Zorgmijding is het verschijnsel dat sommige mensen geen hulp zoeken terwijl ze die wel nodig hebben. Zorgmijding kan meerdere oorzaken hebben.
Zorgmijding kan samenhangen met de ontoegankelijkheid van voorzieningen. Veel voorzieningen zijn moeilijk toegankelijk door wachtlijsten, drempels, in- en uitsluitingscriteria of een bureaucratische opstelling van hulpverleners. Ook angst voor de mogelijke financiële consequenties van een behandeling kan een rol spelen wanneer iemand om welke reden dan ook onverzekerd is. Daarnaast zijn veel personen bang voor een diagnose en de mogelijke gevolgen daarvan, zoals ziekenhuisopname, een operatie, chemotherapie, het moeten slikken van medicijnen die duur zijn of bijwerkingen geven, invalide raken, de dood, niet meer zelfstandig kunnen wonen of opname in een verzorgingshuis. Ook kan de vrees bestaan de controle over het eigen leven te verliezen, hetzij door hulpbehoevend te worden, hetzij doordat goedbedoelende familieleden of medici de regie overnemen. Daarbij wordt vaak voorbijgegaan aan het feit dat hulpbehoevendheid kan voortkomen uit een onderliggend medisch probleem en dat het negeren van dat probleem dit niet oplost, maar mogelijk juist verergert.
Wie slechte ervaringen heeft met de zorg kan besluiten haar te mijden. Het is een veelvormig verschijnsel dat ook kan samengaan met een gebrek aan daadkracht en initiatief van hulpverleners om mensen met opeenstapelende problemen te helpen. Hulpverleners wachten dan het initiatief van anderen af of verwijzen deze cliënten naar elkaar door. Zorgmijding kan ook samenhangen met het ontbreken van wederzijds vertrouwen tussen hulpverleningsinstellingen en cliënten.
Groepen die vaak opstapelende problemen hebben en waarvan bekend is dat ze hulpverlening uit de weg gaan zijn zwervende dak- en thuislozen, zelfstandig wonende dementerende ouderen, lijders aan depressie of alcoholisme, mensen met gedrags- of persoonlijkheidstoornissen of met een 'dubbele diagnose' (psychiatrie plus verslaving). Ook komt zorgmijding voor bij mensen met woonhygiënische problemen die overlast veroorzaken, personen die getraumatiseerd zijn door geweld en kinderen van verslaafde ouders met psychiatrische problematiek. Mantelzorgers die hun chronisch zieke of gehandicapte familielid niet aan een ander toe durven te vertrouwen kunnen ook noodzakelijke zorg gaan mijden.
Wanneer verslavingsproblemen, psychiatrische problemen, pedagogische problemen, schulden, woonproblemen of huiselijk geweld zich opstapelen kan dat tot gevolg hebben dat hele gezinnen zorg gaan mijden.
Zorgverlamming is het gebrek aan daadkracht en initiatief van hulpverleners om mensen met een opeenstapeling van problemen te helpen. Bij gezinnen met meerdere problemen zijn soms meer dan tien hulpverleners actief. Voor afzonderlijke hulpverleners die allemaal verantwoordelijk zijn voor een deelgebied in de hulpverlening, is het moeilijk om het geheel te overzien. Dit zorgt voor gevoelens van onmacht en gebrek aan initiatief; waar iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk.
Wanneer mensen of instanties zich grote zorgen maken over een zorgmijder, of deze veroorzaakt overlast, wordt er wel gesproken van een zorgwekkende zorgmijder. Men poogt dan soms noodzakelijke zorg minder vrijblijvend aan te bieden. Dit wordt bemoeizorg genoemd. Er is daarbij vaak een spanningsveld tussen het respect voor de autonomie van de cliënt enerzijds en de gevoelde verantwoordelijkheid anderzijds.