| Bewustzijnsstroom | |
|---|---|
| Engelse term | Stream of consciousness |
| Vakgebied | Narratologie en psychologie |
| Literair gebruik | Weergave van het innerlijk van personages |
| Verwante techniek | Innerlijke monoloog |
Bewustzijnsstroom, ook aangeduid met de Engelse term stream of consciousness, is in de literatuur de weergave van de opeenvolgende gedachten, waarnemingen en gevoelens van een personage. De schrijver laat zo zien hoe het personage de wereld innerlijk ervaart. De term is afkomstig uit de psychologie en werd door William James gebruikt in The Principles of Psychology (1890).
Bij de literaire weergave van een bewustzijnsstroom kunnen indrukken, herinneringen en verwachtingen elkaar associatief opvolgen. Stilistische middelen zijn onder meer onvolledige zinnen, beeldspraak en de vrije indirecte rede. Ook lange zinnen, afwijkende grammatica en weinig interpunctie kunnen worden gebruikt om de indruk van een doorgaand denkproces te wekken.
De bewustzijnsstroom is nauw verbonden met de monologue intérieur, of innerlijke monoloog. Het onderscheid tussen de begrippen wordt niet door alle auteurs hetzelfde gemaakt. Bij een directe innerlijke monoloog blijft de verteller op de achtergrond en worden de gedachten van het personage rechtstreeks weergegeven. Bij een indirecte innerlijke monoloog begeleidt of presenteert de verteller die gedachten. Sommige literatuurwetenschappers gebruiken stream of consciousness uitsluitend voor de directe, ononderbroken weergave.
James gebruikte het beeld van een stroom om het voortgaande karakter van het bewustzijn te beschrijven. In 1918 paste May Sinclair de term toe op het werk van Dorothy Richardson. In de literatuur raakte de techniek verbonden met het modernisme, onder meer met het werk van James Joyce, Virginia Woolf en William Faulkner.
Een voorloper van de moderne innerlijke monoloog is Les lauriers sont coupés (1887) van Édouard Dujardin. In Joyces Ulysses (1922) is de slotmonoloog van Molly Bloom een voorbeeld van de directe innerlijke monoloog. Woolf gebruikte veelal een indirectere vorm, waarbij de verteller de gedachten van haar personages weergeeft. In Mrs Dalloway (1925) verbinden hun herinneringen en gevoelens het heden met het verleden.
Ook in de Nederlandstalige literatuur werd deze techniek gebruikt. Voorbeelden zijn Eva (1927) van Carry van Bruggen en Meneer Visser's hellevaart (1936) van Simon Vestdijk.
De tabel bevat een selectie van werken waarin bewustzijnsstroom of de nauw verwante innerlijke monoloog een rol speelt. De jaartallen verwijzen naar de eerste publicatie van het genoemde werk.
| Jaar | Auteur | Werk | Toelichting |
|---|---|---|---|
| 1887 | Édouard Dujardin | Les lauriers sont coupés | Een vroeg voorbeeld van de innerlijke monoloog. |
| 1915 | Dorothy Richardson | Pointed Roofs | Eerste deel van Pilgrimage, dat uitsluitend vanuit het bewustzijn van Miriam Henderson wordt verteld. |
| 1922 | James Joyce | Ulysses | De slotmonoloog van Molly Bloom is een voorbeeld van een directe innerlijke monoloog. |
| 1925 | Virginia Woolf | Mrs Dalloway | Gedachten en herinneringen van verschillende personages verbinden uiteenlopende momenten in hun leven. |
| 1927 | Carry van Bruggen | Eva | Het gedachteleven van het hoofdpersonage bepaalt in sterke mate de roman. |
| 1936 | Simon Vestdijk | Meneer Visser's hellevaart | Een Nederlandstalig voorbeeld van bewustzijnsstroom en innerlijke monoloog. |
Niet ieder associatief verteld werk wordt zonder meer als bewustzijnsstroom beschouwd. Zo wordt Het boek alfa (1963) van Ivo Michiels met de techniek in verband gebracht, maar benadrukt het Lexicon van literaire werken dat de associatieve stroom in dit boek juist door een rationele structuur wordt geordend.