Matsyasana

Matsyasana met rechte benen en armen naast het lichaam.
Matsyanana met de armen gecentreerd onder de romp volgens Sivananda yoga. Foto Rudy Vancoillie
Gevorderde uitvoering van Matsyasana in de lotus door Heinz Grill, 1992

Matsyasana (Sanskriet voor vishouding) is een houding of asana

Sanskrietvertaling
matsyavis
asanahouding (letterlijk: 'zit')

Beschrijving

De houding is een halve achteroverbuiging. Hierbij ligt de beoefenaar achterover op de hielen, dijen en billen en sterkt de rug in een ronding vanuit de heupen, waarbij het hoofd uiteindelijk met de achterkant van de kruin naar de grond terugbuigt. De handen, onderarmen en de ellebogen zorgen voor steun, wanneer ze langs de onderbuik liggen.

Binnen de primaire serie van Ashtanga (vinyasa) yoga wordt deze houding beschouwd als een tegenhouding van Sarvangasana, de schouderstand.

Bij Sivananda-yoga is deze houding de vierde basishouding en wordt ze ook als tegenhouding na de schouderstand of na halasana, de ploeghouding beoefend. Het is de tegenhouding daar de nek in de andere richting gebogen wordt dan bij de ploeg (halasana) of bij de schouderstand (sarvangasana). In Sivananda yoga worden de armen gestrekt onder het lichaam en wordt de houding voor minimum de helft van de tijd aangehouden dan dat je de schouderstand hebt aangehouden.

Indien de armen gestrekt onder het lichaam liggen kan men zich beter centreren tussen de schouderbladen. Bij de uitvoering moet de beoefenaar zich zoveel mogelijk tussen de schouderbladen doorspannen. Hoe meer de beoefenaar zich kan centreren in de borstwervelkolom tussen de schouderbladen, hoe meer de nek ontlast wordt, respectievelijk ontspannen blijft terwijl het hoofd naar achteren helt. Blijf aanvankelijk kort tot uiteindelijk een halve minuut in de houding.

'Deze oefening drukt een wisselspel uit tussen een doelgerichte, gecentreerde spanning en een fijn afgestemde ontspanning' citaat van Heinz Grill Dit wil zeggen een gecentreerde spanning tussen de schouderbladen terwijl de andere lichaamsdelen ontspannen blijven.

Bij Iyengar yoga worden deze oefeningen, in tegenstelling tot andere yogarichtingen, vaak ondersteunend uitgevoerd met hulpmiddelen. Er wordt gelet op de verlenging van de borstwervelkolom en het openen van de borstkas zonder druk op de nek.

Lotus-vishouding: Deze houding kan ook uitgevoerd worden in de lotushouding voor gevorderden. Door de lotus is de houding nog sterker gecentreerd in de borstwervelkolom. In het boek 'Yogadipika - licht op yoga' van Iyengar wordt de vis in lotus beschreven.

Vermijd de vishouding bij ernstige nekproblemen.

Heilzame werking

- In Sivananda yoga: 'het aanhouden van deze asana is een oefening voor de borstkas, maakt de hals- en rugspieren veerkrachtiger en zorgt ervoor dat de schildklier zoveel mogelijk de gunstige werking van de schouderstand kan ondergaan. Bovendien wordt de borstkas volledig uitgezet waardoor de longcapaciteit toeneemt en een diepe ademhaling mogelijk wordt' citaat uit het boek pag. 46

- Heinz Grill: 'Bij neigingen tot depressie zou de vis zo vaak mogelijk geoefend moeten worden. Beeldend gezien verheft hij het longorgaan in een iets meer luchtige en meer sensibele hoogte. Vanuit de mechanische uitvoering van de beweging gezien, verkrijgt de borstwervelkolom een heel intensieve dynamiek en openen de sleutelbeenderen zich naar voren. De tussenribspieren verkrijgen eveneens een sterke dynamiek door het doelgerichte omhoog brengen van het borstbeen en de vernauwingen, die gauw door een naar beneden gebogen hoofd ontstaan en net de ademhalingsspieren beklemmen, lossen gemakkelijker op' Citaat uit het boek, pag. 44

Zie ook

Zie de categorie Matsyasana van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.