
Het monofysitisme (Grieks: Μονοφυσιτισμός: "enige" of "één", "natuur"), ook bekend als het Eutychianisme, in Westerse literatuur vóór de 21e eeuw expliciet geduid als Eutychiaanse monofysitisme, is een christologische opvatting die inhoudt dat Christus maar één natuur ('monos physis': μονος φυσις) heeft, waarbij de menselijke volledig in het goddelijke is opgegaan. De zuivere vorm van deze leer wordt door geen enkele kerk meer aangehouden. Het is enigszins, vooral historisch, verwant met het miafysitisme maar mag ermee niet verward worden.
Het monofysitisme werd geformuleerd tijdens de christologische controverses van de 5e eeuw. Het houdt in dat Christus maar één, goddelijke, natuur heeft. Dit staat in contrast tot de volgende stellingen:
Er zijn twee monofysitische hoofddoctrines:
Deze twee monofysitische hoofddoctrines worden door zowel de Chalcedonische kerken alsmede de oriëntaals-orthodoxe kerken verworpen.
Het monofysitisme ontstond vanuit de School van Alexandrië als reactie op het nestorianisme, wiens oorsprong in de School van Antiochië lag. Een onderdeel van deze discussie was de titel "Theotokos", Nestorius verwierp deze term en pleitte voor een strenge scheiding tussen de menselijke natuur en de goddelijke natuur van Christus. Het nestorianisme werd als ketterij veroordeeld op de Concilie van Efeze in 431. De monofysieten meenden echter dat de stelling dat Christus twee naturen tevens tot het nestorianisme behoorde. Het dyofysitisme werd daarom in zijn geheel veroordeeld op de Concilie van Efeze in 449. Hierbij werden Flavianus van Constantinopel, de patriarch van Constantinopel, Paus Leo I, van Rome, en Domnus II, van Antiochië, veroordeeld als ketters. Wegens de aanwezigheid van gewapende monniken die bepaalde leerstellingen en anathema's afdwongen, werd de concilie een "roverssynode" genoemd door Leo I. Het wordt tevens niet aanvaard door de Rooms-Katholieke en Oosters-Orthodoxe Kerken. Twee jaar later riepen dezen het Concilie van Chalcedon bijeen. Hierbij werd de eerste Concilie van Efeze bevestigd en werd het dyofysitisme dogmatisch verklaard. Stellingen dat Christus maar één natuur had, het monofysitisme en het miafysitisme, werden als ketterij veroordeeld. Omdat de monofysieten en de miafysieten het Concilie van Chalcedon niet aanvaarden worden ze te samen als "niet-chalcedonische christenen" geduid, in tegenstelling tot de rooms-katholieken en de oosters-orthodoxen, die te samen als "chalcedonische christenen" geduid worden.
Onder keizer Basiliscus kregen de monofysieten steun vanuit het keizerlijk paleis, maar deze moest zijn troon afstaan aan zijn voorganger Zeno wegens ophef hieromtrent vanuit Constantinopel. Zeno trachtte om de twee groepen tot compromissen te laten komen, zoals de Henotikon, maar hieruit ontstonden alleen maar verdere schisma's. Onder Justinianus werden de niet-chalcedonische christenen vervolgd. Het leer van het monotheletisme werd later tijdens de 7e eeuw geformuleerd als laatste poging de kloof tussen de chalcedonische en niet-chalcedonische kerken te overbruggen. Ondanks de tijdelijke steun van de Byzantijnse keizers, onder andere van keizer Heraclius, werd het monotheletisme zelf veroordeeld als ketterij op de Concilie van Constantinopel III in 681. Het werd mogelijks aanvaard door de maronieten totdat zij zich in de 12e eeuw "weer" aansloten bij de katholieke Kerk. De maronieten zelf ontkennen dit echter.
Al vrij vroeg na de 5e eeuw verloor het monofysitisme aanzien onder de christelijke bevolking. Het wordt vandaag door geen enkele kerk meer aangehouden.
Sommigen beschouwden de miafysitische kerken, onder andere, de Koptisch-Orthodoxe Kerk, de Syrisch-Orthodoxe Kerk en de Armeens-Apostolische Kerk, als aanhangers van het monofysitisme. Al deze kerken verwerpen echter de leer van Eutyches en hangen het miafysitisme aan. Ook alle andere Oriëntaals-Orthodoxe Kerken hangen het miafysitisme aan in plaats van het monofysitisme.