| Barbarossaluchter | ||||
|---|---|---|---|---|
De Barbarossaluchter in de Dom van Aken in 2018 | ||||
| Jaar | ca. 1165-1174 | |||
| Ontstaanslocatie | Aken | |||
| Huidige locatie | Dom van Aken, Aken | |||
| Stroming | romaans, Maaslandse kunst | |||
| Materiaal | ijzer, verguld koper of brons, bruinvernis | |||
| Breedte | 416 cm | |||
Onderhoud in 2024 | ||||
| ||||
De Barbarossaluchter (Duits: Barbarossaleuchter) is een middeleeuwse kroonluchter in de Dom van Aken in de Duitse stad Aken. De luchter werd tussen 1165 en 1174 vervaardigd in opdracht van keizer Frederik I Barbarossa en zijn vrouw Beatrix I van Bourgondië, en werd opgedragen aan Maria, de beschermheilige van de Akense domkerk. Hij werd geplaatst onder de koepel van de Karolingische Paltskapel (de "octogoon"), waarmee hij zijn acht- en zestienhoekige basisvorm gemeen heeft. Het rijk versierde, verguld koperen kunstwerk is een symbolische weergave van zowel een koningskroon als het hemelse Jeruzalem. Hoewel incompleet, geldt de Barbarossaluchter als een meesterwerk van Maaslandse edelsmeedkunst en een hoogtepunt van de renaissance van de twaalfde eeuw.
De kroonluchter van de Dom van Aken was een geschenk van keizer Frederik Barbarossa en zijn vrouw Beatrix aan de maagd Maria, zoals staat vermeld op het kunstvoorwerp (zie Inschriptie). Feitelijk was het een geschenk aan de Akense kapittelkerk, die als kroningskerk van de Rooms-Duitse koningen in de loop der eeuwen al rijkelijk begiftigd was met koninklijke geschenken.
Wie de maker is, is niet bekend. In een dertiende-eeuws necrologium wordt een meester Wilbertus genoemd, die "een groot werk" zou hebben verricht aan het gewelf van de kerk, een verguld torenkruis, de klokken en de kroonluchter. Sommige kunsthistorici hebben daaruit geconcludeerd dat hij de maker was van de Barbarossaluchter, maar dat staat geenszins vast. Doorgaans wordt het werk tussen 1165 en 1170 gedateerd, met zekerheid tussen 1156 en 1184. Vanwege de enorme afmetingen kon het kunstwerk niet door een van de deuren van de dom en moest het ter plaatse worden geassembleerd. In 2024 maakte de mediëvist Vedran Sulovsky aannemelijk dat de kroonluchter in 1174 werd ingewijd.
De voornaamste liturgische functie van de luchter was het luister bijzetten aan alle hoogfeestdagen en alle Akense feestdagen van heiligen in de dom. Daarnaast vormde het een herinnering voor de Akense kanunniken om te bidden voor Frederik Barbarossa en zijn vrouw. Met betrekking tot de symbolische functie van de kroonluchter bestaan verschillende theorieën. De Akense kunsthistoricus Ernst Günther Grimme meende dat onder de Barbarossaluchter, in het centrum van de paltskapel, een reliekschrijn van Karel de Grote werd geplaatst, wellicht eerst de armreliekhouder van Karel de Grote, die min of meer gelijktijdig met de luchter werd voltooid, en vanaf 1215 het toen voltooide Karelsschrijn. Deze opstelling zou aan eenieder duidelijk maken dat Karel, die in 1165 heilig was verklaard, in het hemelse Jeruzalem was opgenomen. Anderen waren van mening dat het reliekschrijn van Karel meer naar het oosten stond, dichter bij het altaar, zodat het licht van de kaarsenkroon erop viel. In 1414 verhuisden zowel het Karelsschrijn als het Mariaschrijn naar het pas voltooide gotische koor, waar ze nog steeds staan. In elk geval verwees de vorm van de kroonluchter, een kroon, naar een van de belangrijkste functies van de Akense Domkerk, die van kroningskerk van de Duitse koningen. Volgens middeleeuwse bronnen vonden deze plaats direct onder de kroonluchter (sub corona).

In 1794 werd Aken, tezamen met de overige Duitse landen op de westelijke Rijnoever, het Prinsbisdom Luik en de Zuidelijke Nederlanden, bezet door troepen van de Eerste Franse Republiek. Nog in hetzelfde jaar werden verschillende kerkschatten van de Akense Dom, waaronder het schrijn met het armreliek van Karel de Grote, weggevoerd naar Parijs. De meeste schatten waren tijdig in veiligheid gebracht in het cisterciënzerklooster van Paderborn. Mogelijk zijn in deze tijd de zilveren reliëfs die oorspronkelijk deel uitmaakten van de Barbarossaluchter omgesmolten. De Franse overheid legde het Akense domkapittel zware oorlogsbelastingen op, die het kapittel alleen kon betalen door voorwerpen van edelmetaal uit de kerkschat te laten omsmelten. Dat bleek achteraf gezien tevergeefs, want kort daarop werd het kapittel alsnog opgeheven, zoals alle geestelijke instellingen in de geannexeerde gebieden. De dom zelf werd geplunderd en ingericht als paardenstal. Pas na het concordaat tussen de paus en Napoleon in 1882 kreeg de dom zijn religieuze functie terug.
