Mars One was een Nederlandse stichting die het doel had om in 2027 een ruimtekolonie op de planeet Mars te vestigen. Mars One Ventures AG, het bedrijf waarin de commerciële activiteiten van de stichting zijn ondergebracht, is sinds januari 2019 in liquidatie nadat ze sinds 2016 geen succes bij nieuwe fondsenwerving hadden gehad. In 2021 werd Mars One opgeheven.
Volgens de toenmalige planning zouden in 2026 vier mensen naar Mars gestuurd worden om de eerste bewoners van de planeet te worden. Het project bood de kolonisten niet de mogelijkheid terug te keren naar de Aarde. De selectieprocedure en training van de kolonisten en de reis naar Mars en de vestiging op de planeet moesten wereldwijd uitgezonden worden als een reality-televisieprogramma.
De kosten van de eerste reis naar Mars werden door Mars One geschat op 6 miljard Amerikaanse dollar, exclusief de kosten om vier kolonisten op Mars tot hun dood te onderhouden. Dat zou relatief goedkoop zijn — ter vergelijking, een missie waarbij astronauten tijdelijk op Mars verblijven en dan weer terugkeren naar de Aarde werd door NASA geschat op 100 miljard dollar.
Het project stond los van de organisatie Mars Society. Het was ook niet gerelateerd aan Inspiration Mars, een project gelanceerd door miljardair Dennis Tito, waarbij een echtpaar langs Mars zou reizen en weer terug.
Verschillende deskundigen en ruimtevaartorganisaties hadden twijfels over de haalbaarheid van het project en de betrouwbaarheid van de organisatie.
Volgens de website van Mars One begon het team achter het project in 2011 met de planning. Volgens de organisatie werd de haalbaarheid van het project onderzocht door experts, waaronder de financiële, psychologische en ethische aspecten.
Mars One maakte in mei 2012 de plannen bekend. Deze behelsden een enkele reis naar Mars in 2023, met een mogelijke onbemande missie in 2016 om de weg te bereiden.
De volgende tijdlijn voor het project werd gepresenteerd:

Sinds de aankondiging in 2012 zijn de plannen aangepast en de data veranderd. In 2013 was de geplande landing van de eerste kolonisten twee jaar opgeschoven, naar 2025 en in 2015 werd de landing opgeschoven naar 2027.
In december 2013 presenteerde Mars One plannen voor een onbemande missie in 2018, twee jaar later dan oorspronkelijk aangekondigd, en werd in februari 2015 nogmaals verschoven, ditmaal naar 2020. Volgens Mars One zou hiervoor een lander gebouwd worden door Lockheed Martin, gebaseerd op een ontwerp gebruikt voor NASA's Phoenix- en InSight-missies naar Mars. Daarnaast zou een communicatiesatelliet in een baan rond Mars gebracht worden. Deze zou worden gebouwd door Surrey Satellite Technology. Mars One had toen nog niet duidelijk gemaakt hoe het de 200 miljoen Amerikaanse dollar zou opbrengen om deze onbemande missie te financieren.
In 2015 gaf Mars One aan dat de volgende stappen gepland waren:
Het doel van de organisatie was om, na de landing van het eerste team, elke twee jaar vier nieuwe kolonisten naar Mars te sturen. In 2035 zouden er dan meer dan 20 mensen op Mars wonen en werken.
In december 2013 werd een contract gesloten met Lockheed Martin en Surrey Satellite Technology voor missieconceptonderzoek naar de haalbaarheid van de onbemande missie die voor 2020 in de planning stond.
Van 22 april tot 31 augustus 2013 konden kandidaten zich melden op de website van Mars One. De aanvraagprocedure bestond uit algemene informatie over de kandidaat, een cv en een brief en video waarin de kandidaat zijn of haar motivatie kon uitspreken. Kandidaten moesten een bedrag van tussen de 5 en 75 Amerikaanse dollar betalen (afhankelijk van de relatieve welstand van het land van de aanvrager).
