Tjalk

Tjalkspant
De tjalk Suez (TA51) tijdens het admiraalzeilen bij de VSRP lustrumreünie 2010
Een tjalk, in gebruik als beurtschip, in Enkhuizen, begin twintigste eeuw
Bolle Domus, een boltjalk uit 1914

De tjalk is een historisch zeilend vrachtschip voor de binnenwateren. De naam werd in de 17e eeuw voor het eerst gebruikt om schepen met ronde boeg aan te duiden. Dit scheepstype kent vele uitvoeringen.

Kenmerken

De tjalk is lang, smal en ondiep van bouw, als een afgeronde doos. Verder heeft hij een volle ronde boeg en ronde kimmen. Op een paar uitzonderingen na hadden tjalken één mast. Ze voerden een gaffeltuig en waren voorzien van zijzwaarden. Tjalken werden aanvankelijk van hout gebouwd, later van ijzer en nog later van staal. Vanaf het einde van de negentiende eeuw werden ze ook voorzien van mechanische voortstuwing. Door soms sterke verschillen in uiterlijk, uitvoering, herkomst en gebruik, kregen tjalken vaak een daaraan verbonden naam. Voorbeelden zijn:

Soorten en typen

Andere tjalkachtige schepen

Er waren ook andere schepen die min of meer familie van de tjalk waren:

Verspreidingsgebied

De tjalk was algemeen en kwam voor in een gebied dat zich uitstrekte van de Oostzee tot Noord-Frankrijk en Engeland. Het was zeker in de 18e en 19e eeuw in de Nederlanden het werkpaard en manusje-van-alles van het transport op het water. Met de grotere exemplaren werd ook kustvaart bedreven.

Erfgoed

In Nederland zijn nog een groot aantal, hoofdzakelijk in ijzer (puddelijzer of brûsiser) en staal gebouwde tjalken aanwezig. Bij de neergang van de zeilvaart zijn de grootste tjalken omgebouwd tot motorvrachtschip. De kleinste zijn vaak gesloopt en de middenmoot werden vaak onherkenbaar omgebouwd tot woonboot. Veel woonschepen zijn later weer teruggebouwd en gerestaureerd tot pleziervaartuig of charterschip.

Literatuur

Zie ook