| Rodelinda | ||||
|---|---|---|---|---|
Titelblad van het libretto | ||||
| Oorspronkelijke taal | Italiaans | |||
| Componist | Georg Friedrich Händel | |||
| Libretto | Nicola Haym | |||
| Eerste opvoering | 13 februari 1725 | |||
| Catalogus | HWV 19 | |||
| ||||
Rodelinda (voluit: Rodelinda, regina de' Longobardi) is een Italiaanstalige opera in drie aktes van de Duitse componist Georg Friedrich Händel naar een libretto van Nicola Haym. De première vond plaats op 13 februari 1725.
Händel had de muziek op 20 januari 1725 gereed. Het was hiermee zijn derde grote opera die hij in slechts twaalf maanden tijd had geschreven en de zevende opera voor de Royal Academy of Music. De première vond op 13 februari plaats in het King's Theatre te Londen. De opera bleek succesvol en er werden in totaal veertien voorstellingen gegeven, met de laatste op 6 april. In feite hadden het er vijftien kunnen zijn, ware het niet dat één voorstelling werd geannuleerd wegens de zieke zanger Senesino.
Händel publiceerde in mei de volledige muziek van Rodelinda, waarbij hij voor het eerst de kosten geheel kon afdekken met abonnees die zich voor de publicatie hadden ingeschreven. Onder de abonnees waren librettist Charles Jennens en theaterdirecteur John Rich.
Op 18 december verzorgde Händel nog eens acht voorstellingen, waarbij hij enkele aanpassingen had doorgevoerd. De laatste voorstelling vond plaats op 11 januari 1726.
Van 4 tot en 29 mei 1731 volgden ten slotte nog acht nieuwe voorstellingen, opnieuw met aanpassingen. Deze reeks viel aan het einde van het operaseizoen van Händels Second Academy.
Ook buiten Londen vonden er opvoeringen plaats. Christian Gottlieb Wendt verzorgde een aangepaste versie van Rodelinda in Hamburg op 29 november 1734, echter met weinig succes. In 1735 en 1736 volgden desondanks nog herhalingen.
Hieraan staat de rolverdeling bij de drie uitvoeringen die Händel verzorgde:
| Rol | Toelichting | Stemtype | Zanger(es)
13 februari - 6 april 1725 |
Zanger(es)
18 december 1724 - 11 januari 1726 |
Zanger(es)
1731 |
|---|---|---|---|---|---|
| Rodelinda | koningin van Lombardije | sopraan | Francesca Cuzzoni | Francesca Cuzzoni | Anna Maria Strada del Pò |
| Bertarido | koning van Lombardije | alt | Senesino | Senesino | Senesino |
| Grimoaldo | hertog van Benevento en usurpator | tenor | Francesco Borosini | Luigi Antinori | Annibale Pio Fabri |
| Eduige | zus van Bertarido | contra-alt | Anna Vicenza Dotti | Anna Vicenza Dotti | Antonia Merighi |
| Unulfo | edelman, adviseur van Grimoaldo en vriend van Bertarido | alt | Andrea Pacini | Antonio Baldi | Francesca Bertolli |
| Garibaldo | hertog van Turijn | bas | Giuseppe Boschi | Giuseppe Boschi | Giovanni Giuseppe Commano |
| Flavio | zoon van Rodelinda en Bertarido | geen zangrol | ? | ? | ? |
Het verhaal speelt zich af in het Milaan van de 7e eeuw. Bertarido moet zijn vader opvolgen als koning van Lombardije, maar Grimoaldo, hertog van Benevento, weet de troon in te pikken. Bertarido is noodgedwongen naar Hongarije gevlucht. Uiteindelijk keert hij in vermomming terug naar Milaan, waar hij zijn eigen overlijden rapporteert, zodat Grimoaldo zich veilig waant.
Rodelinda opent de opera met Ho perduto il caro sposo, een treurzang voor het verlies van haar echtgenoot Bertarido. Dan arriveert Grimoaldo, die haar duidelijk maakt dat hij met haar wil trouwen. Hij is overigens nog verloofd met Eduige, de zus van Bertarido, zodat Grimoaldo's vertrouweling Garibaldo hem aanraadt om eerst de verloving op te zeggen. Garibaldo heeft hier een dubbele agenda: hij wil zelf namelijk met Eduige trouwen. Zolang Rodelinda's zoon Flavio nog minderjarig is, kan Eduige immers de troon van haar broer opeisen en zo van Garibaldo een koning maken.
De vermomde Bertarido staat intussen bij zijn eigen graftombe en overdenkt de leegheid van ambities. In de aria Dove sei bezingt hij zijn verlangen naar Rodelinda. Ook zijn vriend Unolfo kan hem niet troosten.
Dan verschijnen Rodelinda, Flavio en Garibaldo. Die laatste uit een dreigement: hij zal Flavio doden als ze niet met Grimoaldo trouwt. Ze stemt toe in het huwelijk, maar zweert tegelijkertijd dat ze Garibaldo meteen laat terechtstellen zodra ze koningin is. Bertarido heeft het gesprek afgeluisterd, maar heeft niet alles goed gehoord en denkt daardoor dat Rodelinda hem ontrouw is.

Garibaldo is verrast dat Eduige instemt met zijn huwelijksaanzoek. Intussen probeert Rodelinda uit te testen hoe ver Grimoaldo wil gaan: ze zegt hem dat ze alleen met een huwelijk instemt als Grimoaldo ter plekke haar zoon Flavio ombrengt. Zo wil ze aantonen dat Grimoaldo inderdaad een monster is. Unolfo zegt hem er van af te zien terwijl Garibaldo hem juist aanspoort de jongen te doden. Grimoaldo raakt in verwarring en loopt weg.
