Pauselijk aftreden (abdicatie) is een voorziening die een zittende paus van de Rooms-Katholieke Kerk de mogelijkheid geeft af te treden.
De regeling is beschreven in canon 332 lid 2 van de Codex Iuris Canonici van 1983 en canon 44 lid 2 van de Codex Canonum Ecclesiarum Orientalium. De enige noodzakelijke voorwaarden voor een dergelijk aftreden is dat dit uit vrije wil geschiedt en de wens daartoe duidelijk publiek geuit wordt. Daarbij is het niet noodzakelijk dat het aftreden aanvaard wordt.
Het canoniek recht geeft niet aan bij welk individu of organisatie de paus zijn ontslag moet indienen, hetgeen de paus de mogelijkheid geeft dit te doen bij de Kerk dan wel de gehele wereld. Er zijn echter commentatoren[bron?] die menen dat dit ontslag ingediend moet worden bij het College van Kardinalen.