Perkament van Chinon

Het Perkament van Chinon

Het Perkament van Chinon (ook Chinonperkament) is een pauselijk processtuk uit augustus 1308 betreffende het onderzoek naar de leiding van de Orde van de Tempeliers dat bewaard wordt in het Vaticaans Apostolisch Archief. Het document bevat de verslagen van de afzonderlijke verhoren van grootmeester Jacques de Molay en vier andere hoge functionarissen van de orde in het koninklijke kasteel van Chinon. De verhoren werden van 17 tot en met 20 augustus 1308 afgenomen door de kardinalen Bérenger Frédol, Étienne de Suisy en Landolfo Brancacci, die handelden in opdracht van paus Clemens V. Daarnaast bevat het document de absolutie die de Tempeliers van de pauselijke vertegenwoordigers kregen.

Achtergrond

In aanloop naar de arrestaties van de Tempeliers had koning Filips IV van Frankrijk een ontmoeting met Clemens V om advies te krijgen voor de arrestatie van de orde. Hij won eveneens advies in bij zijn eigen raad van prelaten en baronnen. Het resultaat hiervan was dat de koning opdracht gaf om ieder lid van de orde vast te houden en verhoord zouden worden. De arrestaties vonden plaats op de vroege ochtend van vrijdag 13 oktober van het jaar 1307. De Tempeliers werden aangeklaagd wegens ketterij.

De Franse paus Clemens V, geboren Bertrand de Goth.

Tijdens het eerste deel van de verhoren, die plaatsvonden tussen oktober 1307 en juni 1308, was de paus niet in staat om de Tempeliers zelf te verhoren. Filips IV beargumenteerde dat de pauselijke verhoren overbodig zouden zijn. Om dit toch voor elkaar te krijgen moest de paus bijna een jaar lang een diplomatieke strijd leveren. De Tempeliers waren een religieuze orde en daardoor vielen ze niet onder de jurisdictie van de koning, maar van de paus. Desondanks besloot Filips IV om zijn gevangenen niet aan de paus uit te leveren. Clemens beargumenteerde dat geen enkele rechtelijke uitspraak hem in deze kwestie mocht worden aangeboden voordat hij zelf de zaak had kunnen onderzoeken. Uiteindelijk besloot Filips IV in juni 1308 om de paus toegang te geven tot zijn gevangenen.

Hierop werden in totaal 72 gevangenen uit Parijs per konvooi overgebracht naar het pauselijk hof in Poitiers. Deze groep gevangenen bestond voornamelijk uit afvalligen of lage sergeanten. Het onderdeel van de konvooi waartoe Jacques de Molay en de vier andere hoge bestuurders behoorde ging niet verder dan Chinon, waar ze werden vastgezet in het koninklijke kasteel van Chinon. De gevangenen die wel in Poitiers waren aangekomen werden tudden 28 juni en 1 juli door een pauselijke commissie verhoord. Op 2 juli verleende Clemens V absolutie aan hen die bekend hadden en om vergeving hadden gevraagd.

Verhoren in Chinon

Tussen 17 en 20 augustus verhoorde de pauselijke commissie, bestaande uit de kardinalen Bérenger Frédol, Étienne de Suisy en Landolfo Brancacci de Tempeliers die gevangen zaten in Chinon:

De Tempeliers werden een voor een voorgeleid voor de commissie. Raimbaud van Caron gaf toe Christus eenmaal verloochend te hebben; Geoffrery van Charney gaf toe een crucifix te hebben ontheiligd, eveneens als Hugo van Pairaud. Ook grootmeester Jacques de Molay erkende de verloochening van Christus. Alle vijf vroegen ze om absolutie en verkregen die van de commissie. Ondanks hun absolutie bleven ze vastzitten, want de pauselijke commissie die onderzoek deed naar de corruptie van de orde moest nog aan hun werk beginnen.

Nasleep

Op 22 maart 1312 maakte Clemens V tijdens het Concilie van Vienne een nieuwe pauselijke bul bekend, Vox in excelso, waarin de orde werd opgeheven. Tijdens een publieke sessie op 3 april proclameerde de paus de opheffing van de Tempeliers en las hij de bul voor aan het publiek. In een andere bul, Ad providam Christi, maakte de paus bekend dat het eigendom van de orde over ging aan de Hospitaalridders, behalve de bezittingen in Castilië, Aragon, Portugal en Majorca.

Ontdekking en publicatiegeschiedenis

Al vóór de identificatie van het perkament was uit andere middeleeuwse bronnen bekend dat pauselijke gezanten de Tempelierleiders in Chinon hadden ondervraagd. Onder meer pauselijke registers en een bericht aan de Franse kroon bevatten aanwijzingen voor deze procedure. De Italiaanse paleograaf en archivaris Barbara Frale identificeerde het document in 2001 tijdens onderzoek in het Vaticaanse archief. De gebeurtenissen in Chinon waren voordien niet geheel onbekend: andere bronnen maakten reeds melding van de pauselijke ondervraging van de leiders van de Tempeliers en van hun absolutie. Het door Frale geïdentificeerde document verschafte echter rechtstreeks bronnenmateriaal over deze verhoren.

In 2007 publiceerden het toenmalige Vaticaans Geheim Archief en uitgeverij Scrinium een facsimile-uitgave van documenten uit het pauselijke proces onder de titel Processus contra Templarios. De prefect van het Vaticaanse archief, Sergio Pagano, stelde bij de presentatie dat de editie in de eerste plaats een wetenschappelijke bronnenpublicatie was en niet moest worden beschouwd als een kerkelijke rehabilitatie van moderne organisaties die zich op de middeleeuwse Tempeliers beroepen.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Perkament van Chinon van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.