| Plaats in Nederland | |||
|---|---|---|---|
| Boer Knillis en Moeder Hendrien | |||
|
(Details)
| |||
| Situering | |||
| Provincie | |||
| Gemeente | |||
| Coördinaten | 51° 41′ NB, 5° 18′ OL | ||
| Foto's | |||
| Poster uit 1883 | |||
| |||
Oeteldonk is de naam die de stad 's-Hertogenbosch draagt tijdens het carnaval. Het is een van de kenmerken van het Bourgondische Carnaval. De stad 's-Hertogenbosch is dan tijdelijk een dorp: 't durp Oeteldonk. De omliggende dorpen die onder de gemeente 's-Hertogenbosch vallen, hebben ieder hun eigen carnavalstradities, en ook een alternatieve naam tijdens carnaval.
In 's-Hertogenbosch kwam eind 19e eeuw vanuit de burgerij veel verzet tegen de excessen van carnaval. Een herhaaldelijk verzoek om een gemeentelijk verbod van het feest strandde op het commercieel en sociaal belang. Toen in 1881 ook de geestelijkheid, bij monde van bisschop Mgr. A. Godschalk, er zich mee bemoeide was dat aanleiding voor enige Bosschenaren uit de gegoede middenstand om maatregelen te nemen ter bescherming van het volksfeest. In café Plaats Roijaal, toen nog als Place Royale gevestigd in de straat Achter het Stadhuis, kwamen zij bijeen en smeedden een plan waarin iedereen zich zou kunnen vinden. Het doel was behoud van het feest door veredeling van het vermaak. Zij bedachten de formule van Oeteldonk. De, zeker toen, mondaine stad 's-Hertogenbosch zou voor drie dagen omgedoopt worden in het dorp Oeteldonk. Iedere inwoner van de stad werd dan boer of "durske" (dialect voor meisje of jonge vrouw) en aan het hoofd van de gemeente een 'burgervaojer' (Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd), die in 1882 voor het eerst groots werd ingehaald. Op 1 oktober van datzelfde jaar werd de Oeteldonksche Club opgericht om het initiatief uit te werken en te begeleiden.
Het jaar daarop (1883) voegde men een nieuw element toe, namelijk het bezoek van Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Amadeiro aan zijn dorp. Een grote optocht met praalwagens begeleidde de prins bij zijn intocht. Deze traditie is ongewijzigd gebleven: ieder jaar ontvangt de burgervaojer Peer vaan den Muggenheuvel, het gezelschap van Prins Amadeiro, zijn adjudant en de groep lijfwachten 'Ut Gevollug' nog steeds met alle egards op zondagochtend om 11.11 uur op Oeteldonk Centraol. Na de ontvangst op het station begeleidt een bonte stoet van carnavalsclubs het gezelschap te voet naar het stadhuis.
De organisatie van de belangrijkste gebeurtenissen tijdens de carnavalsdagen, maar ook de carnavaleske activiteiten daarbuiten, is in handen van de 'Vereniging De Oeteldonksche Club van 1882'. Deze wordt geleid door de Ministerraad. Oeteldonk kent daarom geen Raad van Elf. Niet in een driedelig zwart pak gekleed en prinsensteek, maar gewoon een blauwe kiel en als hoofddeksel een zwarte ministerssteek.
De vereniging is in 2006 ontstaan door fusie van de 'Stichting Oeteldonksche Club van 1882' en de 'Federatie van Carnavalsverenigingen Oeteldonk van 1968'.


Tijdens het Oeteldonkse carnaval zijn er ook een aantal hoofdrolspelers. Deze zijn:
De 'Oliebollenfantenbaby' is een baby die geboren is in Oeteldonk op de zaterdag voor carnaval. Op carnavalsmaandag wordt de baby doorgaans aangegeven bij de burgerlijke stand van Oeteldonk, waarbij aangegeven wordt dat de baby in de stad 's-Hertogenbosch is geboren. De oliebollenfantenbaby's worden bezocht door de jeugdprins van Oeteldonk, vergezeld met 'nne kromme èrrum (mand met cadeautjes). Het oeteldonks carnaval wordt als het ware met de paplepel ingegoten, immers om een echte Oeteldonker te zijn, moet je er vroeg bij zijn.

Oeteldonk heeft een eigen volkslied dat wordt gespeeld en/of gezongen tijdens officiële Oeteldonkse gebeurtenissen. Het is in 1884 geschreven door Veldwachter „Driek Pakaon” en gecomponeerd door Hofkapelmeester „Hanes Krassert”, een pseudoniem voor Martinus Bouman. Het bestaat uit drie coupletten, maar alleen het eerste wordt gezongen bij officiële gelegenheden: zoals aankomst van de Prins op Oeteldonk Centraol, start van Oeteldonkse activiteiten en bij binnenkomst van Prins Amadeiro Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz. enz. enz..
Het is goed gebruik dat de Oeteldonkers daarbij hun pet/hoofddeksel afzetten.
Op zondagochtend in Oeteldonk Centraol wordt aanvullend op het eerste couplet het Prinsenlied (het wordt Solo door de Hoftroubadour gezongen, begeleid door de Hofpianist) ten gehore gebracht. Officieel tussen de 2e en 3e strofe (al worden die nauwelijks gezongen).
1e couplet
O, Pronkjuweel van heel deez’ Aard,
Ons dierbaar Oeteldonk,
Door niets en nimmer evenaard,
Geen naam, die schooner klonk! (bis)
Waar is op gansch het wereldrond
Een watervrij moeras,
Zóó schoon als, waar onz’ wieg eens stond,
De Oeteldonksche plas ? (bis)
2e couplet
Wat vruchtb’re akkers, rijk beplant
met knollen en radijs,
Wat bergen van het schoonste zand
in ’t Noordbrabantsch Paradijs ! (bis)
Een wijs bestuur, dat spreekt van zelf,
voegt aan zoo’n lustwarand!
De Oeteldonksche „Raad van Elf”,
wordt gek haast van verstand ! (bis)
Solo (beter bekend als Het Prinsenlied)
Prins Carnaval, ons aller Vorst
Voor U zij onze zang!
O, blijv’ voor Oeteldonk gespaard! (3x)
Nog vele jaren lang.
Als gij U aan uw volk vertoont,
Gaat er een juichkreet op. (bis)
Dan is er feest in Oeteldonk,
’t is feest! (4x)
De vreugde stijgt ten top.
3e couplet
En eens in ’t jaar, met Carnaval,
viert men bij zang en glas,
een jolig, prettig narrenfeest,
in ’t watervrij moeras ! (bis)
Bescherm, O Prins, de Carnaval,
dit Oeteldonksche feest,
Dan heerscht er vreugde overal,
naar lichaam en naar geest ! (bis)