Pax Sinica (Latijn voor Chinese vrede) duidt op een periode van relatieve regionale vrede en stabiliteit in (Oost-)Azië, gehandhaafd door China als dominante mogendheid. De term is gemodelleerd naar de Pax Romana in de oudheid en aan de Pax Britannica in de 19e eeuw. Doorheen de geschiedenis zijn meerdere periodes van Pax Sinica te onderscheiden die alles bij elkaar bijna tweeduizend jaar zouden overspannen. Sommige waarnemers zien in de opmars van de Volksrepubliek China vanaf de late 20e en vroege 21e eeuw de start van een nieuwe periode van Pax Sinica.
Een eerste periode van Pax Sinica kwam tot stand gedurende de Han-dynastie (202 v.Chr. – 220). In China zelf werd het feodale systeem vervangen door een stabiele, gecentraliseerde overheid en bestonden er periodes van economische welvaart en culturele bloei. Daarnaast wisten de Chinezen de dreiging van de nomadische Xiongnu-krijgers te neutraliseren. Via een expansie naar het westen werd de basis gelegd voor de ontwikkeling van de Zijderoute vanaf de 2e eeuw v.Chr., wat handel en culturele uitwisseling stimuleerde. Politieke instabiliteit vanaf de 3e eeuw maakte een einde aan de Han-dynastie en dus ook aan de Pax Sinica, die zo ongeveer tegelijk met de Pax Romana in Europa ten einde kwam.
De Tang-dynastie (618 – 907) luidde een nieuwe periode van Pax Sinica in, die duurde tot halverwege de 8e eeuw. De heerschappij van de Tangdynastie staat bekend als een gouden tijd in de Chinese geschiedenis. De hoofdstad Chang'an was met zo'n miljoen inwoners de grootste stad ter wereld qua bevolking en gold als een centrum van culturele bloei en kosmopolitisme. Onder meer het boeddhisme vond in die tijd algemeen ingang in de Chinese cultuur. In het westen reikte China door zijn expansie tot het hedendaagse Afghanistan en onderhield het via de Zijderoute goede handelscontacten met onder meer de Sogdiërs. In het oosten nam de interactie met Japan toe. De Tang-dynastie onderhield daarnaast relaties met tot wel 72 tribuutstaten. Halverwege de 8e eeuw verloor China invloed in West-Azië na de verloren Slag om Talas en bracht de An Lushan-opstand de Tang-dynastie op de rand van de afgrond. Hoewel de rebellie uiteindelijk bezworen werd, maakte het conflict een enorm aantal slachtoffers en bleef het centrale gezag sterk verzwakt achter, wat het einde betekende voor deze tweede periode van Pax Sinica.

Ook tijdens de laatste drie Chinese keizerlijke dynastieën was er sprake van Pax Sinica, al is die benaming in het geval van de Yuan-dynastie (1271 – 1368) niet algemeen aanvaard. De Yuan waren een Mongoolse dynastie die China bestuurden toen dat deel uitmaakte van het Mongoolse Rijk. Om die reden wordt het Yuan-bestuur over China veelal beschouwd als een onderdeel van de Pax Mongolica. Ondanks de Mongoolse dominantie was deze periode er ook voor China een van culturele en wetenschappelijke bloei.
Vanaf de Ming-dynastie (1368 – 1644) was er opnieuw sprake van een Pax Sinica. De Ming-periode staat voor het grootste deel bekend als "een van de grootste periodes van ordelijke regering en sociale stabiliteit in de menselijke geschiedenis". Intern werd de stabiliteit gehandhaafd door een extensief bureaucratisch apparaat, extern door een machtige zeevloot onder leiding van Zheng He. Met name op Korea had China toen een erg sterke invloed. Het buitenlandse beleid van de Ming liet zich echter niet karakteriseren door imperialisme, maar door de neiging met zoveel mogelijk staten tribuutrelaties aan te gaan. Na het turbulente einde van de Ming-dynastie werd de Pax Sinica hersteld door de Qing-dynastie (1644 – 1912). Gedurende de 17e en 18e eeuw werd het Qing-bestuur gekarakteriseerd door een enorme bevolkingsgroei en welvaart. Ook maakte China een indrukwekkende territoriale expansie door: in de tweede helft van de 18e eeuw bestuurden de Qing een gebied in Oost- en Centraal-Azië dat qua landoppervlakte tot de vier grootste wereldrijken aller tijden gerekend kan worden. In de negentiende eeuw betekenden de Opiumoorlogen en de Taipingopstand het einde van de interne stabiliteit en de regionale dominantie van China, en dus ook van de Pax Sinica.
Sinds het einde van de 20e en het begin van de 21e eeuw is het communistische China opnieuw aan een opmars bezig. Onder het leiderschap van Deng Xiaoping liberaliseerde de Chinese markt in de jaren 1970 en '80, met de ontwikkeling van een sterk exportgerichte maakindustrie tot gevolg. Intussen is China de belangrijkste handelspartner voor meer dan 120 landen. Dankzij zijn economische groei stijgt de welvaart van de bevolking, maar is het land ook in staat wereldwijd meer invloed te vergaren, bijvoorbeeld via internationale projecten zoals de Nieuwe Zijderoute. Ook is China een invloedrijk lid van de Verenigde Naties en een permanent lid van de VN-Veiligheidsraad. In de Zuid-Chinese Zee stelt China zich steeds assertiever op, wat leidt tot territoriale discussies en spanningen met landen als de Filipijnen, Taiwan, dat China als een afvallige provincie beschouwt, en de Verenigde Staten, dat veel militaire bases in de regio heeft. Ook is China een van de BRICS-landen die zich actief verzetten tegen de unipolaire wereldorde sinds het einde van de Koude Oorlog, geleid door de VS en, bij uitbreiding, het Westen. Met name onder president Xi Jinping streeft China naar een centrale positie in een nieuwe, multipolaire wereldorde. Waarnemers zien in die ambities de totstandkoming van een nieuwe Pax Sinica, als vervanger van de geleidelijk in verval geraakte Pax Americana.