Aquae Granni

Aquae Granni
Plattegrond van Aken met schematische weergave van Romeinse vondsten
Plattegrond van Aken met schematische weergave van Romeinse vondsten
Situering
Land Duitsland
Locatie Aken (Altstadt en Burtscheid)
Coördinaten 50° 47′ NB, 6° 5′ OL
Informatie
Omschrijving Romeinse nederzetting (vicus) en openbaar kuuroord
Datering ca. 1e eeuw v.Chr. – 5e eeuw n.Chr.
Periode Romeinse Rijk
Cultuur Gallo-Romeinse periode
Vondstjaar vanaf de 19e eeuw tot heden
Vinder diverse archeologen (o.a. Andreas Schaub en Leo Hugot)
Collectie o.a. Centre Charlemagne (Aken) en LVR-LandesMuseum Bonn
Id wettelijk beschermd Bodendenkmal (NRW)
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

Aquae Granni, vroeger ook wel Aquisgranum , is de Latijnse benaming voor het antieke, Romeinse Aken. Hoewel de naam pas vanaf de vroege middeleeuwen schriftelijk is overgeleverd, heeft deze schrijfwijze zich in de archeologische literatuur gevestigd. Lange tijd werd gedacht dat Romeins Aken slechts een bescheiden kuuroord voor soldaten was, maar recent archeologisch onderzoek toont aan dat het een bloeiende nederzetting (vicus) was met een volwaardige stedelijke infrastructuur. De Romeinse resten concentreren zich vooral in de historische binnenstad (Altstadt) en in het stadsdeel Burtscheid (Porcetum).

Onderzoeksgeschiedenis

Het archeologisch onderzoek naar het Romeinse Aken werd, op enkele korte periodes na, tot het begin van de 21e eeuw vrij stiefmoederlijk behandeld. Hier kwam pas verandering in toen de stad Aken in 2006 met Andreas Schaub voor het eerst een eigen provinciaal-Romeins stadsarcheoloog aanstelde. Sindsdien is de zorg voor het bodemarchief aanzienlijk geprofessionaliseerd en heeft grootschalig modern onderzoek (onder andere in de Elisengarten) geleid tot een fundamenteel herziene kijk op de omvang en het belang van de antieke nederzetting.

Etymologie

De naam Aquis ("bij de wateren") wordt voor het eerst genoemd in 765 onder de Frankische koning Pepijn de Korte. Zijn zoon Karel de Grote vierde er in 768 kerstmis in de Villa Aquis. De naam verwijst naar de talrijke thermale bronnen in het gebied. De toevoeging Granni verwijst naar Grannus [en], een Keltische god van het water en de geneeskunde, die door de Romeinen werd gelijkgesteld aan Apollo.

Topografie

De Romeinse vicus lag in een keteldal tussen de Johannisbach en de Paunellbach, twee Akense beken, een gebied met vrij ongunstige vestigingsvoorwaarden voor menselijke bewoning. De aanwezigheid van warme, zwavelhoudende warmwaterbronnen (met temperaturen tot 75 °C) uit de Eifel was echter de hoofdreden dat de Romeinen zich hier vanaf het einde van de 1e eeuw v.Chr. vestigden.

De nederzetting was via de heirbaan Aken-Xanten verbonden met de Via Belgica, de belangrijke Romeinse heerweg van Bavay naar Keulen, die zo'n 15 kilometer ten noorden van de vicus liep. Er liepen tevens regionale wegen naar Maastricht (Mosa Trajectum), Jülich (Iuliacum), Burtscheid (Porcetum) en de vicus Gressenich [de]. In de directe omgeving van de stad bevonden zich diverse villae rusticae en ambachtelijke productiesites voor ijzerwinning en keramiek.

Archeologische vondsten

Stedenbouwkundige structuur en bewoning

De oudste sporen van de Romeinse vicus dateren uit het laatste kwart van de 1e eeuw v.Chr., ten tijde van de regering van keizer Augustus. Om bewoning in het moerassige keteldal überhaupt mogelijk te maken, legden de Romeinen eerst een uitgebreid drainagesysteem met kanalen aan, waarna het terrein (onder andere rond de huidige Elisengarten) met grind en zand werd opgehoogd.

