Porcetum

Porcetum
Plattegrond van Burtscheid met schematische weergave van Romeinse vondsten
Plattegrond van Burtscheid met schematische weergave van Romeinse vondsten
Situering
Land Duitsland
Locatie Burtscheid (Aken)
Coördinaten 50° 46′ NB, 6° 5′ OL
Informatie
Omschrijving Romeinse nederzetting (vicus), thermale badplaats en cultuscentrum
Datering ca. 1e eeuw n.Chr. – 3e/4e eeuw n.Chr.
Periode Romeinse Rijk
Cultuur Gallo-Romeinse periode
Vondstjaar vanaf de 19e eeuw (grote opgraving in 1966)
Vinder diverse archeologen (o.a. Walter Sölter)
Collectie o.a. Centre Charlemagne (Aken) en LVR-LandesMuseum Bonn
Id wettelijk beschermd Bodendenkmal (NRW)
Portaal  Portaalicoon   Archeologie

Porcetum is de Latijnse benaming voor de Romeinse nederzetting ter plaatse van het huidige Akense stadsdeel Burtscheid. De nederzetting (vicus) fungeerde in de oudheid als een kuuroord en diende tevens als religieus cultuscentrum en bedevaartsoord. Net als het nabijgelegen Aquae Granni (Romeins Aken) dankte Porcetum zijn ontstaan aan de aanwezigheid van mineraalrijke warmwaterbronnen.

Etymologie

De benaming Porcetum is niet rechtstreeks overgeleverd uit antieke Romeinse bronnen of inscripties. De naam verschijnt voor het eerst in middeleeuwse oorkonden rond de stichting van de lokale abdij van Burtscheid, waaronder een officiële akte uit 1018, maar heeft zich in de moderne archeologische literatuur gevestigd als de wetenschappelijke naam voor de Romeinse nederzetting. Over de historische herkomst van deze naam bestaan in de geschiedschrijving twee verschillende verklaringen.

De traditionele opvatting is dat de naam een Latijnse afleiding is van het woord porcus (varken), wat zou duiden op een plek waar veel varkens werden gehouden. Dit zou refereren aan de destijds eikenrijke bossen in het dal van de Worm, die bij uitstek geschikt waren voor zwijnenhoederij. De Latijnse benaming vormt tevens de etymologische basis voor de latere middeleeuwse naam Burtscheid en met name de Franse variant Borcette.

Moderne toponymische en Keltologische studies wijzen op een alternatieve, inheemse oorsprong. Volgens deze visie is Porcetum een gelatiniseerde vorm van het oudere Keltische borvocetum. Dit is een samenstelling van Borvo (de Keltische god van de warmwaterbronnen, ook terug te vinden in Bourbonne-les-Bains) en ceto- of caito- (Keltisch voor bos). De naam zou in dat geval oorspronkelijk "bos bij de warme bronnen" hebben betekend, wat aansluit bij de kenmerken van het gebied.

Topografie en warmwaterbronnen

De Romeinse nederzetting lag in het dal van de Worm, ongeveer twee kilometer ten zuidoosten van de centrale vicus Aquae Granni. In dit dal ontsprongen op een strook van slechts 300 meter meer dan vijftien actieve thermale bronnen met watertemperaturen tot wel 74 °C.

De Romeinen kanaliseerden deze warmwaterstromen al in de 1e eeuw n.Chr. voor de exploitatie van openbare en private kuurinrichtingen. Het kuuroord trok zowel militairen uit de legioenen van Germania Inferior als vermogende burgers die zochten naar genezing en ontspanning. De bronnen in het dal van de Worm speelden bovendien een rol in de watervoorziening van het naburige Aken: via een twee kilometer lang aquaduct en loden pijpleidingen werd het mineraalrijke water rechtstreeks vanuit Porcetum naar de Münsterthermen in Aquae Granni getransporteerd.

Archeologische vondsten

Kalkstenen vrouwentorso uit Burtscheid (ca. 50 n.Chr.)
Romeinse wijsteen uit Burtscheid, opgedragen als dank voor genezing

Hoewel er sinds de 19e eeuw incidenteel Romeinse munten en aardewerkresten in de bodem van Burtscheid werden aangetroffen, vond de belangrijkste wetenschappelijke ontdekking plaats in 1966. Tijdens grootschalige vernieuwings- en uitbreidingswerkzaamheden van het lokale kuurcentrum het Schwertbad stootten bouwvakkers op een tot dan toe onbekende Romeinse vondstlaag.

Onder leiding van archeoloog Walter Sölter van de deelstaat Noordrijn-Westfalen werd ter plaatse een noodopgraving uitgevoerd, waarbij de monumentale resten van een Romeins badgebouw en een vermoedelijk nymphaeum (een bronheiligdom) werden veiliggesteld. De belangrijkste objecten die tijdens dit en later onderzoek zijn gedocumenteerd, omvatten:

Einde en continuïteit

Net als andere open nederzettingen in de Duits-Nederlands-Belgische grensstreek werd de vicus van Porcetum in de loop van de 3e eeuw n.Chr. grotendeels verlaten. Dit was het gevolg van de verwoestende invallen van Frankische stammen tijdens de Romeinse crisis van de 3e eeuw. In tegenstelling tot het centrum van Aquae Granni, waar op de Marktheuvel een laatantieke vluchtburcht (castellum) werd opgericht, ontbreken in Burtscheid sporen van 4e-eeuwse fortificaties.

De continuïteit van de locatie werd pas in de middeleeuwen hersteld. In het jaar 997 stichtte keizer Otto III de Abdij van Burtscheid, die gebouwd werd op de fundamenten van Romeinse bouwwerken. Mede hierdoor werden de geneeskrachtige thermale bronnen opnieuw in gebruik genomen.

Zie ook