Intussen ontdekt Eduige dat haar broer Bertarido nog leeft. Hij geeft bij haar aan dat hij Rodelinda en Flavio wil redden, maar dat hij niks geeft om het koningschap. Unolfo komt ook te voorschijn en verzekert Bertarido dat Rodelinda hem volledig trouw is geweest.
Het is nu tijd om Rodelinda te vertellen dat haar echtgenoot nog in leven is. Ze worden in het paleis met elkaar herenigd, maar dan komt Grimoaldo binnen. Hij heeft geen idee wie deze man is - hij heeft Bertarido namelijk nog nooit in het echt ontmoet - en denkt dat hij gewoon een aanbidder is van Rodelinda. Bertarido probeert de eer van zijn vrouw te beschermen door te melden dat hij haar echtgenoot is, maar zij wil hem beschermen door dit te ontkennen. Grimoaldo maakt het allemaal niet uit en laat hem opsluiten, in afwachting van zijn terechtstelling.
Ondanks het aandringen van Garibaldo treuzelt Grimoaldo met de terechtstelling van de gevangene. Eduige weet een sleutel van de gevangenis door te spelen naar Unolfo en zelf gooit zij een zwaard door de spijlen van de cel, zodat Bertarido alvast een wapen heeft. Als Unolfo hem hierna komt bevrijden, denkt Bertarido echter dat de beul binnenkomt en steekt onbedoeld zijn vriend neer. Omdat hij in de verte stemmen hoort, moeten Bertarido en de gewonde Unolfo wegvluchten. Rodelinda, Eduige en Flavio komen nu aan bij de lege cel, zien het bloed liggen en denken dat het van Bertarido is.

Grimoaldo overdenkt zijn zonden. Hij zou het liefste een eenvoudige herder willen zijn en valt uiteindelijk in slaap. Dit is een uitgelezen kans voor Garibaldo om hem te vermoorden. Hij grijpt het zwaard van Grimoaldo, die echter wakker wordt. De aansnellende Bertarido weet Garibaldo's aanval af te slaan en doodt hem in een gevecht. In de aria Vivi, tiranno vertelt Bertarido aan Grimoaldo dat hij zijn leven heeft gered van de moordenaar Garibaldo. Grimoaldo is onder de indruk van zo veel mededogen en besluit om zijn positie op te geven: Bertarido wordt weer koning en krijgt zijn vrouw Rodelinda en zoon Flavio terug. Zelf trouwt hij met Eduige en trekt zich terug in de stad Pavia.
In februari 1724 had Händel al veel succes met zijn opera Giulio Cesare. In oktober van dat jaar startte hij het zesde operaseizoen met de eveneens succesvolle opera Tamerlano, in februari 1725 gevolgd door Rodelinda. Hierbij maakte hij gebruik van dezelfde zangers en zangeressen als in Tamerlano. Een belangrijke troef was de gouden combinatie van de sopraan Francesca Cuzzoni met de castraat Senesino: zij droegen in feite de gehele opera met zijn tweeën.
Het libretto is geschreven door Nicola Haym. Hij had zich hierbij gebaseerd op het libretto Rodelinda, regina de’ longobardi van Antonio Salvi, dat in 1710 door Giacomo Antonio Perti op muziek was gezet. Salvi had zijn libretto weer gebaseerd op het toneelstuk Pertharite, roi des Lombards van Pierre Corneille (1652) en de Gesta Langobardorum van de 8e-eeuwse geschiedschrijver Paulus Diaconus.
Haym heeft een libretto afgeleverd met een coherente verhaallijn. De personages zijn geloofwaardig en consistent. Ondank de politieke en militaire context van het verhaal, gaat het in feite over relaties, loyaliteit, moed, en de kracht van huwelijkstrouw.
Händel heeft gezorgd voor uitermate krachtige muziek die goed past bij het drama dat zich op het podium afspeelt. In het personage Rodelinda heeft de opera een sympathieke, trouwe heldin die alle vormen van emotie vertoont, met bijbehorende aria's: voor sopraan Cuzzoni een goede gelegenheid haar veelzijdigheid te tonen. Bertarido's aria Dove sei zou een van Händels beroemdste aria's worden. Ook de de cynische Garibaldo en de door twijfel gepijnigde Grimoaldo hebben als slechterikken een belangrijke bijdrage in het drama.
Horace Walpole schreef vrij onaangenaam over Cuzzoni's optreden: zo was ze volgens hem geen al te beste actrice en kleedde zij zich slecht. Cuzzoni kwam op in een afzichtelijke bruine jurk, waarmee ze opmerkelijk genoeg wel een nieuwe modetrend inzette onder het jonge publiek.
Overigens was de opvoering van de eerste reeks van Rodelinda extra zwaar voor Cuzzoni en Senesino, aangezien beiden ook nog optraden in de gelijktijdige heropvoering van Giulio Cesare. Bovendien was Cuzzoni zwanger.
Voor de heropvoering van 18 december 1725 voegde Händel vier nieuwe aria's en een duet toe. Ook voor de opvoering van 4 mei 1731 had hij weer aanpassingen gedaan: hij had delen weggehaald en door vier bestaande composities uit andere opera's vervangen. Deze laatste versie van Rodelinda kan daardoor als de zwakste van de drie worden beschouwd.