Vox in excelso

Vox in excelso is een pauselijke bul van paus Clemens V, gedateerd op 22 maart 1312, waarmee de Orde van de Tempeliers werd opgeheven. De beslissing werd genomen tijdens het Concilie van Vienne en op 3 april 1312 tijdens de tweede openbare zitting van het concilie plechtig bekendgemaakt.

De bul beëindigde het bestaan van de Tempeliers als kerkelijk erkende ridderorde, maar deed dit niet door de orde als geheel bij een definitief rechterlijk vonnis wegens ketterij te veroordelen. Clemens verklaarde dat hij de orde ophief per modum provisionis seu ordinationis apostolicae, bij wijze van apostolische voorziening en beschikking. De personen en goederen van de voormalige orde werden aanvankelijk aan de beschikking van de paus en de Kerk voorbehouden.

Achtergrond

De bul vormde het sluitstuk van een conflict dat in Frankrijk in 1307 in een beslissende fase was gekomen. Koning Filips IV van Frankrijk liet op 13 oktober 1307 grote aantallen Tempeliers arresteren. Tegen leden van de orde werden onder meer beschuldigingen van geloofsafval, oneerbiedigheid tegenover het kruis, onregelmatigheden bij de opnameceremonies en andere vormen van ketterij ingebracht. Bij de Franse verhoren werd tegen verschillende gevangenen marteling gebruikt.

Clemens V trachtte daarna de behandeling van de zaak onder pauselijk en kerkelijk gezag te brengen. De processen en onderzoeken tegen de Tempeliers sleepten zich meerdere jaren voort en vormden een belangrijk onderwerp van het in 1311 bijeengeroepen Concilie van Vienne.

Onder de aanwezige kerkelijke vertegenwoordigers bestond aanvankelijk geen overeenstemming over de vraag of de orde als geheel kon worden veroordeeld. Volgens de analyse van de historici Elizabeth A.R. Brown en Alan Forey meenden sommige deelnemers dat een veroordeling mogelijk was, terwijl anderen van oordeel waren dat daarvoor juridisch onvoldoende grond bestond.

De Franse koning oefende gedurende het conflict aanzienlijke politieke invloed uit. Filips IV arriveerde op 20 maart 1312 met zijn gevolg in Vienne, twee dagen voordat de beslissing over de opheffing in een besloten consistorie werd genomen. In de historiografie wordt de ondergang van de orde daarom mede geplaatst binnen de machtsstrijd tussen de Franse monarchie en het pausdom.

Inhoud en rechtskarakter

Vox in excelso opent met bijbelse formuleringen over klacht, rouw en schandaal en geeft vervolgens een uitvoerig overzicht van de tegen de Tempeliers gerezen beschuldigingen en van de voorafgaande onderzoeken.

Het juridisch belangrijkste gedeelte van de bul betreft de wijze waarop de orde werd opgeheven. Clemens verklaarde dat de Tempeliersorde niet werd afgeschaft door een definitief rechterlijk vonnis (non per modum definitivae sententiae), maar door een pauselijke voorziening en beschikking. De orde, haar staat, habijt en naam werden daarmee blijvend opgeheven. Tevens werd verboden nog tot de orde toe te treden, het Tempeliershabijt te dragen of zich als Tempelier voor te doen; overtreding leidde tot excommunicatie.

Als redenen verwees de bul onder meer naar de ernstige aantasting van de reputatie van de orde, de ontstane verdenkingen en het publieke schandaal, alsmede naar de wens verdere schade te voorkomen en de voor het Heilige Land bestemde goederen te behouden.

De beslissing hield niet in dat alle afzonderlijke Tempeliers door de bul persoonlijk werden veroordeeld. De reeds ingestelde procedures tegen individuele leden door bisschoppen en provinciale concilies konden worden voortgezet. De verdere regeling van de positie van de voormalige ordeleden en van de bezittingen van de orde werd aan latere pauselijke besluiten voorbehouden.

Afkondiging

Hoewel Vox in excelso is gedateerd op 22 maart 1312, werd de opheffing op 3 april tijdens een openbare zitting van het Concilie van Vienne plechtig afgekondigd. Filips IV en drie van zijn zonen waren daarbij aanwezig. De tekst van de bul werd voor de aanwezigen voorgelezen.

Brown en Forey beschouwen de bul als het fundamentele juridische document waarop de daaropvolgende maatregelen tegen de orde, haar leden en haar eigendommen berustten.

Bezittingen en voormalige leden

De regeling van de eigendommen van de Tempeliers volgde kort na de opheffing. Met de bul Ad providam van 2 mei 1312 wees Clemens V het grootste deel van de voormalige Tempeliersgoederen toe aan de Orde van Sint-Jan, de Hospitaalridders. Bezittingen in de koninkrijken Castilië, Aragón, Portugal en Majorca werden hiervan uitgezonderd en voor een latere regeling gereserveerd.

Op 6 mei 1312 volgde Considerantes dudum, waarin nadere regelingen werden getroffen voor de behandeling van individuele voormalige Tempeliers.

Perkament van Chinon

Een document dat van belang is voor de interpretatie van het proces tegen de Tempeliers is het zogeheten Perkament van Chinon. Het stuk, dat betrekking heeft op verhoren van 17 tot 20 augustus 1308, werd in 2001 in het Vaticaans Archief geïdentificeerd door de Italiaanse paleograaf Barbara Frale.

Uit het document blijkt dat drie door Clemens V gevolmachtigde kardinalen de leiders van de orde, onder wie grootmeester Jacques de Molay, na hun ondervraging kerkelijke absolutie verleenden en hen opnieuw tot de sacramenten en de gemeenschap van de Kerk toelieten. De betekenis daarvan moet worden onderscheiden van de latere institutionele opheffing van de orde: de absolutie van personen in 1308 betekende niet dat het onderzoek naar de orde als instelling was beëindigd. Vier jaar later werd zij door Vox in excelso alsnog opgeheven.

Overlevering en historiografie

Van Vox in excelso is een aantal middeleeuwse afschriften bewaard gebleven. De tekst kreeg in vergelijking met sommige andere documenten over de Tempeliers relatief laat een moderne wetenschappelijke uitgave. Een belangrijke hedendaagse tekstkritische studie is die van Elizabeth A.R. Brown en Alan Forey uit 2018, waarin de auteurs de handschriftelijke overlevering, totstandkoming en historische context onderzoeken en een nieuwe editie van de Latijnse tekst publiceren.

In de moderne geschiedschrijving wordt de bul niet beschouwd als een eenvoudige rechterlijke vaststelling dat de orde als geheel schuldig was aan ketterij. Het onderscheid dat Clemens zelf maakte tussen een definitief vonnis en opheffing bij wijze van apostolische beschikking vormt een belangrijk onderdeel van de historische en canoniek-juridische interpretatie van het document.

Literatuur

Zie ook

Zie de categorie Vox in excelso van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.