Xeromyces

Xeromyces
Taxonomische indeling
Rijk:Fungi (Schimmels)
Stam:Ascomycota
Klasse:Eurotiomycetes
Onderklasse:Eurotiomycetidae
Orde:Eurotiales
Familie:Aspergillaceae
Geslacht
Xeromyces
L.R. Fraser (1954)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Schimmels

Xeromyces is een geslacht van schimmels uit de familie Aspergillaceae. Het geslacht behoort tot de orde Eurotiales en omvat slechts één beschreven soort, Xeromyces bisporus. Deze schimmel is sterk xerofiel, wat betekent dat hij kan groeien in omstandigheden waarin zeer weinig water beschikbaar is. Hij komt vooral voor op suikerrijke substraten en kan bederf veroorzaken van gedroogde levensmiddelen.

Taxonomie

Het geslacht werd beschreven door de Australische mycologe Lilian R. Fraser in haar publicatie A new genus of the Plectascales, verschenen in 1954 in de Proceedings of the Linnean Society of New South Wales. De typesoort is Xeromyces bisporus, oorspronkelijk aangetroffen op beschimmelde zoethout in Australië.

De taxonomische positie van het geslacht is verschillende malen onderzocht. In 1970 werd Xeromyces bisporus door Josef Adolf von Arx ondergebracht in het geslacht Monascus, onder de naam Monascus bisporus. Moleculair onderzoek aan onder meer ribosomaal DNA en het bèta-tubulinegen wees echter uit dat Xeromyces nauwer verwant is aan bepaalde xerofiele schimmels die destijds tot Chrysosporium werden gerekend dan aan Monascus. Op basis van zowel moleculaire als morfologische en fysiologische verschillen wordt Xeromyces als zelfstandig geslacht gehandhaafd.

De ongeslachtelijke vorm werd eerder beschreven onder de naam Fraseriella bispora. Omdat beide namen betrekking hebben op dezelfde schimmel, is aanbevolen de oudere en algemeen gebruikte geslachtsnaam Xeromyces te behouden.

Kenmerken

Microscopische kenmerken

Vruchtlichamen

Xeromyces vormt kleine, kleurloze en gesloten vruchtlichamen, zogenaamde cleistothecia. Hierin ontwikkelen zich de sporenzakjes of asci, die na de rijping van de sporen snel uiteenvallen.

Asci en ascosporen

De asci bevatten elk twee ascosporen. Deze zijn karakteristiek D-vormig. Het aantal van twee ascosporen per ascus is een belangrijk microscopisch kenmerk van het geslacht en vormt de oorsprong van de soortaanduiding bisporus.

Ongeslachtelijke voortplanting

De ongeslachtelijke voortplantingsvorm, die vroeger als Fraseriella werd beschreven, wordt slechts zelden waargenomen. In tegenstelling tot het verwante geslacht Xerochrysium vormt Xeromyces geen aleurioconidiën of chlamydoconidiën. Bij zeer lage wateractiviteit bestaat de groei op voedingsbodems vaak uitsluitend uit mycelium, zonder duidelijk ontwikkelde voortplantingsstructuren.

Ecologie

Xeromyces bisporus behoort tot de meest uitgesproken xerofiele schimmels. De soort kan groeien bij een wateractiviteit (aw) van ongeveer 0,61 tot 0,62. De optimale wateractiviteit voor groei ligt rond 0,85, aanzienlijk lager dan bij de meeste andere schimmels. Op voedingsbodems met een hoge wateractiviteit kan de soort niet groeien.

De schimmel wordt vooral aangetroffen op substraten met een hoog suikergehalte en een geringe hoeveelheid beschikbaar water. Hij is onder meer geïsoleerd uit gedroogde pruimen, andere gedroogde vruchten, chocolade, stroop en melasse. De soort kan daardoor een rol spelen bij het bederf van levensmiddelen die door hun lage vochtgehalte gewoonlijk goed houdbaar zijn.

De geringe beschikbaarheid van water beperkt de groei van veel concurrerende micro-organismen. Hierdoor kan Xeromyces zich handhaven in omstandigheden die voor de meeste andere schimmels ongeschikt zijn. Voor de vorming van sporen is doorgaans meer beschikbaar water nodig dan voor de groei van het mycelium.

Fysiologie

De aanpassing aan een lage wateractiviteit hangt onder meer samen met de productie van glycerol, dat helpt bij het handhaven van de osmotische balans in de cellen. Ook veranderingen in de vetzuursamenstelling van de celmembraan spelen een rol. Onder omstandigheden met een zeer lage wateractiviteit kan de schimmel de productie van glycerol verhogen.

Onderzoek aan het genoom van Xeromyces bisporus leverde een geschatte genoomgrootte van ongeveer 24,8 miljoen basenparen op, waarvan circa 22 miljoen basenparen in de onderzochte genoomassemblage waren opgenomen. Opvallend is het geringe aantal genen dat betrokken lijkt bij de productie van secundaire metabolieten. Bij onderzoek aan zeventien stammen werden onder de onderzochte kweekomstandigheden geen secundaire metabolieten aangetoond.

Soorten

Volgens de taxonomische behandeling van Houbraken et al. (2020) omvat het geslacht één soort: