| Meruliaceae | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Merulius tremellosus | ||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||
| ||||||||
| Familie | ||||||||
| Meruliaceae Rea (1922) | ||||||||
| ||||||||
Meruliaceae is een familie van schimmels uit de orde Polyporales. Het typegeslacht is Merulius. De familie werd in 1922 beschreven door de Britse mycoloog Carleton Rea. De familie behoort tot de zogenoemde phlebioïde clade binnen de Polyporales en omvat voornamelijk houtafbrekende schimmels.
De vruchtlichamen van soorten uit de Meruliaceae zijn zeer verschillend van vorm. Veel soorten vormen dunne, korstvormige (corticioïde) vruchtlichamen die vlak op het substraat groeien. Andere soorten vormen gaatjeszwamachtige of meer hoedvormige vruchtlichamen en bij sommige soorten is het hymenofoor tandvormig. De vruchtlichamen zijn vaak wasachtig tot enigszins gelatineus wanneer ze vers zijn en worden bij indrogen harder en brozer.
Het heeft meestal een monomitisch hyfensysteem, waarbij alleen generatieve hyfen aanwezig zijn; bij enkele soorten is het dimitisch. De generatieve hyfen hebben meestal gespen, hoewel bij sommige soorten eenvoudige septen voorkomen. Cystiden zijn bij veel soorten aanwezig.
De basidiosporen zijn doorgaans klein, dunwandig, glad en kleurloos. Ze zijn meestal ellipsoïde tot subcilindrisch en reageren in het algemeen niet amyloïd of dextrinoïd in Melzers reagens.
De meeste soorten leven op dood hout van loof- of naaldbomen. Ze breken zowel lignine als cellulose af en veroorzaken daardoor witrot. Veel soorten groeien op dode stammen, stronken en afgevallen takken.
Volgens Mycobank bestaat de familie uit 28 geslachten: