Pierre Perrin

Pierre Perrin
Persoonsgegevens
Ook bekend als Abbé Perrin
Geboortedatum circa 1620
Geboorteplaats Lyon
Overlijdensdatum 26 april 1675 (begraafdatum)
Overlijdensplaats Parijs
Opleiding en beroep
Beroep(en) dichter
librettist
Oriënterende gegevens
Stijl(en) opera
Bekende werken Pomone
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

Pierre Perrin (Lyon, circa 1620 - Parijs, 26 april 1675), ook bekend als Abbé Perrin, was een Franse dichter en librettist. Hij wordt samen met componist Robert Cambert beschouwd als de grondlegger van de Franse opera.

Levensloop

Over Perrins jeugd is niets bekend. Hij was omstreeks 1645 actief in Parijs en trouwde in 1653 met de 61-jarige weduwe La Barroire. Zij leende grote sommen geld zodat Perrin de functie van Introducteur des ambassadeurs aan het hof van Gaston d'Orléans kon kopen. Hoewel het huwelijk weer ongedaan werd gemaakt en La Barroire kort daarna overleed, bleef Perrin opgezadeld met haar schulden. Hij zou hier de rest van zijn leven nog last van hebben.

Pastorales en gevangenschap

Vanaf het midden van de jaren 50 was Perrin actief als schrijver van lyrische poëzie. Hij voorzag hofcomponisten van teksten waar zij muziek op konden schrijven. Hij maakte op deze manier kennis met de componist Robert Cambert met wie hij de Pastorale d'Issy schreef. Deze pastorale in vijf aktes werd in april 1659 opgevoerd in Issy en vervolgens te Vincennes voor koning Lodewijk XIV, koningin Anna en kardinaal Mazarin. De kardinaal was dermate enthousiast dat hij Cambert en Perrin liet weten hen in de toekomst van nieuwe opdrachten te voorzien. Overigens had Perrin de uitvoeringen van Pastorale d'Issy zelf niet bij kunnen wonen: hij zat namelijk al sinds 23 januari 1659 gevangen in Saint-Germain des Prés wegens zijn schulden en zou pas op 24 september weer vrijkomen.

Het Hôtel de Nevers (1646)

Perrin zat overigens niet stil tijdens zijn gevangenschap. Zo schreef hij een uiteenzetting over zijn ervaringen en zijn ideeën over Franstalige opera's aan kardinaal Della Rovere, die hij kende van het hof van Gaston d'Orléans. Ook schreef Perrin tijdens zijn gevangenschap - waarschijnlijk in de periode mei-september en op verzoek van kardinaal Mazarin - het libretto voor een nieuwe pastorale: Ariane, ou Le mariage de Bacchus. De muziek werd wederom gecomponeerd door Cambert. In Mazarins Hôtel de Nevers te Parijs vonden vervolgens de repetities plaats voor Ariane, maar het zou nooit tot een publieke voorstelling komen. De aandacht voor Ariane was in de tussentijd namelijk verslapt vanwege de opera Ercole amante van Francesco Buti en Francesco Cavalli, die door Mazarin in 1659 was besteld ter ere van het koninklijk huwelijk in 1660. Daarnaast overleed in februari 1660 Gaston d'Orléans, vond in juni 1660 het huwelijk van koning Lodewijk met Maria Theresia plaats en stierf in maart 1661 beschermheer Mazarin.

Perrin had tevens geprobeerd om een concessie te verwerven voor operaproducties in Frankrijk. Hierin werkte hij samen met Cambert en Alexandre de Rieux, markies van Sourdéac. Ook dit plan kwam niet tot een resultaat.

In 1660 schreef Perrin nog de tragedie La mort d'Adonis, met muziek van Jean-Baptiste Boësset. Slechts enkele fragmenten zijn daadwerkelijk opgevoerd. Na het mislukken van Ariane richtte Perrin zich vooral op religieuze teksten voor de koninklijke kapel. Verder schreef hij wereldlijke teksten die Boësset op muziek zette voor de koningin.

Académies d'opéra

In 1666 stuurde Perrin een collectie met zijn lyrische teksten, genaamd Recueil de paroles de musique, naar minister Jean Baptiste Colbert. In het voorwoord van de collectie gaf hij een toelichting op zijn ideeën over muziek. Ook speelde hij in op nationale gevoelens door te schrijven dat de koning juist de oprichting van een Franstalig operagezelschap zou moeten steunen.

Eerste pagina van Pomone

Perrin kreeg uiteindelijk op 28 juni 1669 van koning Lodewijk XIV de concessie voor het oprichten en exploiteren van een operagezelschap. De concessie voor deze Académies d'opéra werd verstrekt voor een periode van twaalf jaar.

Repetities

Aanvankelijk wilden Perrin en Cambert openen met Ariane, ou le Mariage de Bacchus. Er werd vijf maanden lang geoefend. Begin december 1669 begonnen Perrin en Cambert echter te schrijven aan een nieuwe opera: Pomone. Ze besloten dat dit de opera moest worden werd ter ere van de officiële opening. Ook werden de markies van Sourdéac en de vermogende Laurent Bersac (ook wel Champeron genoemd) bij de onderneming betrokken: zij verzorgden de financiële ondersteuning.

