| Buurtschap in Nederland | |||
|---|---|---|---|
| Situering | |||
| Provincie | |||
| Gemeente | |||
| Coördinaten | 51° 58′ NB, 4° 53′ OL | ||
| Overig | |||
| Postcode | 3411 | ||
| Netnummer | 0348 | ||
| Woonplaats (BAG) | Lopik | ||
| |||
Zevender is een buurtschap en voormalige gemeente behorende tot de gemeente Lopik in de provincie Utrecht. Het ligt tussen Cabauw en Schoonhoven. Het is een lintdorp zonder dorpskern.
De buurtschap is in de Middeleeuwen gevormd langs een veenstroom, de Lobeke. Deze liep vanuit wat nu de Lopikerwaard is naar Schoonhoven, waar zij uitmondde in de Lek. Dit werd later de Zevender en is nu de Lopikerwetering, die de scheiding vormt tussen de polders Noord-Zevender en Zuid-Zevender.
De bebouwing aan de noordzijde van de stroom ontstond al vóór de 12e eeuw en heette toen Vijftienhoeven. Omdat de ontginningen vanaf de rivier de Vlist in de Bonrepas al eerder hadden plaatsgevonden, kon de ontginning van Zevender niet verder naar het noorden uitbreiden. De percelen van Noord-Zevender zijn daarom korter dan gebruikelijk in deze regio.
In de 13e eeuw kwam het gehucht Vijftienhoeven in het bezit van de familie Zevender. De naam van de familie is overgegaan op zowel de nederzetting als op de veenstroom.
Lange tijd heeft Zevender deel uitgemaakt van zowel Lopik (provincie Utrecht) als Schoonhoven (provincie Zuid-Holland). Van 1817 tot 1857 was Zevender een zelfstandige gemeente. Vóór die tijd valt het van 1812 tot 1817 onder de gemeente Zuid-Polsbroek. Kerkelijk behoorde de buurtschap tot Willige Langerak, het Populierenlaantje, voorheen Lange Steeg (thans gemeente Krimpenerwaard) vormde het kerkpad tussen de bebouwing en de kerk.
De heerlijkheid Zuid-Zevender noemde men vroeger; Honderd morgen ende meer in Cabau. Noord-Zevender heet dan Vijftienhoeven, en wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van 1155. Hierbij bevestigt bisschop Herman de parochianen van Lopik in de eigendom van twee viertellen (8 morgen) lands in Polsbroek, die zij van Gerard van Haastrecht hebben gekocht teneinde aldaar een watergang naar de IJssel te maken. Vijftienhoeven is waarschijnlijk al aan het einde van de 11e eeuw ontgonnen. Ongetwijfeld zal het deel hebben uitgemaakt van de ontginning van Lopik, beide gerechten hebben dan ook dezelfde leenheer, namelijk het kapittel van St. Marie in Utrecht.

