| Dorp in Nederland | |||
|---|---|---|---|
![]() | |||
| Situering | |||
| Provincie | |||
| Gemeente | |||
| Coördinaten | 51° 27′ NB, 6° 1′ OL | ||
| Algemeen | |||
| Oppervlakte | 11,62 km² | ||
| - land | 11,61 km² | ||
| - water | 0,01 km² | ||
| Inwoners (2023-01-01) |
1.710 (147 inw./km²) | ||
| Woningvoorraad | 637 woningen | ||
| Overig | |||
| Woonplaatscode | 1035 | ||
| Foto's | |||
| |||
Meterik (Limburgs: De Miëterik) is een kerkdorp in de gemeente Horst aan de Maas in de Nederlandse provincie Limburg, grenzend aan een landbouwgebied in het noorden en een hoogveen genaamd De Peel in het westen. Meterik ligt aan de Kabroekse Beek, die vruchtbare weidegronden biedt.
Meterik had op 1 januari 2023 1.710 inwoners. Het dorp is in de eenentwintigste eeuw een centrum voor Poolse werknemers in de agrarische sector, ze hebben onder meer de plaatselijke kerk in gebruik gekregen.
Op de heidevelden die in Noord-Limburg ontstonden in de droge periode van ca. 2.500-500 v.Chr. werden al stenen werktuigen en grafheuvels achter gelaten. De oudst bekende permanente nederzetting dateert uit de IJzertijd, tijdens de Keltische La Tène-cultuur (450-50 v.Chr.) toen het klimaat natter werd. In 1983 werden delen van het rooster en de koepel van een pottenbakkersoven gevonden langs de St. Maartensweg in Schadijk die gedateerd werd uit ongeveer 500 v.Chr. Sporen van aardewerk uit de IJzertijd uit een nabijgelegen nederzetting werden gevonden langs de Crommentuynstraat. En in 2006 werd in het Meterikse veld de omtrek van een boerderij uit de late IJzertijd (ongeveer 200 v.Chr.) ontdekt. Gezien de verdeling van die vondsten is het mogelijk dat het Meterikse veld (een es) al in deze tijd is ontstaan door toedoen van een tiental zich verplaatsende boerderijen. De naam Meterik kan uit de Keltische taal komen, bijvoorbeeld "mi ater ruc", wat "de hooiberg van mijn vader" betekent.
De regio was onderdeel van het Romeinse Rijk (50 v.Chr. - 456 n.Chr.), gelegen in de Civitas Tungrorum, met de instroom van de Germaanse stammen de Tungri en later Salische Franken. Het Keltische "ka brook", oftewel "bij de beek", werd vergermaansd tot "Kabroekse Beek". Een Romeinse munt werd gevonden op het Meterikse veld, en de naam Meterik zou ook ontstaan kunnen zijn toen een Romeinse soldaat hier land kreeg, maar er zijn geen Romeinse gebouwen gevonden.
Na 515 na Chr. maakte het gebied deel uit van Frankisch Austrasië, het Karolingische rijk en het Heilige Roomse Rijk. Een Karolingische nederzetting werd gevonden in het Meterikse Veld met de plattegronden van 23 grote en 21 kleine gebouwen en vier waterputten die dateren uit 625-1000 na Chr.
Er ontwikkelde zich een feodaal landbouwsysteem, met het gezamenlijke landbouwgebied (dat langzaam een open veld werd) en regelmatig verplaatsende boerderijen in dienst van de adel. In de middeleeuwen (na 1100 na Chr.) werd het gebied onderdeel van het graafschap, het latere hertogdom, Gelre. De eerste machtscentra lagen langs de rivier de Maas. In 1326 werd het nabijgelegen kasteel Huys ter Horst gesticht aan de samenvloeiing van de Kabroekse Beek en de Grote Molenbeek. Op een gegeven moment was het noordelijke deel van het veld bij Schadijk in handen van de familie Van Mirlaer (Meerlo, dichter bij de samenvloeiing van de Grote Molenbeek en de rivier de Maas), terwijl de zuidelijke en oostelijke delen in handen waren van de hertog van Gelre en de eigenaren van het kasteel Huys ter Horst.