De repetities voor Pomone vonden plaats in 1670, onder andere in het Hôtel de Nevers. De tennisbaan Jeu de paume du Béquet werd afgehuurd om daar de publieke voorstellingen te gaan organiseren, maar politiefunctionaris La Reynie verbood het om deze tennisbaan voor dit doel te gebruiken. Sourdéac en Champeron wisten uiteindelijk op 8 oktober een andere tennisbaan, namelijk Jeu de paume de la Bouteille, af te huren. Deze tennisbaan werd vervolgens vijf maanden lang verbouwd door Henri Guichard, zodat er een echt theater ontstond.

Première

De première van Pomone vond plaats op 3 maart 1671. De opera werd een succes en zou uiteindelijk acht maanden draaien, met 146 uitvoeringen. Deze opera wordt beschouwd als de eerste echte opera van Franse origine. De winsten verdwenen echter vooral in de zakken van Sourdéac en Champeron, terwijl de zangers maandenlang niet betaald kregen en Perrin steeds verder in de financiële problemen geraakte. Ook waren er klachten over wangedrag door Sourdéac, Champeron en zijn broer Fondant richting de zangeressen.

Gevangenis

De financiële problemen leidden ertoe dat Perrin op 5 juni 1671 in de gevangenis belandde. Hij kwam op 17 augustus weer vrij maar werd de 29e weer gevangen gezet, tot begin september.

Hij verkocht noodgedwongen begin augustus een deel van de operaconcessie aan componist Sablières. Eind november maakten Perrin, Sablières en diens librettist Guichard nieuwe afspraken over de verdeling van de concessie.

Einde van het operagezelschap

Op 13 maart 1672 kreeg Perrin bezoek van de componist Jean-Baptiste Lully, die hem ervan overtuigde om de gehele concessie aan hem over te dragen. Op 29 maart was de overdracht een feit en kreeg Lully de concessie in bezit. Hij zou het operagezelschap omdopen tot Académie royale de Musique.

In de tussentijd hadden Sourdéac en Champeron een nieuwe opera geprogrammeerd: Les Peines et les plaisirs de l'Amour, gecomponeerd door Cambert (die praktisch gezien in dienst was van Sourdéac en Champeron) op een libretto van Gabriel Gilbert. In februari of maart 1672 vond de première plaats. Uiteindelijk kwam er vanwege de nieuwe concessie aan Lully noodgedwongen een einde aan deze opvoeringen: het theater Jeu de paume de la Bouteille diende namelijk op last van minister Colbert per 1 april 1672 te worden gesloten. Lully nam het merendeel van de zangers en zangeressen over van Perrins gezelschap, terwijl hij voor zijn eigen opvoeringen uitweek naar de Jeu de paume du Béquet.

Laatste levensjaren

Perrin had in ruil voor het afstaan van de concessie in 1672 een pensioen gekregen. Ook ontving hij een bedrag waarmee hij zijn schulden kon afbetalen. Zijn loopbaan in het theater was echter voorbij. Hij overleed in april 1675 te Parijs.

Betekenis

Pierre Perrin was een groot voorstander van het vestigen van een eigen operatraditie in Frankrijk. Volgens hem schortte er namelijk van alles aan de Italiaanse opera: in een brief aan de aartsbisschop van Turijn in 1661 noteerde hij negen problemen, waaronder het gebrek aan balans tussen de muziek en de gesproken delen. Hij herhaalde zijn standpunten in 1669 in zijn schrijven Recueil de paroles de musique aan minister Jean Baptiste Colbert.

Het werk van Pierre Perrin sloot dan ook duidelijk aan bij de Franse theatertraditie. Waar de Italiaanse opera werd gekenmerkt door verhalen vol drama en intriges, volgde Perrin het pastorale toneelstuk, met eenvoudige verhaallijnen waarin het overbrengen van emoties middels woorden en muziek voorop stond. Zijn libretto's bestaan uit een mengeling van muziek en ballet, voorafgegaan door prologen waarin koning Lodewijk XIV uitvoerig wordt geprezen. Ook het gebruik van speciale effecten en bijbehorende ingewikkelde apparatuur passen goed bij de toenmalige Franse toneeltraditie.

Er was wel stevige kritiek op het dichtwerk van Perrin en het werd soms zelfs belachelijk gemaakt. Zo was het publiek niet erg gecharmeerd van de teksten in Pomone: de simpele rijmpjes, het eenvoudige taalgebruik en het op vreemde momenten toepassen van komische noten kon menig luisteraar niet bekoren.

Hoewel Perrin een belangrijke rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van de Franse opera en ook waardevolle publicaties over muziek heeft geschreven, is hij altijd onderbelicht gebleven. Zijn gebrek aan zakelijk inzicht en mensenkennis, in combinatie met de kritiek op zijn dichtkunsten, zullen hier aan ten grondslag hebben gelegen.