



Een vreugdevuur is een groots door mensen opgebouwd en gecontroleerd vuur om iets te vieren.
Na bijvoorbeeld vastentijd, oorlogstijd of bij de afsluiting van het jaar is het soms gebruikelijk om een groot vreugdevuur aan te steken. In zo'n vuur wordt symbolisch het (moeizame) verleden verbrand en achter zich gelaten. Soms wordt hiervoor als symbool een (stro)pop gebruikt. Vaak wordt er in een cirkel om het vuur gedanst en gefeest.
Voor het vuur worden meestal oude en kapotte spullen (als symbool voor het verleden) verzameld, soms aangevuld met complete bomen (zoals bij een kerstboomverbranding of bijvoorbeeld voor het paasvuur).





Het christendom probeerde de 'heidense' gebruiken te stoppen, maar dit lukte niet. Op sommige plaatsen werd het gebruik dan ook overgenomen en het 'heidense' element werd vervangen door een kruis.
Op vele plaatsen wordt (of werd) er gesprongen over het vuur.