Scolecodont

Gereconstrueerd fossiel kaaksysteem van een borstelworm uit het geslacht Ramphoprion klasse Ramphoprionidae uit het Midden-Ordovicium van Estland. De afzonderlijke elementen van zo'n kaakapparaat worden scolecodonten genoemd en het zijn veel voorkomende zuurbestendige microfossielen in Paleozoïsche afzettingen. Beeld van de scanning-elektronenmicroscoop; de grootste elementen zijn ongeveer 1 mm lang.

Een scolecodont is een onderdeel van de kaak van borstelwormen die behoren tot de ringwormen (Annelida), waarvan de fossielen vaak gebruikt worden in de paleontologie. Deze kleine stukjes kaak of wormkaakjes zijn vaak de enige overblijfselen die paleontologen vinden van de borstelwormen omdat het lijfje uit zachte weefsels bestaat, die doorgaans niet bewaard blijven. De losse deeltjes van de kaak zijn ongeveer 1 mm lang en worden gerekend tot de microfossielen. De kaakstukjes bestaan uit een matrix van vezeleiwitten (scleroproteïnen) en chitine die erg resistent zijn en ze komen als zodanig veel voor in sedimentaire afzettingen.

Het fossielenbestand van scolecodonten gaat terug tot het Laat Cambrium, maar ze worden vooral gevonden in lagen uit het Ordovicium, Siluur en Devoon.

Dieet

Aangezien deze deeltjes van de kaak van belang zijn gedurende de voeding kan uit de morfologie van de scolecodonten enigszins worden afgeleid wat het dieet moet zijn geweest. Dit is des te beter af te leiden wanneer de scolecodonten worden vergeleken met kaken van levende borstelwormen en hun dieet.

Met onderzoek is het mogelijk geweest het dieet te bepalen door aan de hand van de kaakresten vast te stellen welke fossielen de voorouders geweest moeten zijn van levende soorten. Sommige soorten moeten jagende en omnivore borstelwormen geweest zijn die op de zeebodem leefden. Andere borstelwormen (Diopatra) leven in kokers in de zeebodem en zijn omnivoren die zich voeden met ongewervelden, protisten, algen en ander bereikbaar voedsel.

De eerste vondsten

Ten tijde van de eerste vondsten van scolecodonten was het nog niet duidelijk welke losse onderdelen bij welk gezamenlijk kaakapparaat hoorden. De onderzoekers gaven aan ieder los kaakstukje (elke scolecodont) een eigen soortnaam. Hierdoor kreeg één enkele wormensoort per ongeluk tientallen verschillende namen. Pas veel later is men met reconstructies gaan proberen om de losse scolecodonten weer samen te voegen tot het oorspronkelijke, complete kaakapparaat van één soort.

Zie ook