| Rob Reneman | ||||
|---|---|---|---|---|
| Persoonlijke gegevens | ||||
| Volledige naam | Robert Servaas Reneman | |||
| Geboortedatum | 8 augustus 1935 | |||
| Geboorteplaats | Amsterdam | |||
| Nationaliteit | ||||
| Academische achtergrond | ||||
| Alma mater | Universiteit van Amsterdam Universiteit Utrecht | |||
| Proefschrift | The anterior tibial compartment syndrome of the leg (1968) | |||
| Promotor | P.R. Michaël | |||
| Wetenschappelijk werk | ||||
| Vakgebied | Fysiologie en anesthesiologie | |||
| Universiteit | Universiteit Maastricht | |||
| Soort hoogleraar | Emeritus hoogleraar | |||
| Erkenning en lidmaatschap | ||||
| Ambt | hoogleraar | |||
| Lid van | Academia Europaea (1989) Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (1990) | |||
| Functies | ||||
| 1999–2002 | President van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen | |||
| ||||
Robert Servaas (Rob) Reneman (Amsterdam, 8 augustus 1935) is een Nederlands fysioloog, anesthesioloog en emeritus hoogleraar aan de Universiteit Maastricht (tot 1996 Rijksuniversiteit Limburg). Reneman was in 1974 de eerste hoogleraar fysiologie aan de toen pas opgerichte medische faculteit in Maastricht. Hij verwierf internationale bekendheid als grondlegger van het Cardiovascular Research Institute Maastricht (CARIM) en diende van 1999 tot 2002 als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).
Rob Reneman groeide op in een naar eigen zeggen "gegoede Amsterdamse volksbuurt" (Oud-West, later Rivierenbuurt), als enig kind in een middenstandsgezin waarvan de vader jong overleed. Zijn kindertijd viel deels samen met de Tweede Wereldoorlog. Hij bezocht een gereformeerde lagere school, wat hem al vroeg deed twijfelen over het geloof.
Hij genoot zijn wetenschappelijke opleiding aan de Universiteit van Amsterdam (destijds aangeduid als Gemeentelijke Universiteit), waar hij in 1961 zijn artsexamen behaalde en zich aansluitend bekwaamde in de fysiologie. Vervolgens specialiseerde hij zich in de anesthesiologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht, een specialisatie die hij in 1966 voltooide. Van 1966 tot 1970 was hij als anesthesioloog verbonden aan de afdeling cardiochirurgie van het Academisch Ziekenhuis Utrecht.
In 1968 promoveerde hij in Utrecht bij Pieter Roelof Michaël op een proefschrift over compartimentsyndromen (bloedcirculatiestoornissen) in het onderbeen. Tussen 1970 en 1972 verbleef Reneman in de Verenigde Staten voor een verdiepende training in de fysiologie en bio-engineering aan het Virginia Mason Research Center en de Universiteit van Washington in Seattle.
Na zijn terugkeer uit de Verenigde Staten trad hij in 1972 in dienst bij de Janssen Research Foundation, de onderzoeksdivisie van Janssen Pharmaceutica in het Belgische Beerse. Onder leiding van Paul Janssen gaf hij als hoofd van de afdeling Life Sciences leiding aan een multidisciplinair team van circa zestig onderzoekers. In 1974 werd hij benoemd tot de eerste hoogleraar fysiologie aan de nog in oprichting zijnde medische faculteit van de Rijksuniversiteit Limburg (nu Universiteit Maastricht), een functie die hij tot 1999 bleef uitoefenen. Van 1985–1999 bekleedde hij dezelfde functie deeltijds aan de Technische Universiteit Eindhoven.
In 1988 was Reneman de drijvende kracht achter de oprichting van het Cardiovascular Research Institute Maastricht (CARIM), waarvan hij tot 1999 de eerste directeur was. Hij realiseerde hiermee een voor die tijd vernieuwend organisatiemodel waarin fundamentele wetenschappers en clinici uit verschillende disciplines intensief samenwerkten aan hart- en vaatziekten. Onder zijn leiding groeide CARIM uit tot een internationaal gerenommeerd onderzoeksinstituut dat toponderzoekers naar Maastricht haalde en dat model stond voor de latere onderzoeksscholen in Nederland.
Naast zijn werk in Maastricht bekleedde Reneman diverse andere functies in het wetenschappelijk veld. Zijn expertise op het gebied van onderzoeksmanagement leidde er tevens toe dat hij tussen 1999 en 2002 de rol van president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) vervulde, waar hij zich inzette voor de versterking van de positie van de Nederlandse wetenschap in internationaal verband. Nadat hij op 67-jarige leeftijd afscheid had genomen van de KNAW keerde hij terug naar Maastricht waar hij als emeritus hoogleraar met een nulaanstelling weer aan de slag ging, hetgeen hij enkele jaren combineerde met een bijzonder hoogleraarschap in Leiden (leeropdracht: organisatie van biomedisch onderzoek).. In 2014 was hij nog volop actief bij CARIM, onder andere bij de begeleiding van jonge onderzoekers. Ook daarna bleef hij betrokken, hoewel mobiliteitsproblemen vanaf circa 2022 hem parten gingen spelen.
Het wetenschappelijk werk van Reneman richt zich primair op de dynamiek van het hart en de bloedvaten, met een specifieke focus op de microcirculatie en de mechanica van de vaatwand. Hij leverde belangrijke bijdragen aan de ontwikkeling van niet-invasieve meettechnieken, waaronder het gebruik van echografie en dopplertechnieken om bloedstroomsnelheid en vaatwandvervorming in kaart te brengen. Zijn onderzoek combineerde fundamentele fysiologie met klinische toepassingen, waarbij hij nauw samenwerkte met technici om medische instrumentatie te verbeteren.
Reneman is sinds 1959 gehuwd en heeft vijf kinderen, waarvan er anno 2014 twee waren overleden. Zijn echtgenote Wijnanda van Golberdinge ontmoette hij voor het eerst op zevenjarige leeftijd in haar toenmalige woonplaats Geleen, waar Renemans ouders tijdens de oorlog geregeld op bezoek gingen. Later studeerden ze samen in Amsterdam, waar zij een opleiding tot operatieassistent volgde. Na zijn emeritaat bleven de Renemans in Maastricht wonen, met hun hond Femke. In een interview gaf Reneman te kennen dat zijn hart in Amsterdam ligt, maar dat Maastricht een acceptabel alternatief is − volgens hem het enige in Nederland.
Voor zijn wetenschappelijke en bestuurlijke verdiensten ontving Reneman verschillende eervolle onderscheidingen en benoemingen:
Rob Reneman heeft tientallen wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. Hieronder een selectie van de belangrijkste publicaties van Reneman op het gebied van cardiovasculaire fysiologie en meettechnieken. Sommige titels zijn online te raadplegen.