Hij werd geboren binnen het gezin van verzekeringsagent Kaspar Joachim Jordan (1859-1924) en de Deense Anne Marie Margrethe Kjærbye (1866-1935). Hij was van 1918 tot 1949 getrouwd met de actrice Magda Blanc, daarna met actrice Nina Sandvik Kristensen. De familie had enige muzikale achtergrond; er is een schilderij waarop opa Caspar Jordan achter het spinet zit. Een tante van hem was een bekend pianiste in Denemarken. Hij was niet voorbestemd om in "de muziek te gaan". Hij leerde aan de Handelsschool in Bergen en werkte enige tijd bij een oliemaatschappij. Daar werd duidelijk dat muziek zijn leven verder zou bepalen. Hij werd in 1959 benoemd tot ridder in de Orde van Sint-Olaf.
Muziek
Zijn eerste compositie Nat dateert van 1906. Hij werd naar aanleiding van zijn voorkeur gezonden naar Berlijn en kreeg van 1907 tot 1914 aldaar lessen van Teresa Carreño en Conrad Ansorge, Vianna da Motta en compositieleer van Wilhelm Klatte. Echter in 1911 vond zijn pianodebuut al plaats in Bergen. Zijn vader wilde voordat hij ging studeren nog een bewijs van Sverres kunne en zou hem laten testen door Edvard Grieg. Deze overleed echter in 1907 rond de dag dat de test zou plaatsvinden, dus dat kon niet doorgaan. Vervolgens nam Nina Hagerup (mevrouw Grieg) de test af en keurde hem goed voor verdere opleiding. Na zijn studie was hij voor acht jaar op tournee, waarbij hij onder meer als begeleider optrad van Kirsten Flagstad en Marian Anderson. In 1932 trad hij aan als muzikaal leider van Den Nationale Scene, theater in Bergen. Hij gaf leiding aan uit te voeren opera’s en toneelstukken. Daarnaast was hij dirigent van Harmonien, de voorloper van het Bergen filharmoniske orkester en het bijbehorende koor. Er volgden ongeveer honderd concerten. In de tussentijd gaf hij les en schreef als recensent artikelen in Morgenavisen in Bergen. In Bergen bemoeide hij zich verder met besturen over de muziekinstanties in Bergen. Hij was daarbij onder meer voorzitter van de programmaraad van het Muziekfestival in Bergen.
Oeuvre
Zijn oeuvre bestaat uit circa 200 werken verdeeld over 85 opusnummers. Qua stijl borduurde hij verder op de stijl ingezet door diezelfde Grieg en Ole Bull, Noorse romantiek. Dat maakt hem enigszins behoudend binnen de ontwikkelingen binnen de klassieke muziek van de 20e eeuw, terwijl hij in het begin nog weleens als radicaal vernieuwend werd gekarakteriseerd.
Werken:
opus 2:Sange med klaver (1.Og drengen ligger paa moders skjod; 2 Einsam bin ich; 3.Februarschnee; 4.Nat, 5.Og se hun, a la Rigaudon;6.Den lyse dag er omme) (deels uitgevoerd 31 januari 1912)
opus 3: Deux morceaux (zelf uitgevoerd in oktober 1912)
opus 4: Suite in oude stijl (Suite i gammel stil), voor orkest (1911)
opus 5: Sange (1. Finland; 2. Ved sobredden; 3. Herbstgang; 4. Auf der Wanderschaft; 5. Der ligger et barn; 6. Hans saar)
opus 6: Klaverstykker (1913)
opus 7: Fünf Lieder für eine Singstimme met begleitung des Klavieres (1. Wohin; 2. Wiegenlied; 3. Trauer).
opus 8: Quatre morceaux pour violon et piano (1. Piece ancienne; 2. Sarabande; 3. Sérénade sentimentale de Pierrot; 4. Elégie)(1914)
opus 10: Carpicer over et originalthema
opus 11: Fire sange (1. Flyvende orn; 2. I fremmed land; 3. Godnat; 4. Hrore du!)
opus 12: Trois moments musicaux
opus 13: Feberdigte voor zangstem en orkest op tekst van Knut Hamsun (opname beschikbaar)
opus 14: Sange for en mellemstemme og piano
opus 15: Vier liederen (1.For høie stemme; 2. For dyb stemme)
opus 16: Sonate voor viool en piano nr. 1 in g mineur (1917)
opus 17: Twee liederen voor gemengd koor
opus 18: Skes poesier; for en sangstemmen og klaver (1925)
opus 20: Halte Hulda, toneelmuziek (uitvoeringen 1919)
opus 21: Seks sange for en sangstemme og klaver
opus 22: Norvegiana, voor orkest (1921)
opus 23: Sange til klaver (1925)
opus 24: Purpur, op tekst van H. Meidell (uitvoering 1923)