia

Op andere Wikimedia-projecten