
Een tafelloge (Frans: travaux de table, Engels: table lodge), ook wel broedermaal genaamd, is een bijeenkomst in een vrijmetselaarsloge die plaatsvindt na of los van een rituele logezitting, een Open loge. De tafelloge combineert een gezamenlijke maaltijd met symbolische handelingen, toosten en gestructureerde rituelen, en vormt een belangrijk sociaal en cultureel onderdeel van het maçonnieke leven.
De tafelloge is geen ritueel in strikte zin, maar een ceremonieel vormgegeven bijeenkomst waarin broederschap, gelijkheid en symbolische communicatie centraal staan. Anders dan de formele arbeid in de loge, die gericht is op inwijding en morele vorming, heeft de tafelloge een meer sociaal karakter, hoewel zij doorgaans eveneens rituele elementen bevat. De Franse benaming travaux de table — letterlijk "tafelarbeid" — benadrukt dat het maçonnieke werk ook aan tafel voortgaat.
Kenmerkend voor tafelloges is het gebruik van vaste toostformules, symbolisch taalgebruik en een vooraf bepaalde orde van handelingen. De bijeenkomst vindt doorgaans plaats aan een gedekte tafel, waarbij rangverschillen tijdelijk worden opgeheven ten gunste van de maçonnieke gelijkheid.
De tafelloge vervult meerdere functies binnen het maçonnieke leven. In de eerste plaats versterkt zij de onderlinge band tussen leden — de zogenoemde broederketen — door de gezamenlijke maaltijd te verbinden met gedeelde symboliek en ritueel. Daarnaast bevordert zij gelijkheid en kameraadschap: rangverschillen die in de formele loge zichtbaar zijn, worden aan tafel tijdelijk opgeheven. Ten slotte draagt de tafelloge bij aan de overdracht van maçonnieke tradities en gebruiken aan jongere leden.
De oorsprong van rituele maaltijden binnen de vrijmetselarij gaat terug tot vóór de oprichting van de eerste grootloge, de Premier Grand Lodge of England. De Schaw-statuten (1598–1599) vermelden al banketten die door nieuw ingewijde vrijmetselaars werden aangeboden. Na de oprichting van de Premier Grand Lodge in 1717 werden gezamenlijke maaltijden geformaliseerd: de bijeenkomst richtte zich uitdrukkelijk op het herstellen van de Quarterly Communication en het organiseren van het jaarlijkse feestmaal. In 1723 werden de regels voor deze maaltijden vastgelegd in de Constituties van Anderson.
In de loop van de achttiende eeuw ontwikkelde de tafelloge zich in Engeland tot een sterk ceremonieel gestructureerde bijeenkomst met vaste toosten en symbolisch taalgebruik. Na de fusie van de Antient Grand Lodge en de Premier Grand Lodge of England tot de United Grand Lodge of England in 1813 raakte de tafelloge in Engeland als zelfstandige ceremonievorm grotendeels in onbruik en heeft plaatsgemaakt voor een informelere nabespreking na de loge-arbeid, met minder uitgesproken rituele structuur. Men kent hier wel de zogeheten festive board, een feestelijke bijeenkomst voor leden van de loge, partners en gasten.
Op het Europese continent bleef de traditie daarentegen vitaal: in onder meer Frankrijk, Duitsland en de Nederlanden ontwikkelde zich een rijke cultuur van tafelrituelen, liederen en tafelwetten.

In deze context zijn de tafelloges op het Europese continent mede gevormd door de militaire loges die tijdens de Napoleontische tijd rondtrokken. Deze loges — die vaak de basis vormden voor later opgerichte burgerlijke loges — droegen bij aan de verspreiding van een specifiek militair vocabulaire dat tot op heden in de tafelloge bewaard is gebleven. Glazen worden aangeduid als kanons, de drank als kruit of buskruit, flessen als tonnen, vorken als houwelen, messen als zwaarden en lepels als troffels. Het vullen van het glas heet laden, het ledigen ervan vuren en het uitbrengen van een toost kanonnade.
De tafelloge omvat doorgaans voorts het openen en sluiten van de maaltijd volgens vaste formules, het uitbrengen van een vastgesteld aantal toosten (ook wel condities genaamd) — onder meer op het hoogste gezag in de staat en de orde, en op de visiteuren (gasten vanuit andere loges) — en het zingen van maçonnieke liederen. De symboliek benadrukt de continuïteit tussen de formele arbeid in de loge en het sociale samenzijn aan tafel.
De gang van zaken tijdens een tafelloge wordt geregeld door zogeheten tafelwetten: een geheel van formele regels die de orde, het verloop en de symbolische handelingen tijdens de bijeenkomst bepalen. Deze wetten kunnen per loge of per obediëntie verschillen, maar vertonen doorgaans een grote mate van overeenkomst. Zij bevatten voorschriften over de volgorde en uitvoering van toosten, het gebruik van symbolisch vocabulaire, het recht om het woord te voeren en de omgangsvormen tussen de aanwezige leden van de loge.
Naast hun praktische functie hebben tafelwetten ook een symbolische betekenis: zij structureren de bijeenkomst zodanig dat orde, maat en wederzijds respect worden geoefend binnen een informele setting. De tafelwetten leggen bijvoorbeeld vast 'dat het niemand vrijstaat een ander te dwingen zijn kanon sterker te laden dan hem goeddunkt', waarmee het vrijwillige karakter van deelname aan de rituele handelingen wordt benadrukt.