| Toverchampignon | ||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||
| Micropsalliota geesterani (Bas & Heinem.) R.L. Zhao & L.A. Parra (2015) | ||||||||||||||
| Synoniemen | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| ||||||||||||||
De toverchampignon (Micropsalliota geesterani) is een schimmel behorend tot de familie Agaricaceae. Hij leeft saprotroof op de grond in parken, jonge bosjes, geluidswallen, wegbermen op voedselrijke, humeuze of kleiïge bodems.
Het is een grote, robuste paddenstoel met een hoed van 15–20 cm doorsnede. De kleur is wit maar wordt al snel wijnrood. De paddenstoel ontwikkelt zich bijna volledig onder de grond. Hij kan zelfs tegels opzijdrukken of door beton heen breken.
De harde steel heeft dezelfde kleuren als de hoed en is ringloos. De paddenstoel kleurt felgeel bij het doorsnijden en na enkele minuten verandert dit in purperrood.
De sporenmaat is 7,1–8,3 × 4,8–5,6 μm.
In 1973 werd de soort voor het eerst gevonden in Nederland. De locatie was het Amsterdamse Bos. In 1983 werd de soort ook in Maarsseveen en in Zuidelijk Flevoland aangetroffen. Op basis van dit materiaal werd hij door Cornelis Bas beschreven, waarna hij in 1986 samen met Paul Heinemann de naam als Agaricus geesterani publiceerde. Ze vernoemden de soort naar Rudolph Arnold Maas Geesteranus (1911–2003) die ze noemden als leraar en collega. In 2015 werd de soort door R.L. Zhao & L.A. Parra in het geslacht Micropsalliota geplaatst.
In Nederland komt de toverchampignon zeldzaam voor. In 2010 was de paddenstoel bekend uit negen provincies. Een grote concentratie vindplaatsen bevond zich rondom Amsterdam.
In Europa zijn alleen enkele vondsten bekend uit Vlaanderen (2005), Noordrijn-Westfalen (1995), Engeland (2008) en Polen (2018). Buiten Europa is de toverchampignon alleen gevonden in Israël (1996).