| Richard Nitsch | ||||
|---|---|---|---|---|
| Geboren | 1 november 1908 Tostedt-Todtgüslingen, Duitse Keizerrijk | |||
| Overleden | 1990 | |||
| Land/zijde | ||||
| Onderdeel | ||||
| Dienstjaren | 1940 - 1945 | |||
| Slagen/oorlogen | Tweede Wereldoorlog | |||
| ||||
Richard Heinrich Georg Nitsch (Todtgüslingen (Nedersaksen), 1 november 1908 – 1993) was een Duitse politiebeambte tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was als Gestapo-agent namens de Sicherheitspolizei (SiPo) werkzaam in Limburg en verantwoordelijk voor de dood van een groot aantal mensen.
Nitsch was de zoon van een spoorwegwerker. Hij groeide op in een gezin met drie broers en twee zussen. Nitsch werkte eerst zeven jaar in een winkel, voordat hij een baan kreeg bij de spoorwegpolitie. Hij controleerde de papieren van passagiers op de lijn Bentheim-Osnabrück-Hannover. In 1932 werd hij lid van de NSDAP die een jaar later met Adolf Hitler aan het hoofd de macht greep. In 1935 werd Nitsch benoemd tot Kriminalassistent Anwärter bij de grenspolitie. Hij hield zich bezig met de contraspionage in het grensgebied. Via contacten bij de NSB ontving hij informatie over communistische en Joodse aangelegenheden.
Na de Duitse inval in Nederland werd hij door de Sicherheitspolizei gestationeerd in Arnhem. De organisatie stond daar nog in de kinderschoenen en er was voor Nitsch niet heel veel werk. Van oktober 1940 tot april 1941 had hij dienst in Enschede. Daar hield hij zich namens de SiPo bezig met het toezicht op de op dat moment nog legale politieke partijen. Zijn volgende post was bij de SiPo in Maastricht. In de jaren daarna groeide hij uit tot een van de beruchtste nazi's binnen Limburg.
De Duitser was een berucht ondervrager en mishandelde veel van zijn gevangenen. Hij gebruikte op steeds meer gevangenen geweld naarmate de oorlog vorderde. Hij ging daarin zelfs zover dat hij de Duitse regels op dat punt overschreed. Dat kon hij doen omdat er vanuit het hoofdkwartier van de Reichssicherheitshauptamt in Den Haag weinig toezicht was op de buitenposten zoals Maastricht, dat tot een van de zes buitenposten in Nederland behoorde. Verder werd Nitsch door zijn chef Max Strobel waarschijnlijk aangemoedigd om geweld te gebruiken. Een laatste verklaring is dat de werkdruk sterk toenam. De Duitsers kregen steeds minder medewerking van de Nederlandse politie, terwijl het verzet juist steeds actiever werd.
Nadat Limburg was bevrijd week Nitsch in november 1944 uit naar Friesland. Op 22 mei 1945 gaf hij zich in IJmuiden over aan de Canadezen. Het duurde tot juni 1946 voordat men ontdekte dat gevangene Nitsch wel erg veel op zijn kerfstok had. Vanuit een Duits krijgsgevangenkamp in Esterwegen werd hij naar Nederland getransporteerd.
In Nederland hoorde Nitsch in een rechtszaak bij het Bijzonder Gerechtshof in Maastricht de doodstraf tegen zich eisen. Hij werd uiteindelijk veroordeeld tot levenslang vanwege negen opgelegde executies en meerdere folteringen. Zijn straf werd in april 1959 omgezet naar 22 jaar en negen maanden. Het jaar daarop werd hij vrijgelaten en als "ongewenst vreemdeling" uitgezet naar de Bondsrepubliek. Dit paste binnen het Nederlandse beleid, waarbij de meeste oorlogsmisdadigers voortijdig werden vrijgelaten. Kort na zijn vrijlating trok hij samen met zijn vrouw in bij zijn zoon, die in Bad Bentheim woonde. Hij overleed in 1993, waarschijnlijk aan een stofwisselingsziekte waar hij al een aantal jaar aan leed.
Nitsch was getrouwd met Gesine ten Thoren. Samen kregen zij een zoon en een dochter.
Nitsch was betrokken bij meerdere executies en schoot eigenhandig meerdere mensen dood. Hieronder staat een lijst met incidenten waar Nitsch bij betrokken was. Deze lijst is niet volledig.