De vroegste bebouwing bestond uit langgerekte vakwerkhuizen, de zogeheten 'strokenhuizen' (in de Duitstalige literatuur bekend als Streifenhäuser [de]), die met hun smalle zijde aan de straatkant grensden en vaak in gebruik waren als gecombineerde woon- en winkelpanden. Dit type langwerpige huizenbouw vormt een directe regionale parallel met de nabijgelegen Romeinse nederzettingen in Zuid-Limburg. Zowel in Maastricht (Mosa Trajectum), ter hoogte van de Grote Staat, als in Heerlen (Coriovallum), rondom het thermencomplex, zijn vergelijkbare strokenhuizen aangetroffen.

Dendrochronologisch onderzoek van funderingspalen onder het huidige Akense marktplein toont aan dat deze houtbouw rond het begin van de christelijke jaartelling al volop in gang was. Vanaf het midden van de 2e eeuw n.Chr. maakten de houten huizen in fasen plaats voor representatieve stenen gebouwen met funderingen van kalkmortel en muren van lokale breuksteen. De nederzetting kende een hoge mate van continuïteit en bleef gedurende de gehele Romeinse periode, tot ver in de 5e eeuw, onafgebroken bewoond.

Forum en monumentale architectuur

Links de originele 3e-eeuwse porticus-fragmenten in het LVR-LandesMuseum te Bonn; rechts de replica op de Hof in Aken

Het monumentale en politieke centrum van de Romeinse vicus bevond zich in de buurt van het huidige plein Hof, gesitueerd tussen de grote thermencomplexen. Tijdens opgravingen in de periode 2011–2014 werd op deze locatie een belangrijk archeologisch puzzelstuk ontdekt: drie zwaar beschadigde fragmenten van een zandstenen blok. Na reiniging in het depot bleek het te gaan om een officiële Romeinse bouwinscriptie uit de regeerperiode van keizer Trajanus (98–117 n.Chr.). De tekst identificeert de keizer expliciet als opdrachtgever van een groot openbaar project, wat de theorie ondersteunt dat het Romeinse Aken onder zijn bewind planmatig werd uitgebreid en mogelijk de status van een regionale hoofdstad ambieerde.

Dit historische kader sluit nauw aan bij de vondst in 1963 (aanvullende vondst in 2014) van een monumentale zuilengalerij, een zogeheten porticus, die de begrenzing vormde van het vermoedelijke forum. Deze indrukwekkende, ruim zeven meter hoge architectonische constructie bestond uit een stenen arkadenwand met Korinthische zuilen en stamt uit het einde van de 2e of het begin van de 3e eeuw n.Chr. De oorspronkelijke zandstenen bogen en zuilenfragmenten werden na de Tweede Wereldoorlog veiliggesteld en zijn tegenwoordig permanent tentoongesteld in de centrale hal van het LVR-LandesMuseum Bonn. Om de monumentale omvang van het forum in het Akense stadsbeeld zichtbaar te maken, is op het plein Hof een getrouwe replica van de drie Romeinse bogen opgericht.

Naast de politieke en commerciële functies had het forum vermoedelijk ook een controlefunctie. Vondsten van specifieke inscripties en wijstenen op het terrein wijzen op de aanwezigheid van een station voor beneficiarii [de]. Dit waren Romeinse beroepssoldaten die door de gouverneur van Germania Inferior werden gedetacheerd om toezicht te houden op de wegenveiligheid, de inning van douanerechten en de openbare orde in de nederzetting.