Via de site kreeg de organisatie zo'n tweehonderdduizend aanmeldingen. Daarvan vulden ongeveer tienduizend mensen het gehele profiel in. Niet veel meer dan vierduizend mensen betaalden het inschrijfgeld en werden daardoor daadwerkelijk toegelaten tot de selectieprocedure. Uiteindelijk presenteerden 2582 kandidaten zich op video op de website. Op 30 december werden de resultaten van de eerste aanvraagronde gepresenteerd. In totaal 1.058 kandidaten (586 mannen en 472 vrouwen) uit 107 verschillende landen werden geselecteerd voor de tweede ronde. Hiervan kwam de grootste groep (297) uit de Verenigde Staten, gevolgd door Canada (75) en India (62). De kandidaten omvatten ook zes personen uit België en drie uit Nederland.
De geselecteerde 1.058 kandidaten moesten een verklaring van een arts overleggen dat ze in goede gezondheid waren. Ze werden daarna ondervraagd door 300 regionale selectiecommissies, die de kandidaten zouden selecteren die doorgingen naar de volgende ronde. Mars One was volgens eigen zeggen in onderhandeling met verschillende mediabedrijven over de uitzendrechten van deze selectieronde.
In elke regio zouden naar planning 20 tot 40 kandidaten deelnemen aan uitdagingen om hun geschiktheid aan te tonen. Het publiek zou één winnaar per regio uitkiezen. Daarnaast konden experts kandidaten selecteren om naar de volgende ronde te gaan.
Er werden 50 mannen en 50 vrouwen geselecteerd, waaronder Brad uit België (maar geen Nederlander).
De internationale selectie zou naar planning wereldwijd uitgezonden worden. De selectiecommissie zou de kandidaten indelen in internationale groepen, die eerst een korte training zouden krijgen in een replica van de geplande Marskolonie. In 2018 zouden dan uit de kandidaten drie tot zes teams van elk vier mensen in dienst genomen worden om voltijds te gaan trainen. Deze kandidaten zouden het astronautenkorps vormen van Mars One. Hoewel al deze kandidaten even geschikt zouden zijn, zouden de eerste vier die naar Mars moesten gaan waarschijnlijk door het kijkerspubliek gekozen worden.
De planning was dat de kolonisten een trainingperiode van zeven jaar zouden ondergaan om een reeks vaardigheden te leren in verschillende specialiteiten:
Andere specialiteiten, zoals fysiotherapie, psychologie en elektronica, zouden worden gedeeld door alle beoogde kolonisten.
De beoogde kolonisten moesten kunnen omgaan met de moeilijke leefomgeving op Mars. De kolonisten werden er dan ook op geselecteerd hoe goed ze in staat waren met deze omstandigheden te kunnen omgaan, en werden hierop ook getraind.
Groepstraining zou plaatsvinden in de vorm van gesimuleerde missies. Deze zouden plaatsvinden in een zo realistisch mogelijk nagebootste omgeving. De verschillende groepen zouden drie maanden per jaar deelnemen aan dergelijke simulaties. Hierbij konden ze alleen de basis verlaten in hun ruimtepak. Ze zouden moeten zorgen voor hun eigen drinkwatertoevoer en de ademhalingssystemen in werking houden. Ze zouden ook hun eigen voedsel moeten kweken. Alle communicatie met de buitenwereld kreeg een realistische vertraging van 20 minuten.
Er waren meerdere simulatiebases gepland: sommige van deze in extreme omstandigheden op Aarde, zoals woestijnen of de poolgebieden.
Mars One had een of meerdere bedrijven gekozen voor elk van de verschillende componenten van de missie. De hoofdcomponenten werden uitbesteed aan gevestigde ruimtevaartbedrijven.
Mars One wilde SpaceX contracteren voor de lancering, de lander en de bouw van de kolonie-eenheden. In mei 2013 had SpaceX nog geen contract gesloten met Mars One.
De Falcon Heavy van SpaceX zou naar planning gebruikt worden voor de lancering.
Het plan was om het ruimtevaartuig dat de kolonisten naar Mars moest brengen, in een lage baan rond de Aarde samen te stellen. Het zou bestaan uit twee modules voor voortstuwing, een woonmodule en een lander. Thales Alenia Space zou vermoedelijk gecontracteerd worden voor de ontwikkeling van dit ruimtevaartuig.
