| Semimetro | ||||
|---|---|---|---|---|
Lagevloertram in Toronto | ||||
| Aandrijving | elektromotor | |||
| Periode | sinds eind 19e eeuw | |||
| Snelheid | tot ca. 100 km/h | |||
| Beschikbaarheid | openbaar vervoer | |||
| Infrastructuur | rails | |||
| Doelgroep | stedelijk vervoer | |||
| ||||
Semimetro, ook wel metrotram genoemd, is een vorm van openbaar vervoer op rails in stedelijk gebied. Bij een semimetro-lijn of -netwerk maken tramvoertuigen deels gebruik van een stelsel van tunnels, en soms ook viaducten. Dit stelsel van tunnels/viaducten sluit aan op trajecten die niet geheel kruisingsvrij zijn.
Bij het klassieke stadstramnet rijdt de tram in het straatverkeer over een traject met gelijkvloerse kruisingen. Op zulke trajecten rijdt de bestuurder "op zicht" en maakt diens eigen beslissingen omtrent voorrang en verkeersveiligheid. Bij de semimetro rijdt de tram aansluitend ook via trajecten met tunnels of viaducten. Die trajecten hebben een blokstelsel met seinen en andere technische hulpmiddelen die de bestuurder assisteren.
Door tunnels en viaducten ontstaat een strikte scheiding ten opzichte van wegverkeer en voetgangers, dit heet wel een "conflictvrije baan". Deze conflictvrije baan is zo ingericht dat het desbetreffende traject een kwaliteitsniveau haalt (onder meer qua snelheid en vertragingen) dat een volwaardige metrolijn benadert.
Na enkele kortere tunnels met slechts een of enkele stations, opende in Boston in 1897 een langere tramtunnel met meerdere stations die in de volgende jaren werd uitgebreid. Tot aan de Tweede Wereldoorlog volgden enkele andere Amerikaanse steden. De eerste grootschalige semimetrotrajecten verschenen in Europa eind jaren 1960 in Brussel, Keulen en Frankfurt. In de jaren 1970 volgden meer steden in de Benelux en West-Duitsland. Porto ontwikkelde in de 21e eeuw een uitgebreid semimetronetwerk.
Semimetro valt onder de overkoepelende term lightrail, waaronder allerlei vormen van modern tramvervoer worden gerekend. Semimetro is zelf een containerbegrip waarbinnen zowel premetro als Stadtbahn vallen. Beide termen zijn specifieker en populairder, maar de Belgische federale overheid gebruikt de term semimetro in officiële documenten.
In Amerikaans Engels spreekt men ook over subway-surface netwerken of lijnen; in het Verenigd Koninkrijk komt tramway subway als synoniem voor. Sporadisch wordt demi-metro in het Engels gebruikt, waarbij "demi" half betekent. In het Frans gebruikt men meestal semi-métro, als alternatief worden ondergrondse tramtrajecten ook als demi-métro aangeduid. In het Oekraïens zijn ook beide termen gangbaar. In Rusland is Metrotram (метротрам) een vrij populaire term, ook in Zürich is die term gebruikt.
Semimetro is opgebouwd uit "semi" en "metro". Het voorvoegsel "semi" komt uit het Latijn en betekent "half". Daarentegen heeft "metro" wortels in het Grieks, maar stamt in de verwijzing naar een openbaar vervoersoort uit het Frans. In Parijs werd de stadsspoorweg Chemin de Fer Métropolitain genoemd, kortweg métro.
Metrotram is opgebouwd uit "metro" en "tram". "Tram" heeft wortels in het Middelnederlands, Nederduits en Oudfries, maar stamt in de verwijzing naar een openbaar vervoersoort uit het Engels. In eerste instantie werd ook "tramway" gebruikt, maar vanaf 1884 langzaam verdrongen door "tram".
In de binnenstad rijden de trams grotendeels ondergronds, terwijl ze in de buitenwijken bovengronds op het maaiveld rijden. Bij het rijden op maaiveldniveu, is het grootste deel uitgevoerd als vrije baan.:82 Korte tramtunnels die een druk of gevaarlijk kruispunt ontduiken, zijn niet voldoende om te spreken van een semimetro. Pas wanneer een tunnel een lengte heeft van meer dan circa 500 meter –om zo een traject te creëren waarbij een tram ter plaatse als een metro functioneert– is er daadwerkelijk sprake van een semimetro.:95
Kenmerkend verschil met een metro is dat semimetrolijnen slechts gedeeltelijk in tunnels of op viaducten rijden, met buiten die tracés wel mogelijke gelijkvloerse conflicten met andere weggebruikers. Een metrolijn, daarentegen heeft een geheel conflictvrije baan; oftewel een traject met van begin tot het einde ongelijkvloerse kruisingen. Daarentegen wordt bij een sneltram slechts gebruik gemaakt van een vrije baan.:111