Thermen

Reconstructie van het Romeinse thermencomplex van Aquae Granni, tentoongesteld in Centre Charlemagne (CC)

De aanwezigheid van de geneeskrachtige bronnen leidde ertoe dat de vicus in de loop van de 1e eeuw n.Chr. grootschalig werd uitgebouwd tot een officieel kuuroord voor het Exercitus Germaniae Inferioris, het Romeinse leger in Neder-Germanië. In de loop der tijd zijn er drie grote, elkaar opvolgende badcomplexen (thermae) geïdentificeerd:

Heiligdommen en cultusplaatsen

Romeinse votiefsteen voor Cybele en Isis uit ca. 200 na Chr., gesticht door Iulia Tiberina, vrouw van een in Britannia gestationeerde centurion (collectie CC)

In het eerste kwart van de 2e eeuw n.Chr. onderging het centrum van de vicus een grote transformatie. De Thermen am Hof werden afgebroken om plaats te maken voor een religieus tempeldistrict. Centraal in dit district stond een oostwaarts georiënteerde fanum, een Gallo-Romeinse omgangstempel van 15 bij 13 meter, geflankeerd door een kleiner tempelgebouw. Hoewel directe inscripties in de hoofdtempels ontbreken, wijst de nabije vondst van een sokkel van een standbeeld met een slang die zich om een boomstam windt op een heiligdom voor de genezingsgod Asklepios, wat nauw aansluit bij de functie van Aken als kuuroord. Direct ten oosten hiervan bevond zich een overwelfd nymphaeum dat de Quirinusbron omsloot.

Naast de traditionele Romeins-Keltische goden vonden in Aquae Granni ook oosterse mysterieculten ingang. In 1974 werd bij graafwerkzaamheden aan de Buchkremerstraße een opmerkelijke kalkstenen votiefsteen ontdekt. De inscriptie op dit altaar getuigt van de oprichting van twee heiligdommen (aedes) voor de godinnen Cybele (de Magna Mater, vruchtbaarheidsgodin) en Isis. De schenkster was Julia Tiberina, de echtgenote van een centurio van het Legio XX Valeria Victrix. Deze vondst illustreert de hoge mate van mobiliteit binnen het Romeinse Rijk en toont aan dat kosmopolitische religieuze stromingen ook in deze grensprovincie doordrongen.

Iets verder buiten de centrale kern, op de route naar Porcetum (Burtscheid), zijn fundamenten van een opmerkelijk achthoekig cultusgebouw uit de 2e of 3e eeuw n.Chr. aangetroffen.

De religieuze praktijk beperkte zich echter niet tot monumentale tempelzones, maar was ook verweven met de private sfeer. Tijdens grootschalige archeologische opgravingen in de nabijgelegen Elisengarten, een stadspark direct achter de Elisenbrunnen gelegen, stootten archeologen in een van de vroege Romeinse steenbouwfasen op de resten van een kleine aedicula. Dit type kleinschalig huisheiligdom of cultusnis diende in de huiselijke context voor de verering van de Laren (de beschermgoden van het huishouden) of andere persoonlijke schutspatronen.

Buiten de nederzetting: economische activiteiten en begraafplaatsen

Vanwege het verhoogde brandgevaar en de bijbehorende geuroverlast waren de ambachtszones hoofdzakelijk aan de randen van de vicus gevestigd. Archeologische opgravingen hebben in de periferie van de nederzetting meerdere pottenbakkersovens en grootschalige ijzersmeltovens blootgelegd, wat aantoont dat Aken een regionaal knooppunt was voor de productie en bewerking van metaal en keramiek.

Een bijzondere ontdekking werd in 2017 gedaan, toen archeologen stootten op de resten van een 3e-eeuwse werkplaats voor beenbewerking. Hier werden onder andere decoratieve haanspelden, speelstukken en naalden vervaardigd uit dierlijk bot. De luxueuze bijvondsten op deze locatie, waaronder fragmenten van geïmporteerd aardewerk (terra sigillata) en glazen drinkbekers, duiden erop dat de eigenaren van deze ambachtelijke werkplaatsen een aanzienlijke welstand genoten.

Zoals de Romeinse wetgeving (de Lex Duodecim Tabularum) strikt voorschreef, lagen de bijbehorende grafvelden en necropolissen op veilige afstand buiten deze nijverheids- en woonzones langs de uitvalswegen.

