| Architrypethelium | ||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Architrypethelium murisporum | ||||||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||||||
| ||||||||||||
| Geslacht | ||||||||||||
| Architrypethelium Aptroot (1991) | ||||||||||||
| ||||||||||||
Architrypethelium is een geslacht van korstmosvormende schimmels uit de familie Trypetheliaceae. De soorten vormen korstvormige thalli en groeien voornamelijk op de schors van bomen in tropische gebieden. Het geslacht werd in 1991 beschreven door de Nederlandse lichenoloog André Aptroot. De typesoort is Architrypethelium seminudum.
Soorten van Architrypethelium hebben een korstvormig thallus met een ontwikkelde buitenste schorslaag (cortex). De vruchtlichamen (ascomata) zijn peritheciumachtig en komen afzonderlijk of in groepen voor. Ze bezitten een donkere, verkoolde wand en een opening (ostiool) die zich aan de top of enigszins zijdelings bevindt.
Het hamathecium is helder of bevat verspreide oliedruppeltjes. De draadvormige structuren zijn dun en onderling verbonden. De ascosporen zijn doorgaans groot, meestal voorzien van drie tot vijf dwarssepta en aanvankelijk kleurloos tot later bruin. Bij sommige soorten vertonen de sporen lengterimpels in de wand. De meeste soorten hebben dwarsgesepteerde sporen, maar er komen ook soorten met muurvormig gesepteerde sporen voor.
Het geslacht lijkt uiterlijk op Astrothelium, maar onderscheidt zich onder meer door de bouw van de ascosporen. Bij Architrypethelium ontbreken in volgroeide sporen de karakteristieke ruitvormige holten (lumina) die bij veel soorten van Astrothelium voorkomen. Sommige soorten van Architrypethelium kunnen zeer grote ascosporen vormen, die meer dan 90 µm lang worden.
De secundaire metabolieten verschillen per soort. Bij enkele soorten komt lichexanthon voor, dat een gele fluorescentie onder ultraviolet licht kan veroorzaken.
Het geslacht werd in 1991 door Aptroot afgesplitst van Trypethelium. Moleculair fylogenetisch onderzoek heeft de zelfstandige positie van Architrypethelium binnen de Trypetheliaceae ondersteund. Het geslacht vormt een afzonderlijke evolutionaire afstammingslijn die nauw verwant is aan Astrothelium.
De beschrijving van Architrypethelium murisporum uit Thailand in 2018 heeft bijgedragen aan een beter begrip van de afgrenzing van het geslacht. Deze soort heeft relatief kleine, kleurloze, muurvormig gesepteerde ascosporen, terwijl de eerder bekende soorten doorgaans grotere, uitsluitend dwarsgesepteerde sporen bezitten. Onderzoek aan twee genetische markers (mtSSU en nuLSU) bevestigde desondanks de plaatsing van de soort binnen Architrypethelium.
Architrypethelium komt voornamelijk voor in tropische gebieden. De meeste soorten zijn bekend uit de Neotropis, waaronder Midden- en Zuid-Amerika. Daarnaast zijn vertegenwoordigers aangetroffen in Oceanië en Zuidoost-Azië.
De soorten groeien overwegend epifytisch op boomschors in tropische bossen. Architrypethelium murisporum werd beschreven uit een tropisch, altijdgroen droogbos in Thailand. Dit was de eerste bevestigde vondst van het geslacht in Zuidoost-Azië.
In 2022 werd Architrypethelium barrerae beschreven uit een nevelwoud in de Mexicaanse deelstaat Veracruz. Deze soort onderscheidt zich onder andere door de twee sporen per ascus en een geel fluorescerende cortex onder ultraviolet licht.
In hetzelfde jaar werd Architrypethelium submuriforme beschreven uit Brazilië. Deze soort heeft opvallende, gedeeltelijk muurvormig gesepteerde ascosporen.
Volgens Species Fungorum telt het geslacht elf geaccepteerde soorten (peildatum oktober 2026):
| Soortnaam | Auteur(s) | Publicatiejaar |
|---|---|---|
| Architrypethelium barrerae | Guzmán-Guillermo & Llar.-Hern. | 2022 |
| Architrypethelium columbianum | (Nyl.) Aptroot & Lücking | 2016 |
| Architrypethelium grande | (Kremp.) Aptroot & Lücking | 2016 |
| Architrypethelium hyalinum | Aptroot | 2008 |
| Architrypethelium lauropaluanum | Lücking, M.P.Nelsen & Marcelli | 2016 |
| Architrypethelium murisporum | Luangsuph., Lumbsch & Sangvichien | 2018 |
| Architrypethelium nitens | (Fée) Aptroot | 2008 |
| Architrypethelium penuriixanthum | Flakus & Aptroot | 2016 |
| Architrypethelium seminudum | (Mont.) Aptroot | 1991 |
| Architrypethelium submuriforme | Aptroot | 2022 |
| Architrypethelium uberinum | (Fée) Aptroot | 1991 |
De taxonomische afbakening van sommige soorten is onderwerp van verschil tussen bronnen. Zo wordt Architrypethelium seminudum in de revisie van Aptroot en Lücking (2016) beschouwd als een synoniem van Architrypethelium nitens, terwijl Species Fungorum beide namen afzonderlijk als geaccepteerde soorten vermeldt.