Vijftienhoeven zal waarschijnlijk al vroeg in leen zijn uitgegeven door de heren van Haastrecht. Op topografische kaarten is te zien dat Noord-Zevender geheel bij Lopik aansluit en afwijkt van aangrenzende ontginningen. In een oorkonde uit 1247 verleent Jan van der Lede aan Gijsbrecht van Zevender en diens zoon Frederik alsmede aan Samson en de overige ingezetenen van Noord-Zevender het eeuwigdurende recht van vrije afwatering door zijn gebied. Dr. Heeringa maakt een aantekening met de opmerking, dat dit land vermoedelijk met Noord-Zevender kan worden aangeduid. Nadat de Van Zevenders met Vijftienhoeven zijn beleend, is de naam in Noord-Zevender veranderd. Zuid-Zevender is in 1253 een afgesplitst deel van Cabauw. Als bewijs van familieverwantschap met de Arkels, kan hun wapenschild nog weleens veranderen van kleuren, namelijk de goud twee beurtelings gekantelde zwarte dwarsbalken. In de 18e eeuw voeren hun nakomelingen dit wapen. Het Arkelse wapen heeft in zilver twee beurtelings gekantelde rode dwarsbalken. Hoenkoop heeft nog een zelfde wapen als Zevender, maar bovendien drie zwarte hoenders in het schildhoofd.
De woontoren van Zevender en zijn bewoners
Het gebied rondom het veenriviertje de Lobeke (de huidige Lopikerwetering) werd in de 11e eeuw ontgonnen en aan de noordzijde van de Lobeke ontstond de nederzetting Vijftienhoeven. In de 13e eeuw kwam de nederzetting in handen van de familie Zevender. Zowel Vijftienhoeven als de Lobeke zouden uiteindelijk de naam Zevender overnemen. De familie was verwant aan het geslacht Van der Lede dat in de eerste helft van de 13e eeuw bij Schoonhoven een eigen kasteel had gebouwd.
In de raad van de graven van Blois komt Frederik van Zevender regelmatig voor in diverse functies, als kastelein, baljuw en rentmeester. Deze Frederik van Zevender maakt deel uit van een oud geslacht dat zijn prestige te danken heeft aan de heren Van Arkel. Door huwelijken zijn zij in het bezit gekomen van landerijen in Cabauw, Zevender en Lopik.
Langs de oever van het riviertje de Zevender enkele kilometers ten oosten van Schoonhoven, hebben zij een versterkt steenhuis gebouwd dat verdedigbaar is en omringd met een gracht. Tijdens een archeologisch onderzoek op dit stuk grond aangetoond dat het grondoppervlak van deze woontoren een vierkant is van 10x10 meter. Aan de gevonden bouwresten kan men zien dat de bouwperiode omstreeks de dertiende eeuw geweest moet zijn.
De woontoren moet al snel afgebroken zijn, omdat hij op een vroeg zestiende-eeuws kaartje al verdwenen is. In de periode van de graven Van Blois woont Frederik van Zevender al niet meer in het versterkte huis, maar heeft hij een woonhuis in de stad Schoonhoven. Deze woning ligt aan de Haven met erf tot aan de Nustraet, tegenwoordig de Korte Weistraat. Frederik is getrouwd met jonkvrouw Lijsbeth, bastaarddochter van Jan van Blois. De kinderen uit dit huwelijk zijn: Frederic, Symon, Guyde, Fye, Griet en Hille.
Rond 1220 kijkt men dus uit op de stenen woontoren van Jan van der Lede, het begin van het kasteel van Schoonhoven. Kijkend naar het oosten, op nog geen 400 meter afstand staat óók een versterkt stenen huis, het huis of kasteel van de 'Heren van Zevender'. Op oude kaarten is het stukje land tussen de Zevender en de Lopikerweg waarop dit huis gelegen moet hebben heel duidelijk herkenbaar. Op dit duidelijk opgehoogde stukje land ligt een 8-vormig slotenpatroon dat doet denken aan een burcht met voorterrein: de burcht in de ene 'o' van de 8, het voorterrein in de andere 'o'. Rond 1200 vormt dit aloude stukje land waarschijnlijk het woonoord van heer Giselbertus van Zevender.

Van het 'stenen huis' of het 'kasteeltje' van de heren Van Zevender is, afgezien van de landschappelijke overblijfselen, hoegenaamd niets bekend. De Archeologische Werkgroep Schoonhoven heeft er eens proefopgravingen gedaan. Daarbij kwamen scherven van middeleeuwse dakpannen, stenen en vloertegels naar boven. Maar zelfs de funderingen van de woontoren en de mogelijke gebouwen op het voorterrein kunnen niet gevonden worden. Men vermoedt dat het gebouw er zoals woontoren 'De Lunenburg' heeft uit gezien. Voorzien van twee of drie verdiepingen. Met een slotgracht en een ophaalbrug en op het eveneens door grachten omgeven voorterrein wellicht wat houten stallen voor de paarden en onderkomens voor het personeel.

Lang hebben de heren Van Zevender hun versterkte huis aan de Zevender overigens niet bewoond. Al vóór 1300 verhuizen ze naar de binnenstad van Schoonhoven., alwaar ze volgens de analen rond 1400 een 'statig huis' bewonen. Hun Hofstede aan de Zevender laten ze tot op de onderste steen afbreken; want stenen zijn in die tijd veel geld waard. Vandaar dat er nu zelfs van de funderingen niets meer is terug te vinden. De Van Zevenders blijven tot op de dag van vandaag een 'aanzienlijke familie'. Reeds in 1254 zijn ze verwant aan de adellijke Van Arkels en de Van der Lede's. Later verbinden ze zich door een huwelijk met de zeer rijke Van Zuylens. Ondanks hun verhuizing naar de binnenstad van Schoonhoven, en later naar elders, blijft later de familie Van Zuylen nog eeuwenlang de leenrechten in Zevender behouden.
In de buurtschap stond ter hoogte van Lopikerweg 74 een versterkt huis van de familie Zevender. De contouren van het kasteelterrein zijn nog in het landschap te zien.
Deze versterking mag niet verward worden met het Kasteel aan de Zevender dat aan de noordoostzijde van Schoonhoven lag.