Prinsentheater

VRIJDAG Prinsentheater
Adres Noorderbuitensingel 11Bewerken op Wikidata
Coördinaten 53° 14′ NB, 6° 34′ OL
Type amateurtheaterpodium
Officiële website
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Het VRIJDAG Prinsentheater was een amateurtheaterpodium in de stad Groningen voor toneel, kleinkunst, dans en muziek. Het theater was gevestigd in een voormalige gereformeerde lagere school aan de Noorderbuitensingel 11.

In de jaren '60 bood het onderdak aan de S. van der Veen-school en in de jaren '80 was het een locatie van het Conservatorium. Vanaf 1984 werd het pand verhuurd aan de Stichting Provinciaal Steunpunt amateuristische kunstbeoefening en kunstzinnige vorming (SPOT) en werd het dus een theater.

In het najaar van 1988 werd het pand als Prinsentheater in gebruik genomen. Gedurende vier jaar daarvoor was de organisatie van het theater actief aan het Boterdiep (1984-1986, later Platformtheater) en Prinsenstraat 11 (1986-1988), in een pand dat inmiddels niet meer bestaat. Van de locatie aan de Prinsenstraat is de naam afkomstig. Men deelde het pand aan de Noorderbuitensingel met SPOT, dat sinds 1984 in het pand zat.

Vanaf juni 2014 was VRIJDAG, het centrum voor theater, muziek en beeldende kunst, de uitbater. In het najaar van 2025 maakte het kunstencentrum bekend verder te gaan onder de naam Tumult. Op 27 juni 2026 nam VRIJDAG afscheid van het Prinsentheater omdat er een nieuwe locatie werd geopend aan de Sint Jansstraat. Het pand aan de Noorderbuitensingel werd daarmee verlaten als locatie van de organisatie. Vermoedelijk zal zich een woningcoöperatie in het pand vestigen.

Doelgroep en voorstellingen

De doelgroep van het theater was volwassenen, jongeren en kinderen. De voorstellingen liepen van drama tot absurde komedie, van ijzersterke, kwalitatief zeer hoogstaande en in den lande bejubelde producties, tot de eerste, aarzelende, goed bedoelde stappen van beginnende theatermakers op het Open Podium.

Over het algemeen organiseerde het Prinsentheater alleen voorstellingen in de weekenden (vrijdag, zaterdag en zondag) en in de schoolvakanties (met uitzondering van de zomervakantie).

Activiteiten

Het theater bood onderdak aan jaarlijks terugkerende evenementen als de voorronde voor de Dag van het Levenslied (op Moederdag in Nijmegen) en verschillende theaterfestivals.

Amateurtheatergezelschappen uit stad en provincie konden het theater huren om hun kunsten te vertonen. Het theater ontplooide ook eigen activiteiten: in samenwerking met Theaterwerk NL waren er maandelijks voorstellingen te zien uit het Landelijk Theater Circuit. De eerste zondag van iedere tweede maand was voor het Open Podium en elke vierde zondag van de maand werd er een kindervoorstelling geprogrammeerd.

Vrijwilligers

Het Prinsentheater werkte vooral met vrijwilligers, die onderverdeeld waren in twee teams: het barteam en het techniekteam.

Aanbod

Het theateraanbod van het theater was ruwweg te verdelen in drie categorieën: eigen programmering, verhuur en festivals.

Eigen programmering

De eigen programmering werd verzorgd door theatergezelschappen die hun kwaliteiten ruimschoots hebben bewezen. Zo haalde het Prinsentheater maandelijks via Theaterwerk NL het beste binnen wat er op nationaal amateurtheaterniveau te bieden is. Na deze circuitvoorstellingen volgde altijd een nabespreking, waarbij het publiek en de uitvoerenden onder leiding van de Provinciaal Theater Adviseur van gedachte konden wisselen (een must voor spelers die hun eigen spel wilden verbeteren).

Festivals

Ook organiseerde het Prinsentheater tweemaandelijks een Open Podium waar beginnende en gevorderde theatermakers hun nieuwe programma toonden.

Verder waren er jaarlijks terugkerende evenementen, zoals het Smartlappenfestival en het openingsfestival van het GCA (Gronings Centrum voor Amateurtoneel).

Verhuur

Daarnaast werd het Prinsentheater verhuurd. Meer dan honderd keer per seizoen stapten Groningse amateurtheatergezelschappen op het toneel om hun nieuwste stukken aan het publiek te tonen.

Zalen

Het Prinsentheater had twee theaterzalen, de Grote Zaal en de Kleine Zaal, beide met 85 zitplaatsen. Beide zalen waren technisch professioneel uitgerust, waarbij de apparatuur in de Grote Zaal uitgebreider was. Alleen de Kleine Zaal had een airco.

Techniek

De hoogte van de zaal was 4,65 meter (vloer tot grid) en het speeloppervlak was 7,5 meter breed bij 8 meter diep, omgeven door donkerblauw theaterdoek. Het achterdoek hing aan een rail en het zijdoek aan het grid. Er waren drie opkomsten mogelijk: langs het midden van het achterdoek, linksachter en rechtsachter van het speelvlak.

Er waren vier poten en een horizondoek beschikbaar. Een piano, beamer, rookmachine en een balletvloer waren tegen een kleine vergoeding beschikbaar. De grootte van de deuren was 1,70 meter breed bij 2,40 meter hoog waarmee bij de aanvoer van decor rekening gehouden moest worden.