| Williswinde | ||||
|---|---|---|---|---|
| Auteur(s) | Louis Couperus | |||
| Voorwoord | Louis Couperus | |||
| Kaftontwerper | L.W.R. Wenckebach | |||
| Land | Nederland | |||
| Taal | Nederlands | |||
| Auteursrechtenstatus | publiek domein (Verenigde Staten) | |||
| Oorspronkelijke taal | Nederlands | |||
| Uitgever | L.J. Veen | |||
| Genre | Dichtbundel | |||
| Uitgegeven | 1895 | |||
| Pagina's | 85 [=94] | |||
| Oorspronkelijke oplage | 1250 (?) | |||
| Vorige boek | Wereldvrede | |||
| Volgende boek | Hooge troeven | |||
| ||||
Williswinde is een dichtbundel van Louis Couperus die voor het eerst in 1895 bij zijn vaste uitgever L.J. Veen verscheen.
Tussen 1886 en 1891 werden er verspreid gedichten van Couperus gepubliceerd in tijdschriften en een bundel van Pol de Mont, maar er bestond nog geen volledige bundel. Couperus stelde in januari 1893 aan zijn uitgever Lambertus Jacobus Veen voor om een bundel te maken van die nog niet in boekvorm verschenen gedichten. Veen had juist de rechten verworven op Een lent van vaerzen en Orchideeën. Een bundel poëzie en proza. Hij voerde de suggestie van Couperus toen echter niet uit. Pas toen hij een tweede druk van Orchideeën voorbereidde in 1894 en na een herhaalde suggestie van Couperus verscheen er toch een afzonderlijke bundel van deze gedichten.
De titel die Couperus zelf voorstelde was Vroege gedichten, maar Veen leek dit geen goed idee. Couperus stelde daarop voor om de bundel te noemen naar wat hij zelf het beste gedicht vond: Williswinde. Couperus stelde ook nog voor om, mocht de omvang te klein zijn, het sprookje De schoone slaapster in het bosch eraan toe te voegen, maar dat bleek uiteindelijk niet nodig. De bundel verscheen in november 1895.
Aan de bundel ging een met september 1895 gedateerde "voorrede" waarin de dichter zijn uitgever bedankte dat hij de bundel had willen uitgeven, dat hij de bijna tien jaar oude gedichten nooit meer las maar dat ze toch "met groote naïeve liefde" geschreven waren en dat hij vermoedelijk nooit meer poëzie zou schrijven.
Couperus was zelf niet erg blij met Wenckebachs omslag, die hij beschreef als "[...] een vies kleurtje en met iets dat me aan een Gartenlaube aan de Rijn laat denken, waar we Rijnwijn drinken".
Tijdens Couperus' leven verscheen slechts één druk hiervan, in zowel een gebonden als ingenaaide versie, in een band van L.W.R. Wenckebach. De bundel werd niet herdrukt.