Laatantieke versterking

Schematische weergave van het Akense castellum en een klein deel van de gracht (collectie CC)

Tijdens de Romeinse crisis van de 3e eeuw leed de open nederzetting onder invallen van plunderende Germaanse stammen, met name de Franken. Als reactie hierop werd in de eerste helft van de 4e eeuw n.Chr. — vermoedelijk onder keizer Constantijn de Grote of zijn opvolgers — op de centraal gelegen Marktheuvel een stenen castellum opgericht. Dit fort deed in tijden van nood dienst als vluchtburcht voor de bewoners van de vicus.

Dit Akense fort vertoont sterke strategische en architectonische parallellen met het Castellum van Maastricht, dat in dezelfde periode werd gebouwd ter beveiliging van de vitale infrastructuur in Germania Inferior. De vesting in Aken had een min of meer cirkelvormig grondplan met een diameter van ongeveer 150 meter en was omringd door een massieve stenen weermuur met een dikte van bijna 4,5 meter. Vanwege de zompige ondergrond in het dal rustten deze zware muren op een dichte paalfundering van sterke eikenhouten stammen. Het vestingwerk werd aan de buitenzijde versterkt met uitstekende halfronde weertorens en een zes meter brede verdedigingsgracht. Recent stadsarcheologisch onderzoek heeft bovendien de exacte resten van een van de monumentale poortdoorgangen van dit castellum aan het licht gebracht.

Continuïteit naar de middeleeuwen

Glazen drinkhoorn (4e/5e eeuw na Chr.), gevonden in een grafveld buiten de toenmalige nederzetting (collectie LVR-LandesMuseum Bonn, bruikleen CC)

Hoewel de instroom van Romeinse munten aan het eind van de 4e eeuw (ten tijde van de regering van keizer Theodosius I) opdroogde, toont het archeologisch bodemonderzoek geen sporen van een gewelddadige verwoesting van de nederzetting. Vondsten van Merovingisch aardewerk, Oostgotische munten en vroegmiddeleeuwse graven bewijzen dat Aken ook in de 5e, 6e en 7e eeuw permanent bewoond bleef.

Bovendien bleven verschillende Romeinse straatpatronen behouden in het latere middeleeuwse stadsbeeld. Dit zorgde voor een unieke bouwkundige continuïteit: toen Karel de Grote aan het eind van de 8e eeuw zijn monumentale Palts van Aken liet optrekken, bouwde hij zijn paleiscomplex en de paltskapel direct bovenop en met hergebruik van de massieve fundamenten en muren van de Romeinse Münsterthermen.

Romeins erfgoed en monumentenzorg

Romeinse objecten: bronzen sleutel, fibula, speelstenen en aardewerk speelgoedpaardje (collectie CC)

De materiële resten van Aquae Granni worden in het moderne Aken op verschillende manieren voor het publiek ontsloten en beheerd. In de openbare ruimte is gekozen voor het concept van 'archeologische vensters' (Archäologische Fenster). Dit zijn overkapte of met glasplaten afgedekte constructies waar archeologische resten in situ (op de vindplaats zelf) te bezichtigen zijn. Dergelijke presentaties bevinden zich onder andere in de Elisengarten (waar de gelaagdheid van de bodem van het neolithicum tot de middeleeuwen zichtbaar is), bij de Markt (fundamenten van een laatantieke weertoren) en onder de vloer van de Akense Dom, waar resten van de Münsterthermen zijn blootgelegd.

De belangrijkste kunst- en gebruiksvoorwerpen die bij opgravingen zijn veiliggesteld, worden permanent tentoongesteld in het Centre Charlemagne, het centrale stadsmuseum aan de Katschhof. Een aanzienlijk deel van de historische artefacten die in de 19e en vroege 20e eeuw zijn ontdekt, bevindt zich in de provinciale collectie van het LVR-LandesMuseum Bonn. Alle archeologische vindplaatsen binnen de gemeentegrenzen vallen onder de wettelijke bescherming van de monumentenwet van de deelstaat Noordrijn-Westfalen en zijn geregistreerd als archeologisch monument (Bodendenkmal).

Romeinse vondsten uit Aken

Zie ook

Bronvermelding

Zie de categorie Aquae Granni van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.