

Theotokos (Grieks: Θεοτόκος, theotókos, letterlijk God-barende) is een titel van Maria, de moeder van Jezus Christus, de Tweede Persoon van de Heilige Drievuldigheid. Binnen de dyofysitische, miafysitische en monofysitische christologie is ze daarmee de Moeder van God. Deze titel wordt dus aangehangen door alle Niceense Christenen behalve, historisch, de Nestorianen. In 1994 ondertekende de Assyrische Kerk van het Oosten, de zogenaamde "Nestoriaanse Kerk", samen met de Rooms-Katholieke Kerk een verklaring dat ze wezenlijk eenzelfde christologie hebben, en dat de historische verschillen voortkwamen uit terminologische misverstanden. Daarmee werd de titel Theotokos ook door de Kerk van het Oosten als legitiem aanvaard. Liturgisch gebruiken ze echter nog steeds hun eigen, meer kwalificerende traditionele titel: "Moeder van Christus, onze God en Verlosser".
De titel werd in de Alexandrijnse School met voorliefde aan Maria gegeven. De Griekse term wordt in sommige, voornamelijk Oosterse kerken onvertaald gelaten. In het Nederlands wordt deze vertaald als Moeder Gods.
Nestorius (381–451) stelde dat Maria slechts Christus (wat betreft zijn menselijke natuur) gebaard had. Het eerste concilie van Efeze (431) stelde hier het dogma van Maria als moeder van God (theotokos) tegenover. Nestorius werd door het concilie veroordeeld.
Het moederschap van Maria wordt in de Katholieke Kerk elk jaar gevierd op het hoogfeest van Maria Moeder van God op 1 januari.
Later, tijdens het concilie van Chalcedeon, stelde men dat Jezus Christus waarachtig God en waarachtig mens is. Zijn ene persoon bestaat in twee naturen. Deze zijn onvermengd, onveranderd, ongedeeld en ongescheiden. De eerste twee kwalificaties waren tegen Eutyches gericht en de laatste twee tegen Nestorius.
Maria in haar rol als Theotokos wordt gebruikt in iconen. De vroegste versie werd in verband gebracht met de evangelist Lucas, die haar in de rol van wijzer van de weg geschilderd zou hebben, een thema dat bekendstaat als Hodegetria. Het icoon Theotokos zou oorspronkelijk door Pulcheria geplaatst zijn in een heiligdom in het oosten van Constantinopel, waar er meerdere wonderen gebeurden rond het icoon. Het is in het jaar 1204 gestolen tijdens de Vierde Kruistocht en zou in handen gekomen zijn van de Venetianen. Later ging het icoon naar de Chorakerk in Constantinopel. Op 29 mei 1453 zou het icoon door de Turken vernietigd zijn, na de val van Constantinopel. Er bestaan varianten van het thema, zoals in Theotokos van de Passie, waar symbolen van de kruisiging naast de afbeelding van Maria met kind worden weergegeven.