Een kiessysteem of kiesstelsel is de wijze waarop de verkiezingen van de volksvertegenwoordiging georganiseerd zijn en de wijze waarop de regering gekozen wordt. Het gehanteerde kiessysteem is van grote invloed op de wijze waarop een land of een ander bestuursniveau zoals een gemeente of provincie, bestuurd wordt.
In eerste instantie is het kiesstelsel een set regels die alle aspecten van het stemproces bepaalt: wanneer verkiezingen plaatsvinden, wie mag stemmen, wie zich kandidaat kan stellen, hoe stembiljetten worden ingevuld en ingediend, hoe de stembiljetten worden geteld, hoe stemmen worden vertaald in de verkiezingsuitslag, limieten op giften en campagne-uitgaven en allerlei andere factoren die de uitslag kunnen beïnvloeden. Politieke kiessystemen worden gedefinieerd door grondwetten en kieswetten, worden doorgaans uitgevoerd door kiescommissies en kunnen meerdere soorten verkiezingen gebruiken voor verschillende functies.
Sommige kiesstelsels kiezen één winnaar voor een unieke positie, zoals minister-president, president of gouverneur, terwijl andere meerdere winnaars kiezen, zoals parlementsleden of raden van bestuur. Bij het kiezen van een wetgevende macht kunnen gebieden worden verdeeld in kiesdistricten met een of meer vertegenwoordigers of kan het electoraat vertegenwoordigers kiezen binnen één alomvattend kiesdistrict. Kiezers kunnen rechtstreeks stemmen op een individuele kandidaat op een open lijst of op een gesloten lijst van een partij met kandidaten die door een politieke partij of alliantie zijn voorgedragen. Kortom, er zijn enorm veel mogelijke variaties in kiesstelsels.

Kiesstelsels bestaan in de basis uit:
| Districtenstelsel | Nationaal kiesdistrict | |||
|---|---|---|---|---|
| Zeteltoewijzing | Meerderheidstelsel:
De zetelverdeling is een optelsom van de uitslagen in de los van elkaar staande enkelvoudige kiesdistricten. |
Evenredige vertegenwoordiging:
De zetelverdeling benadert de verhouding van de stemmen die een partij op het niveau van kiesdistricten en/of nationaal niveau ontvangt wat zorgt voor een evenredige zetel-stemverhouding. | ||
| Territoriale eenheden | Enkelvoudige kiesdistricten:
De kiesstelsels van de Verenigde Staten |
Regionaal en nationaal evenredig door dubbelevenredigheid:
De kiesstelsels van Duitstalige Zwitserse kantons | ||
| Meervoudige kiesdistricten:
De kiesstelsels van zowel België |
Nationaal kiesdistrict:
Nederland | |||
| Gemengde kiesstelsels | Gemengd majoritair:
In het kiesstelsel van Italië |
Gemengd evenredig:
De kiesstelsels van Duitsland | ||
Legenda kleurgebruik:
Kiessystemen kunnen ingedeeld worden naar het aantal zetels dat tegelijk gekozen wordt of, omgekeerd, naar het aantal kieskringen waarin de zetels worden gekozen.
Zo zijn er kiessystemen waarin elke zetel afzonderlijk wordt gekozen en waarin dus evenveel zetels als kieskringen zijn. Is er voor iedere kieskring een zetel, dan spreekt men meestal van een districtenstelsel. In dat geval kan er alleen sprake zijn van een meerderheidsstelsel, maar er zijn verscheidene mogelijkheden om tot een meerderheid te komen. Zo zijn er systemen waarin
Het tegendeel van die systemen, zijn de kiessystemen waarbij er meerdere kieskringen zijn met telkens meerdere zetels (zoals in België) en kiessystemen waar er slechts één kieskring is voor alle zetels (zoals in Nederland en Israël).
In die gevallen zijn er verschillende systemen denkbaar om de zetels te verdelen. Ze kunnen als volgt ingedeeld worden:
Binnen die indeling kunnen we ze verder als volgt indelen:
De meeste kiessystemen zijn "categorische" systemen: elke kiezer kan slechts één kandidaat of partij aanduiden. Er zijn echter ook "ordinale" kiessystemen waarbij elke kiezer meerdere opeenvolgende keuzes kan maken. Meestal gebeurt dit door twee opeenvolgende stemrondes te organiseren. Dit systeem wordt gebruikt in de Franse parlementsverkiezingen en bij de meeste rechtstreekse presidentsverkiezingen in de wereld.