Semimetrolijnen rijden met trammaterieel omdat ze doorgaans ontwikkeld zijn vanuit een bestaand tramnet. Semimetro-trajecten worden bereden door reguliere stadstrams (al dan niet met lage vloer) of met speciaal ontwikkelde sneltrams, zoals de Stadtbahnwagen type B. Deze sneltrams kunnen ook op bestaande metronetten ingezet worden, zoals in Rotterdam en tot 2019 in Amsterdam. Men spreekt dan over metro (in tunnels; met 3e rail) en over sneltram (op maaiveld; met bovenleiding). De voertuigen zijn uitgerust met stroom af te nemen via 3e rail en via boveleiding. Bij semimetronetten worden de voertuigen altijd via bovenleiding van elektriciteit voorzien, ook in tunnels.
Hoewel goedkoper dan een metrolijn, was de aanleg van infrastructuur voor semimetro trajecten vaak toch nog te duur. Daarom werden grote delen vaak niet aangelegd (onder meer in Charleroi) of in fases gerealiseerd. De verstrengeling met het bestaande tramnet is een voordeel ten opzichte van een afzonderlijke (lichte) metrolijn.


De Murray Hill Tunnel in New York werd opgeleverd in 1850 en kreeg in 1870 een tramstation. Trams bleven er tot 1935 rijden en de tunnel werd in 1937 na een verbouwing heropend als verkeerstunnel. Een andere vroege tramtunnel voor passagiers (met een station genaamd Noailles) opende in 1893 in Marseille, welke nog in gebruik is voor lijn T1. Het volgende tunneltraject opende in Boston in september 1897. Al bij deze oudste nog bestaande semimetro, was de intentie om bovengondse verkeersopstoppingen op te lossen.:60 Deze Tremont Street subway is sindsdien sterk uitgebreid en vormt de kern van het vier lijnen tellende tramnet van Boston.
Ook Londen kende een tramtunnel, met in tegenstelling tot New York en Marseille, niet een maar twee ondergrondse stations. Deze Kingsway tramway subway was van 1906 tot 1952 voor trams in gebruik. Tijdens een verbouwing van begin 1930 tot begin 1931, werd de vrije hoogte in de tunnel vergroot tot 5,03 m om zo ook dubbeldekstrams te laten passeren. Eveneens in 1906 werd het eerste deel van een lange tramtunnel in Philadelphia geopend. Deze is nog in gebruik voor de tramlijnen T1 tot en met T5 en telt 10 stations.

