Orizandt

Orizandt, ook geschreven als Orisandt, Orizant en Orisant, was een Nederlands bestuurdersgeslacht. Leden van de familie waren vanaf de zeventiende eeuw werkzaam als onder meer schoolmeester, jurist, schout, baljuw, dijkgraaf, rentmeester en ontvanger. Het geslacht was achtereenvolgens verbonden met ’s-Gravenhage, Willemstad en Klundert. Door huwelijken ontstonden verwantschappen met onder meer de geslachten Van der Lisse, Van Steelandt, Van den Santheuvel, Van Panhuys en Van Oosterzee.

Naam en herkomst

Kaart van Abraham Ortelius uit 1580. Het eiland staat aangegeven als Oresant

De familienaam wordt in verband gebracht met het voormalige eiland Orisant in de Oosterschelde, ten noorden van Noord-Beveland. De naam van het eiland komt in historische bronnen onder verschillende vormen voor, waaronder Woringhesant, Woeringersant, Orisant en Orisandt. Nadat het eiland omstreeks 1639 in de Oosterschelde was verdwenen, bleef de naam voortleven in familienamen als Orisant, Orizandt en Van Orizande.

Welke voorouder de naam aannam en wat diens precieze betrekking tot het eiland was, is niet vastgesteld. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat leden van het geslacht de heerlijkheid of heerlijke rechten van Orisant bezaten of de titel „heer van Orisant” voerden. De gedocumenteerde stamreeks begint met Jan Orizandt de Oude (omstreeks 1610–1685) in ’s-Gravenhage.

Geschiedenis

De stamreeks begint met Jan Orizandt de Oude (omstreeks 1610–1685). Hij was schrijfmeester aan de Latijnse school en later schoolmeester te ’s-Gravenhage. Omstreeks 1636 huwde hij met Catharina Wellens. Waarschijnlijk was hij dezelfde als de onder de naam Joannes Orizant bekende schrijver. Van deze auteur verschenen in 1643 de werken Democritus, belagchende de weereldt en Heraclitus, beschreyende de weereldt. In 1670 en 1672 publiceerde hij bovendien gelegenheidsgeschriften ter ere van stadhouder Willem III.

Zijn zoon Jan Orizandt de Jonge (1638–1705) studeerde rechten en promoveerde in 1656 te Angers in de beide rechten. Hij vestigde zich als advocaat bij het Hof van Holland en was vanaf 1659 kamerling van de prins van Oranje. Later werd hij schout, baljuw en dijkgraaf van Willemstad. Jan Orizandt de Jonge huwde in april 1666 met Angela van der Lisse (1645–1706). Zij was een dochter van de kunstschilder, schepen en burgemeester van ’s-Gravenhage Dirck van der Lisse (1607–1669) en Anna Petronella van der Hoeven. Haar grootvader van moederszijde was Matthijs van der Hoeven, heer van Campen.

Schilderij van Dirck van der Lisse, kunstschilder en burgemeester van ’s-Gravenhage. Zijn dochter Angela huwde Jan Orizandt de Jonge

Hun zoon Lodewijk Orizandt (1672–1720) was ontvanger van de gemene middelen, rentmeester van de domeinen en schepen te Willemstad. Hij was tevens betrokken bij het beheer van de gorzen en aanwassen onder Fijnaart. Op 31 augustus 1698 huwde Lodewijk te Standdaarbuiten met Sabina Agneta van Steelandt (1666–1734), dochter van Willem van Steelandt en Agnes van der Mast. De ondertrouw vond op 16 augustus van dat jaar in Willemstad plaats.

Plattegrond van Willemstad uit 1705. Verschillende leden van de familie Orizandt vervulden er bestuurlijke en financiële functies

Hun dochter Sabina Louisa Orizandt (1701–1772) huwde in 1723 met Henrik van den Santheuvel (1690–1741), lid van de Oudraad en schepen van Dordrecht en schout en rentmeester van Cromstrijen. Sabina Louisa bezat een aanzienlijk aandeel in de gorzen en aanwassen onder Fijnaart. In 1762 namen de eigenaren het Hoge Gors en de Rolleplaat op in een zomerdijk. Deze kleinere, bezomerdijkte polder kreeg de naam Sabinapolder, naar Sabina Louisa Orizandt, omdat zij de grootste aandeelhoudster was en het initiatief tot de bedijking had genomen.

De dochter van Sabina Louisa en Henrik van den Santheuvel, Sabina Henrica van den Santheuvel (1731–1805), huwde in 1751 met de kapitein-ingenieur en cartograaf Michiel Mattheus van Oosterzee (1720–1774), telg uit het geslacht Van Oosterzee. In 1786 besloten de eigenaren tot de bedijking van een groter complex gorzen, rietvelden en weidegronden. De in 1787 voltooide Sabina-Henricapolder werd genoemd naar Sabina Henrica van den Santheuvel, die inmiddels weduwe van Van Oosterzee was.

Lodewijks zoon Jan Engelbert Orizandt (1704–1743) was baljuw, schout en dijkgraaf van Niervaart, het latere Klundert. Hij huwde met Cornelia van Gils. Hun dochter Angela Cornelia Orizandt (1740–1806) trouwde in 1760 met Willem Hendrik van Panhuys (1734–1808), heer van Haeren, schepen van Maastricht en rentmeester-generaal van de domeinen en geestelijke goederen in de landen van Overmaas. Een andere dochter, Agneta Orizandt (1741–1811), huwde Cornelis Jacobus Tieboel, die als stadsarts en schepen werkzaam was.

Met het overlijden van Jan Engelbert Orizandt in 1743 stierf deze Willemstadse familietak in mannelijke lijn uit. Via zijn dochters en zijn zuster Sabina Louisa zette het nageslacht zich voort in onder meer de families Van Panhuys, Tieboel, Van den Santheuvel en Van Oosterzee.

Familiewapen

In de door W.J.F. Juten geraadpleegde familiepapieren wordt een doorsneden wapen beschreven. Het bovenste veld is van goud met een uitkomende zwarte, roodgetongde adelaar. Het onderste gouden veld bevat een rode dwarsbalk en zes blauwe penningen, drie boven en drie onder de balk. Over de scheidingslijn loopt een smalle rode dwarsbalk.

In de familieoverlevering werd dit wapen in verband gebracht met een oudere familie Malfiance. Voor een genealogische aansluiting bij dat geslacht is in de gepubliceerde genealogie echter geen sluitend bewijs gegeven.

Genealogisch overzicht

Onderstaand overzicht bevat uitsluitend naamdragers Orizandt. Echtgenoten zijn op dezelfde regel vermeld om de verbindingen met andere families zichtbaar te maken.

Literatuur