| Stronkmollisia | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Pyrenopeziza aquosa (Berk. & Broome) Baral (2020) | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De stronkmollisia (Pyrenopeziza aquosa, synoniem: Mollisia aquosa) is een schimmel uit de familie Ploettnerulaceae. De soort leeft saprotroof op dood hout van loofbomen en -struiken. In Nederland wordt hij vooral aangetroffen op dode stronken in elzenbroekbos.
De soort werd in 1871 door Miles Joseph Berkeley en Christopher Edmund Broome oorspronkelijk beschreven als Peziza aquosa. Het holotype is afkomstig uit Groot-Brittannië, waar het in januari 1867 door Broome op een wilg (Salix) werd verzameld. Het materiaal wordt bewaard in het herbarium van de Royal Botanic Gardens, Kew.
William Phillips plaatste de soort later in het geslacht Mollisia onder de naam Mollisia aquosa. In 2020 bracht Hans-Otto Baral de soort onder in het geslacht Pyrenopeziza, waardoor de huidige naam Pyrenopeziza aquosa ontstond. Deze naam wordt door Index Fungorum als de huidige naam geaccepteerd; de soort wordt daar in de familie Ploettnerulaceae geplaatst.
De kleine apothecia zijn ongeveer 0,5 tot 0,8 mm in diameter. Het hymenium is blauwachtig tot waterig grijs. De vruchtlichamen zijn aanvankelijk min of meer gesloten en spreiden zich later uit, waarbij ze vlak tot licht komvormig worden. De buitenzijde is glad en kan groenachtig bruin zijn.
De asci meten ongeveer 40–50 × 6–7 µm, reageren positief met jodium (IKI+) en bezitten croziers. De ascosporen meten ongeveer 4–6 × 2 µm.
In de oudere beschrijving van Phillips worden de sporen als ovaal en toegespitst beschreven, met een afmeting van ongeveer 5–6 × 2,5–3,5 µm.
De stronkmollisia is een saprotrofe houtbewoner. Volgens de Nederlandse Verspreidingsatlas groeit hij vooral in elzenbroekbossen op dode stronken van loofbomen en -struiken. Ook wilg (Salix) is als substraat bekend; het oorspronkelijke type-exemplaar werd op wilg verzameld.
Britse literatuur vermeldt de soort eveneens van dood en rottend hout van wilgen, waaronder stronken, takken en liggende stammen.
De vruchtlichamen zijn zeer klein en de soort kan niet betrouwbaar uitsluitend op macroscopische kenmerken worden vastgesteld. Voor een zekere determinatie is volgens de Nederlandse Verspreidingsatlas microscopisch onderzoek van onder meer asci en sporen noodzakelijk. Goed geconserveerd of gedroogd materiaal is daarbij gewenst.
In Nederland is de stronkmollisia 'zeer zeldzaam'. Deze zeldzaamheidsklasse is in de Verspreidingsatlas gebaseerd op gevalideerde waarnemingen uit de periode 2004–2023.
De soort werd oorspronkelijk beschreven uit Groot-Brittannië. Ook uit andere Europese landen zijn vondsten bekend.