Nadat lokale kranten van Washington D.C. in de jaren 1930 al plannen hadden gepresenteerd voor een uitgebreid net van tramtunnels door het centrum, werd er door de overheid in 1944 een officieel plan opgesteld. De plannen zijn niet uitgevoerd, wel zijn in 1942 en 1949 twee andere korte tunnels in gebruik genomen.
Na studiereizen in Zweden en Boston introduceerde W. Vane Morland het semimetro-concept in 1944 in Leeds dat toen nog een tramnet had. Zo werden snelle tramlijnen naar het zuiden en oosten gerealiseerd en plannen gemaakt om deze aan te sluiten op tramtunnels in de binnenstad. In 1948 deed Eric Fitzpayne hetzelfde in Glasgow en reeds in 1949 kwam een snelle tramlijn naar Blairdardie gereed. Beide steden hebben de plannen niet af kunnen ronden en zelfs hun tramnetten verloren door een gebrek aan politieke wil. In Glasgow kwam het idee voor een semimetro in 1973 weer op tafel, ditmaal als uitbreiding van de metro die er klein van stuk is. Bijzonder was om een netwerk te creëren die de bestaande metroring verbond met oude Light Railway lijnen.
De meeste semimetrolijnen werden in deze eeuw op het Aziatische continent geopend, waarvan de meeste in China. Deze meeste lijnen werden geheel nieuw aangelegd en niet als vernieuwing van en uitbreiding van een bestaand stadstramnetwerk.
In Rusland daarentegen is de bouw begonnen van tunnels die na opening wel zullen aansluiten op een bestaand tramnet; het gaat om de steden Tsjeljabinsk en Krasnojarsk.
Na eerdere plannen voor een stelsel van tramtunnels in 1908, 1914 en 1938, is in 2026 een vierde plan gepresenteerd ditmaal voor het Metrolink-netwerk.
Semimetronetwerken zijn weer uit te splitsen in twee vormen. Bij beide termen gaat het om tramnetten waarbij tramvoertuigen over viaducten of door tunnels onder stadscentra rijden, met kleine nuanceverschillen:


De aanleg van een metronetwerk was op veel plaatsen een te kostbare optie. Zelfs in Brussel werd eerst gedacht slechts tramtunnels aan te leggen. Daarom werden in een aantal steden ongelijkvloerse trambanen aangelegd. Deze zijn te vinden in:
| Naam | Land | Plaats | Startjaar | Netwerklengte |
|---|---|---|---|---|
| Antwerpse premetro | Antwerpen | 1975 | 11,5 km* | |
| Brusselse premetro | Brussel | 1957/1969 | 12 km* | |
| Métro Léger de Charleroi | Charleroi | 1976 | 35,3 km | |
| Haagse semimetro | Den Haag | 1976 | 3 km* |
*Lengte van het deel in tunnels en op viaducten.
RandstadRail is een lightrail-project waar de lagevloersneltrams gebruik maken van de Haagse semimetrobaan en van het oude spoortracé van de 'Krakeling' in Zoetermeer en daarnaast van enkele lijnen van het Haagse tramnet. In 1965 was voor het eerst een plan voor een semimetro in Amsterdam. Dit zogenoemde AMTRO-plan kreeg weinig bijval van Publieke Werken, die de ontwikkeling van de metro op zich had genomen. In 1974 kwam ook de 'Werkgroep OV' met plannen om het tramnet van Amsterdam deels op te waarderen to semimetro. Voor de Noord-Zuidlijn adviseerde de TU Delft in 1988 om voor een semimetro te kiezen. Ook bij de Gentse tram was er in de jaren 1960/70 het idee deze te moderniseren tot semimetro. In Brussel zijn er tijdens de dure plannen van metrolijn 3 ook plannen gepresenteerd om als alternatief een semimetro aan te leggen. Deze ondergrondse infrascturtuur was –in tegenstelling to die van de premetro– niet tijdelijk bedoeld.:3,5

Er zijn veel landen met een of meerdere vormen van lightrail, maar slechts weinig waar lightrail gebruik maakt van tunnels en viaducten. Goede voorbeelden in Spanje zijn de Metro Ligero van Madrid en die van Málaga, daarnaast heeft Porto een uitgebreid systeem. In de Verenigde Staten zijn de tramnetten van Boston en San Francisco hierom bekend, verder worden ook de netten van Buffalo en Seattle tot semimetro gerekend.