| Mystique Ro | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke informatie | ||||
| Naam | Mystique Ro | |||
| Geboortedatum | 18 juli 1994 | |||
| Geboorteplaats | Oceanside, Verenigde Staten | |||
| Nationaliteit | ||||
| Sportieve informatie | ||||
| Discipline | Skeleton | |||
| Debuut | 2017 | |||
| Officiële website | ||||
| ||||
Mystique Ro (Oceanside, 18 juli 1994) is een Amerikaans skeletonster en voormalig atlete.
Ro deed in haar jeugd aan atletiek en ging daarna naar de Queens University of Charlotte waar ze uitkwam in atletiek voor de Queens Royals. Na haar universitaire studies deed ze mee aan een oefenkamp voor atleten die aan wintersporten wilden beginnen. Hier eindigde ze als derde in het skeleton. In het seizoen 2017/18 nam ze deel aan de North American Cup waar ze als beste resultaat een zesde plaats behaalde en achttiende werd in de eindstand. Het daaropvolgende seizoen wist ze drie van haar vier wedstrijden in de top tien te eindigen. In de eindstand werd ze twaalfde.
In de tweede wedstrijd van het seizoen 2019/20 haalde ze haar eerste podium in de North American Cup. Aan het einde van het seizoen won ze twee wedstrijden op een rij, wat haar een derde plaats in de eindstand opleverde achter Kim Eun-ji en Nicole Rocha Silveira. In het verkorte seizoen 2020/21 haalde ze in al haar deelnames het podium, ze wist eenmaal te winnen, wat haar als tweede achter de Canadese Madison Charney plaatste in de eindstand.
In het seizoen 2021/22 nam ze deel in de Europe Cup waar ze vier keer het podium haalde en een keer wist te winnen. Ze eindigde als tweede in de eindstand, achter de Duitse Sarah Schwab. Ze kwam daarnaast ook uit in de Intercontinental Cup waar ze twee keer twaalfde werd. In het seizoen 2022/23 nam ze deel in drie competities. In de Europe Cup haalde ze drie keer een overwinning, na nog een derde plaats werd ze derde in de eindstand achter Freya Tarbit en Tabitha Stoecker. Ze wist daarnaast ook nog twee overwinningen te halen in de North American Cup. In de Intercontinental Cup haalde ze twee keer een overwinning naast een tweede en derde plaats. Dit resulteerde in een zesde plaats in de eindstand.
In het seizoen 2023/24 maakte ze haar debuut in de Wereldbeker waar ze meteen in haar eerste wedstrijd tweede werd achter Tabitha Stoecker. Hierna volgden een 19e en een 8e plaats, waarna ze weer tweede werd ditmaal achter Hannah Neise in Lillehammer. Na een zestiende plaats volgde een derde plaats in de wereldbeker, achter Susanne Kreher en Tina Hermann. In de laatste wereldbeker van het seizoen won ze haar eerste wereldbekerwedstrijd. In de eindstand van de wereldbeker werd ze achtste. Op het wereldkampioenschap dat jaar werd ze achtste individueel en vijfde in de gemengde competitie met Austin Florian. Ze won daarnaast het Pan-Amerikaanse kampioenschap voor landgenotes Katie Uhlaender en Sara Roderick.
Het seizoen 2024/25 verliep minder goed dan haar debuutseizoen; ze wist pas in de laatste wedstrijd van het seizoen een eerste podiumplaats te halen, nadat ze tweede werd achter de Oostenrijkse Janine Flock. Ze wist daarnaast wel twee keer een podium te behalen in de gemengde competitie aan de zijde van Austin Florian. Op het wereldkampioenschap in Lake Placid slaagde ze erin de zilveren medaille te winnen 0,64 seconde achter de Nederlandse Kimberley Bos. In de gemende competitie aan de zijde van Florian werd ze wereldkampioen nadat ze sneller was dan het duo Tabitha Stoecker/Matt Weston en Zhao Dan/Lin Qinwei die tweede en derde werden.
In het seizoen 2025/26 kende ze in de wereldbeker opnieuw en wispelturig seizoen. Ze behaalde een zevende en een tweede plaats (achter Janine Flock) maar eindigde ook als 20e en 25e in wereldbekerwedstrijden. In de eindstand werd ze zeventiende. Op het einde van het seizoen maakte ze haar debuut op de Olympische Winterspelen waar ze vijftiende werd individueel en zevende in de gemengde competitie aan de zijde van Austin Florian.
| Jaar | Plaats | Resultaat |
|---|---|---|
| 2026 | 15e individueel 7e gemengd team |
| Jaar | Plaats | Resultaat |
|---|---|---|
| 2024 | 8e individueel 5e gemengd team | |
| 2025 |
| Seizoen | Divisie | Niv. | #1 | #2 | #3 | #4 | #5 | #6 | #7 | #8 | Punten | Rang |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017/18 | North American Cup | III | - | - | - | 14e | 18e | - | 6e | - | 80 | 18e |
| 2018/19 | - | - | 6e | 6e | 4e | - | - | 14e | 154 | 12e | ||
| 2019/20 | 5e | - | - | - | 6e | 290 | ||||||
| Europe Cup | 10e | 9e | 6e | - | - | - | - | - | 106 | 23e | ||
| 2020/21 | North American Cup | - | 250 | |||||||||
| 2021/22 | Europe Cup | DNF | 4e | 6e | 6e | 390 | ||||||
| Intercontinental Cup | II | - | - | - | - | - | - | 12e | 12e | 128 | 28e | |
| 2022/23 | North American Cup | III | - | - | - | - | - | - | 150 | 9e | ||
| Europe Cup | 7e | 6e | - | - | 358 | |||||||
| Intercontinental Cup | II | 4e | 6e | - | - | 636 | 6e | |||||
| 2023/24 | North American Cup | - | - | - | - | - | - | - | 120 | 20e | ||
| Wereldbeker | I | - | 19e | 8e | 16e | 1175 | 8e | |||||
| 2024/25 | Asian Cup | II | 6e | 6e | - | - | - | - | - | - | 152 | 7e |
| Europe Cup | - | - | - | 4e | - | - | - | 212 | 15e | |||
| Wereldbeker | I | 15e | 18e | 10e | 20e | 7e | 11e | 9e | 1062 | 12e | ||
| 2025/26 | 26e | - | 7e | 15e | 25e | 11e | 20e | 762 | 17e | |||