| Phaeodarea | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| "Phaeodaria" uit Kunstformen der Natur Ernst Haeckel, 1904 | ||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||
| ||||||||
| Subfylum | ||||||||
| Phaeodarea Haeckel, 1879 | ||||||||
| ||||||||
Phaeodarea of Phaeodaria vormen een groep eencellige, amoeboïde protisten binnen de Cercozoa. Ze komen wereldwijd voor in zee, de meeste op grote diepte. Ze hebben straalvormige uitlopers en complexe verkiezelde skeletjes. Sommige soorten kunnen vrij groot worden, tot wel honderden micrometers. Er zijn ruwweg 400–500 soorten bekend, maar de werkelijke diversiteit is veel groter.
In oudere biologische indelingen worden ze vaak samen met andere stralendiertjes ondergebracht bij de Radiolaria. Echter, uit moleculair onderzoek blijkt dat ze evolutionair gezien geen directe verwanten zijn en een aparte groep vormen.
Phaeodarea beschikken vaak over complexe, poreuze skeletjes gemaakt van kiezelzuur (silica) en andere organische stoffen. Sommige soorten zijn zo groot dat ze met het blote oog zichtbaar zijn. Binnenin de cel bevindt zich een dichte massa donker, korrelig cytoplasma, het phaeodium (van het Oudgriekse φαιός phaiós, wat 'donker, troebel' betekent), dat voornamelijk onverteerde afvaldeeltjes bevat.
Het mineraalskelet wordt ook wel 'scleracoma' genoemd. Het bestaat meestal uit spicula of holle silicaatstaafjes die met elkaar verbonden zijn door organisch materiaal. Deze structuren hebben een grote vormenrijkdom. De skeletjes breken relatief gemakkelijk af en fossiliseren nauwelijks.
Ze komen wereldwijd voor in de oceanen. Hoewel ze in de bovenste waterlagen (fotische zone) kunnen leven, zijn vele soorten aangepast aan grote dieptes (tussen de 4000 en 8000 meter diep). In tegenstelling tot veel echte radiolariën bevatten ze doorgaans geen symbiotische algen. De ecologische rol is nog slecht in kaart gebracht, maar duidelijk is dat ze deel uitmaken van het mariene voedselweb als heterotroof zoöplankton.
Historisch werden Phaeodarea tot de radiolariën gerekend, vooral vanwege hun stralende pseudopodiën, centrale kapsel en silica-achtige skeletten. Fylogenetische analyses hebben duidelijk gemaakt dat Phaeodarea niet verwant zijn aan de klassieke radiolariëngroepen zoals Polycystinea en Acantharea. De 'echte' radiolariën worden tegenwoordig meestal binnen de Retaria geplaatst, terwijl Phaeodarea tot de Cercozoa behoren. Beide groepen vallen wel binnen de grotere clade Rhizaria. De algemene classificatie bevat vier subtaxa.