Meterik, als esdorp, was aanvankelijk een lint van ongeveer twintig verspreide boerderijen langs het open veld, net als de gemeenschappen Schadijk (Limburgs: De Schaak) in het noorden, met arme ("schaaie") grond, en Middenlijk (Limburgs: Middelik) en Veld-Oostenrijk (Limburgs: Osterik) in het oosten. Hier is "ik" een verwijzing naar het veld, de es (ook: rijk), maar het is niet duidelijk waar dan de naam Meterik vandaan komt. De oudste schriftelijke verwijzing naar 'Meterick' voor het gebied dateert uit 1483.
In de middeleeuwen had Meterik een eigen verdedigingswerk, een zogenaamde 'schans', ongeveer 0,5 hectare groot die bestond uit een aarden wal en een overstroomde gracht met een ophaalbrug. In 1622 wordt het gebied genoemd als de 'schansweide'. In 1755 stond er een klein huis dat in 1793 werd afgebroken, op de oudst bekende moderne topografische kaart van het gebied, de Tranchot en von Mueffling-kaart van 1802–1804, ontbreekt het.
Pas met politieke veranderingen na de Franse bezetting in 1794, de afschaffing van de adellijke heerlijkheden in 1798 en de latere oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, veranderde het feodale systeem van verhuisboerderijen in een aantal familiebedrijven. De namen van de families die deze boerderijen bouwden, staan op de Tranchot-kaart en worden nog steeds doorgegeven aan latere generaties in de vorm van een informele Limburgse naam die veel lokale bewoners gebruiken. Die naam verwijst naar de naam van een boerderij of plaats.
Heideplaggen en mest werden jaarlijks naar het Meterikse veld gebracht waardoor dit in de loop der eeuwen met ongeveer 1,7 meter steeg. Turf uit de Peel werd gebruikt als brandstof. Ten noorden en oosten van het veld ontstond door te rigoureuze verwijdering van heideplaggen een landschap van stuivende zandduinen. In de jaren rond 1850 en 1860 werden deze beplant met naaldbomen om stuthout voor de Zuid-Limburgse mijnen te produceren en zo werden de 'Schadijker Bossen' gecreëerd. De toepassing van kunstmest leidde rond 1900 tot de ontginning van de resterende heidevelden ten zuiden van het veld. Alleen 'Het Rotven' bleef in natuurlijke staat, het werd een klein bos.
Meterik werd een kerndorp aan het einde van de 19e eeuw, toen lokale boeren toestemming kregen om een kerk te stichten. Voorwaarde was dat ze zelf een priester zouden betalen. Er werd er een kerk en een huis voor de geestelijke gebouwd. Een windmolen die naar het dorp gebracht werd leverde geld op voor het betalen van de zielenherder. Een school was er al in 1733 in Meterik, uitgebreid in 1911 en veel later in gebruik genomen als gymnastiekzaal. In 1919 bouwde men een hal voor de boerenbond (LLTB) en in 1925 het klooster 'St. Theresia'.
De kerk van Meterik, gewijd aan Sint-Jan de Evangelist, werd in 1899 gebouwd naar ontwerp van architect Caspar Roermond Franssen. De eerste priester arriveerde in 1904. In 1922 vergrootte Franssens zoon Joseph de kerk. Na beschadiging tijdens de Tweede Wereldoorlog werd in 1946 een nieuwe kerk gebouwd.
De Polen, die in groten getale zijn neergestreken in Noord-Limburg en Oost-Brabant, hebben sinds 2006 in de kerk van Meterik een eigen parochie. Het betreft een zogeheten categoriale parochie, die niet gebonden is aan een gebied, maar aan een groep mensen. De Poolse parochie heeft een Poolse pastoor en heeft de kerk van Meterik als thuisbasis.
Meterik wordt omgeven door landbouwgebied met vaak grootschalige bedrijven (champignonteelt, glastuinbouw). De hoogte bedraagt ongeveer 25 meter. In het noordwesten vindt men de Schadijkse bossen en in het voormalige heideland, ten zuidoosten van de kern, ligt het Rotven, tegenwoordig een bosgebiedje.
Langs Meterik loopt de Kabroeksebeek.