Om tussen de marskolonie en de Aarde te communiceren, waren naast apparatuur op Mars en de Aarde, ook satellieten nodig. Het bedrijf Surrey Satellite Technology was beoogd om het contract te krijgen voor het ontwikkelen van deze technologie. In december 2013 tekende Surrey een contract met Mars One voor onderzoek naar de benodige satelliettechnologie. Mars One verwachtte dat er minstens twee satellieten nodig zouden zijn, één in een stationaire baan rond Mars en een tweede bij Lagrangepunt L4 of L5 om het signaal door te sturen wanneer Mars zich tussen de eerste satelliet en de Aarde bevindt. De mogelijkheid werd opengehouden om nog een derde satelliet te gebruiken om het signaal door te sturen omdat de Zon af en toe ook het signaal van de tweede satelliet kan blokkeren.
De landers zouden naar verwachting gebaseerd worden op de SpaceX Dragon. Deze speciaal aangepaste landers zouden naar planning een diameter van 5 meter en een volume van 25 m³ krijgen.
De landers hadden verschillende functies:
De rovers zouden niet onder druk staan en afstanden tot 80 kilometer kunnen afleggen. Hiervoor zou Astrobotic Technology een opdracht krijgen.
Het ruimtepak dat door de kolonisten buiten gedragen zou moeten worden moet flexibel genoeg zijn om te kunnen werken met moeilijke bouwmaterialen en verfijnde apparatuur. Het moet hen beschermen tegen de koude, lage druk en giftige gassen van de atmosfeer op Mars. Waarschijnlijk zullen de pakken ontwikkeld worden door het bedrijf ILC Dover. Op 12 maart 2013 tekende Paragon Space Development Corporation een contract om concepten voor een dergelijk pak te ontwikkelen.
Mars One wilde het grootste deel van het project bekostigen door middel van reality-televisie, beginnend met het selectieproces van de kolonisten. In juni 2014 maakte Mars One bekend dat Darlow Smithson Productions, een onderdeel van Endemol, de uitzendrechten van de selectierondes en trainingen had verworven. Mars One maakte niet bekend hoeveel Endemol betaald had voor de rechten.
Op 31 augustus 2012 kondigde Mars One aan dat het de eerste financiering van sponsors had ontvangen. Dit geld werd voornamelijk gebruikt voor conceptonderzoek naar de geplande onbemande missie. Onder de diverse sponsors was een reeks relatief kleine Nederlandse bedrijven. Het Nederlandse internetbedrijf Byte was een van de zogenaamde "zilveren" sponsors.
Op 31 oktober 2012 had Mars One 183.870 Amerikaanse dollar ontvangen aan privédonaties en inkomsten uit merchandising.
Op 10 december 2013 lanceerde Mars One een crowdfunding-campagne op de website Indiegogo om conceptonderzoek naar de onbemande missie die in 2018 zou plaatsvinden te helpen bekostigen. Het doel om uiterlijk 25 januari 400.000 dollar binnen te halen werd niet gehaald; de campagne bracht 313.744 dollar op.
Mars One heeft verklaard dat het intellectueel eigendom wilde behouden van de technologie die voor de missies zou worden ontwikkeld, zodat het deze technologie kon licenseren aan andere partijen om zo geld te verdienen.
De commerciële activiteiten van de stichting Mars One werden ondergebracht in een bedrijf, en werden door een omgekeerde overname in 2016 ondergebracht in een beursgenoteerd bedrijf dat Mars One Ventures AG ging heten. Daarbij wordt de bestaande beursnotering van een niet meer actief bedrijf als het ware overgenomen. Hiermee worden de strenge eisen en financiële kosten die gepaard gaan bij een reguliere beursgang omzeild. De Frankfurter Wertpapierbörse heeft de beurshandel echter stilgelegd omdat het bedrijf zonder vergunning daartoe extra aandelen zou hebben uitgegeven. Sinds maart 2017 is er geen handel meer. De beursgang gebeurde op initiatief van de Deen Torben Pedersen die met zijn Hongkongse investeringsfonds had aangegeven zes miljoen euro in het project te willen investeren. In het Financieele Dagblad werd het vermoeden uitgesproken dat Pedersen het beursfonds gebruikte voor het plegen van beursfraude. In augustus 2017 werd bekend dat Mars One een boete van bijna een kwart miljoen euro boven het hoofd hing. De Duitse beurswaakhond BaFin dreigde daarmee omdat de organisatie nog geen jaarrekening had aangeleverd. Er werd gewerkt aan een nieuwe beursnotering. In januari 2019 ging Mars One Ventures AG failliet.