Dit kan echter ook in één stemronde door de kiezer de kandidaten in volgorde te laten plaatsen: elke kiezer moet bij de kandidaten 1, 2, 3, ... aanduiden. De stemmen voor de slechtstgeplaatste kandidaten volgens eerste voorkeur worden dan herverdeeld volgens de tweede voorkeur van de kiezers. Het is een systeem met één stemronde maar meerdere telrondes.
Als op die manier één zetel wordt verkozen, dan heet dergelijk systeem ranked-choice of instant-runoff voting. In het Verenigd Koninkrijk is dit systeem beter bekend als Alternative Vote, naar aanleiding van een referendum over dit systeem in 2011. Dit systeem wordt gebruikt bij parlementsverkiezingen in Australië, bij de verkiezingen voor de Londense burgemeester en in Nederland door de PvdA bij ledenraadplegingen, zoals bij het PvdA-partijleiderschapsreferendum 2012.
Als op die manier meerdere zetels worden verkozen, dan heet dergelijk systeem enkelvoudige overdraagbare stem. Dit systeem wordt gebruikt in Ierland, Noord-Ierland en Malta.
In systemen met evenredige vertegenwoordiging krijgt een partij een aantal zetels naar verhouding van het aantal stemmen over het gehele gebied, terwijl in een meerderheidsstelsel in elk district de kandidaat met de meeste stemmen wordt gekozen. Evenredige vertegenwoordiging kan gecombineerd worden met een meervoudig en met een enkelvoudig districtenstelsel.
In een meerderheidsstelsel hebben de meeste kleine partijen geen kans om een zetel te halen, tenzij hun aanhang in een bepaald gebied geconcentreerd is. Hierdoor leidt een meerderheidsstelsel vaak tot een politiek systeem met twee grote partijen (bijvoorbeeld in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk), terwijl een systeem van evenredige vertegenwoordiging meestal tot coalitieregeringen aanleiding geeft (bijvoorbeeld Nederland, België, Duitsland en Scandinavië).
Combinaties van evenredige vertegenwoordiging en districtenstelsel komen ook voor. Het eenvoudigst is dan dat beide systemen parallel met elkaar worden toegepast. Zo wordt de ene helft van het Russische parlement verkozen via evenredige vertegenwoordiging op nationaal vlak en de andere helft via een districtenstelsel.
Bij verkiezingen voor de Spaanse senaat krijgt iedere provincie van het land een aantal zetels toegedeeld, dat vervolgens evenredig met de verkiezingsuitslag verdeeld wordt. Kleinere partijen maken hierdoor weinig kans verkozen te worden. Hierdoor is er dus sprake van een combinatie van het districtenstelsel en evenredige vertegenwoordiging.
Van de 199 leden van het parlement van Hongarije worden er sinds 2012 106 gekozen via relatieve meerderheid, één per district, en 93 via landelijke lijsten van partijen via evenredigheid volgens de methode van Victor D'Hondt. De kiezers brengen dus tegelijkertijd twee stemmen uit. Ook etnische minderheden kunnen met eigen lijsten komen, waarop kiezers kunnen stemmen die als lid van een etnische minderheid zijn geregistreerd, maar deze lijsten zijn weinig kansrijk. Bijzonder is, dat de 'overgeschoten' stemmen van de districtsverkiezing worden opgeteld bij de stemmen van de evenredige verkiezing, met name de stemmen uitgebracht op de verliezende districtskandidaat en de stemmen die de winnaar méér behaalde dan de nummer twee. Hierdoor, en ook door de 5%-kiesdrempel maken kleine partijen weinig kans, maar het stelsel biedt wel ruimte voor de verkiezing van partijonafhankelijke kandidaten.
Er kan ook binnen een systeem van evenredige vertegenwoordiging een "bonus" van een bepaald aantal zetels worden toegekend aan de grootste partij. Zo werd bijvoorbeeld in het Parlement van Griekenland 50 zetels van de 300 toegekend aan de grootste partij.