De Mormon Trail is een ongeveer 2.100 kilometer lange historische migratieroute in de Verenigde Staten, van Nauvoo in de staat Illinois naar Salt Lake City. De route werd vanaf 1846 gebruikt door leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, ook wel mormonen genoemd. Tussen 1847 en 1868 trokken bijna 70.000 mormoonse pioniers naar de Salt Lake Valley en omliggende gebieden.
Nauvoo was in de jaren 1840 uitgegroeid tot een belangrijk centrum voor de kerk. Toenemende spanningen met de plaatselijke bevolking leidden tot conflicten en geweld. Op 27 juni 1844 werden Joseph Smith, de stichter van de kerk, en zijn broer Hyrum Smith door een gewapende menigte gedood in Carthage. Door het aanhoudende geweld en de bedreigingen besloten de kerkleiders onder leiding van Brigham Young Nauvoo te verlaten.
In februari 1846 begonnen de eerste groepen aan de uittocht naar het westen. Na een moeizame tocht door Iowa brachten veel migranten de winter van 1846–1847 door in tijdelijke nederzettingen bij de Missouri, waaronder Winter Quarters. In juli 1847 bereikte de eerste pioniersgroep onder leiding van Brigham Young de vallei van het Great Salt Lake, waar een nederzetting werd gesticht die uitgroeide tot Salt Lake City.
De Mormon Trail bleef tot de voltooiing van de eerste transcontinentale spoorweg in 1869 een belangrijke migratieroute voor leden van de kerk. Tegenwoordig maakt de historische route deel uit van het Amerikaanse National Trails System onder de naam Mormon Pioneer National Historic Trail.
Een eerste groep van 13 000 mormonen vertrok in februari 1846 richting Iowa om de winter daarop aan te komen in de streek rond Council Bluffs. In 1847 leidde Brigham Young een groep van 143 mannen, twee vrouwen en drie kinderen naar het Great Salt Lake. Young had geen vaste eindbestemming voor ogen, maar wilde richting het Great Basin trekken dat toen nog geen deel uitmaakte van de Verenigde Staten.
Tot aan de voet van de Rockies kon men terugvallen op de toen al gevestigde routes van de Oregon en California Trail. Het jaar voordien, in 1846, was Lansford Hastings na Fort Bridger direct westwaarts gegaan om zoek naar een kortere route via het Great Salt Lake. Hij volgde Echo Creek en Weber River doorheen Weber Canyon tot aan het Grote Zoutmeer, maar adviseerde reizigers die na hem kwamen (de Donner Party in hetzelfde jaar 1846) om een meer zuidelijke doorsteek van de bergen te proberen. De Donner Party vond een doorsteek over de Wasatch Range via de 2560 meter hoge Big Mountain Pass, Little Mountain en Emigration Canyon. Het was deze weg die Young het jaar erop volgde en die zou uitgroeien tot de Mormon Trail.
Via Emigration Canyon bereikte men de Salt Lake Valley en vandaar uit vestigen de Mormonen talloze nederzettingen in Utah en de staten daaromheen. De kerk vestigde haar hoofdzetel in Salt Lake City. De tocht werd te voet afgelegd, met huifkarren en tussen 1856 en 1860 een aantal zelfs met handkarren. Velen van hen kwamen om voor ze hun eindbestemming bereikten. Ze werden geteisterd door cholera, verdronken bij het oversteken van rivieren, bij ongevallen met huifkarren of door vuurwapens. Het dodental als gevolg van aanvallen door indianen was eerder gering. Na 1860 sponsorde de kerk mormonen die de tocht ondernamen met huifkarren getrokken door ossen.
In het begin waren het vooral inwoners van Illinois die de tocht ondernamen; later volgden vooral mormonen van de Britse eilanden.
Om mens en dier van water te voorzien, zocht men rivieren op. De rivieren de Platte en de North Platte, oost-west georiënteerd, werden gevolgd. Ze stroomden van het westen naar het oosten, zodat ze niet als vaarweg konden dienen. Men bleef meestal op de zuidelijke oever. Men kon zich ook oriënteren via een aantal herkenningspunten die prominent aanwezig waren in het landschap. Scotts Bluff in Nebraska, Register Cliff, Devil's Gate en Split Rock in Wyoming waren van ver te zien. Een aantal militaire posten die op de route lagen, zoals Fort Kearney en Fort Laramie boden bescherming.