Mars One was gevestigd in Amersfoort. In december 2012 veranderde Mars One van een bedrijf in een stichting. Aan het hoofd van Mars One stond de ondernemer Bas Lansdorp. Chief Technical Officer was Arno Wielders, een voormalig werknemer van de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA).
De organisatie had een adviesraad bestaande uit onder meer Leo Marcelis van Wageningen University, Tanja Masson-Zwaan van de Universiteit Leiden, Stefano Stramigioli van de Universiteit Twente en Christopher McKay van NASA's Ames Research Center. Daarnaast had het een reeks "ambassadeurs", waaronder Gerard 't Hooft van de Universiteit Utrecht, Boudewijn Ambrosius van de Technische Universiteit Delft, televisieproducent Paul Römer en schrijfster Mary Roach.
Mars One heeft kritiek uit verschillende hoeken gekregen. Zo is er kritiek op het feit dat deelnemers slechts een enkele reis naar Mars krijgen aangeboden en er geen mogelijkheid zou zijn voor terugkeer. Zo was Mars One voor de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA) een omstreden onderneming. Een ander kritiekpunt van ESA was dat kandidaten werden geselecteerd door middel van een realityshow. Veel critici verwachtten dat als de kijkers interesse zouden verliezen, de financiering ook als sneeuw voor de zon zou kunnen verdwijnen, met drastische gevolgen voor de expeditie.
De voormalige Duitse astronaut Ulrich Walter maakte het project in januari 2014 om ethische redenen met de grond gelijk. Volgens hem is de kans om Mars levend te bereiken rond de 30 procent, en de kans om drie maanden later nog in leven te zijn minder dan 20 procent. "Ze verdienen hun geld met die tv-show. Wat er met de mensen gebeurt, interesseert ze niet."
Ook hebben meerdere experts kanttekeningen geplaatst bij de technische en financiële haalbaarheid van het project. "Ik ben altijd voorzichtig met zeggen dat iets niet kan, maar ik vraag mij af of deze fantasie ook wordt gedekt door realistische plannen", zei de Nederlandse voormalige astronaut Wubbo Ockels. "Zelfs als we het potentiële financieringsgebrek en vragen over de haalbaarheid op de lange termijn negeren, demonstreert het Mars One-project niet een groot genoeg begrip van de problemen om echt vertrouwen te kunnen geven dat het ambitieuze schema gehaald kan worden", zei Chris Welch van International Space University.
Ruimtetoerist Richard Garriott noemde de financiële haalbaarheid van het project onwaarschijnlijk. Veel critici hebben er op gewezen dat een budget van 6 miljard dollar veel te weinig is om mensen op Mars te zetten. "Veel mensen hebben interessante startplannen, maar weinig mensen hebben ook het geld om het voor elkaar te krijgen". Ook vanuit eigen gelederen klonk diezelfde kritiek. Zo noemde Nobelprijswinnaar en ambassadeur van Mars One Gerard 't Hooft de plannen onrealistisch. Volgens hem zou er minstens zestig miljard nodig zijn om Mars te bereiken.
Een groep ruimtevaartexperts gaf in 2012 in het tijdschrift Wired de haalbaarheid van het project 2 punten, van de 10 punten die behaald konden worden. Studenten van het Massachusetts Institute of Technology bogen zich in 2014 over de technische haalbaarheid van de missie. Het onderzoek suggereert dat het minstens 4,5 miljard dollar zou kosten om de ruimtevaarders naar Mars te brengen, en volgens de onderzoekers is het met de huidige technologie niet mogelijk de ruimtevaarders langer dan 68 dagen in leven te houden.
Elon Musk van SpaceX zei dat het plan vooral neerkomt op veel Falcon Heavy-raketten en Dragon 2-ruimteschepen kopen en lanceren. Hoewel hij als ze het al konden betalen bereid was deze te leveren, leek het hem niet slim om een reis die op zijn kortst drie maanden in beslag neemt (maar waarschijnlijker zes tot acht maanden) in een capsule die niet groter dan een SUV is te ondernemen.
Bronnen
Referenties