Begin twintigste eeuw werd de kroonluchter bij gelegenheid van het bezoek van keizer Wilhelm II geschikt gemaakt voor elektrische verlichting. Daartoe werden vier stroomdraden vanaf het gewelf zo'n 30 m langs de ketting en kabels naar de kaarsenhouders geleid, die van vlamvormige gloeilampen werden voorzien. Ook werd de luchter grondig gereinigd door de edelsmid van de Dom, Bernhard Witte. Daarbij kon worden vastgesteld dat de luchter in vroeger tijden, wellicht in de Franse tijd, uit elkaar was gehaald en daarna verkeerd gemonteerd was. Later werd de elektrische bedrading als ontsierend gezien en verwijderd.
Van 1990 tot 1998 werd de kroonluchter gerestaureerd in de eigen edelsmidse van de dom.

De Barbarossaluchter heeft een diameter van 4,16 meter, ongeveer een kwart van de diameter van de Karolingische octagoon, de achthoekige voormalige paltskapel. Hij hangt centraal onder de koepel van de octagoon, ongeveer vier meter boven de marmeren vloer, aan een zware ijzeren ketting die ongeveer 27 meter lang is. De schakels van de ketting worden naar boven toe groter, van ongeveer 13 × 7 cm naar 15 × 7,4 cm. Op circa twee meter boven de luchter eindigt de ketting in een grote vergulde bol, waaraan aan de onderkant een vierpasvormige koperen plaat is bevestigd. Het centrale medaillon toont een afbeelding van de aartsengel Michaël in bruinvernis; de vier lobben van de vierpas zijn versierd met plantenmotieven, eveneens in bruinvernis. Van hieruit wordt het gewicht verdeeld over vier stalen kabels, die zich halverwege vertakken en op acht punten aan de luchter zijn bevestigd. De kabels zijn versierd met goudkleurige bollen. Op de punten waar de vier kabels zich splitsen bevinden zich deels vergulde kuboctaëders, die extra zijn versierd met halve bollen op de vierkante vlakken en bladmotieven op de driehoekige.
De kroonluchter zelf is samengesteld uit zestien dubbele boogsegmenten, die tezamen een achtlobbige rozet vormen, een vorm die perfect past bij de achthoekige paltskapel met zijn zestienhoekige omgang. De boogsegmenten zijn gesmeed uit verguld koper (sommige auteurs noemen brons) en versierd met ajourwerk (openwerken), stempelwerk, graveerwerk en bruinvernis. De dubbele rand van de kroonluchter symboliseert de stadsmuur van het hemelse Jeruzalem. Deze stadsmuur, zoals beschreven in hoofdstuk 21 van de Openbaring van Johannes, telt twaalf torens. De Barbarossaluchter bevat zestien lantaarnachtige torens, acht grote en acht kleine, symmetrisch gerangschikt. Deze dienen tevens om de cirkelsegmenten bij elkaar te houden. De acht grotere lantaarntorens hebben afwisselend een vierkante of vierpasvormige plattegrond; de kleinere torens een ronde. De grotere torens bestaan uit drie, zich naar boven toe versmallende verdiepingen met een dakbekroning; de kleine torens tellen één verdieping met een koepelbekroning. De kroonluchter bevat daarnaast in totaal 48 kaarsenhouders, telkens drie tussen twee torens. Tot op de dag van vandaag worden de kaarsen bij feestelijke gelegenheden aangestoken.
Van de zestien torentjes zijn tevens de gegraveerde bodemplaatjesbewaard gebleven, die van onderaf bekeken vrome voorstellingen laten zien. Ze werden in het verleden toegeschreven aan de Akense edelsmid Wibertus, maar daarvoor bestaat geen sluitend bewijs. De originele plaatjes worden sinds de Tweede Wereldoorlog bewaard in de schatkamer van de dom. De acht vierkante en vierpasvormige plaatjes tonen niet nader geïdentificeerde 'heiligen' (mogelijk de acht deugden) die banderollen vasthouden met de acht zaligsprekingen uit de Bergrede (Matteüs 5:3-10). De acht ronde plaatjes tonen de belangrijkste scènes uit het leven van Jezus. De letters en cijfers komen overeen met het diagram en geven de plaats aan op de luchter.
| Vierkante en vierpasvormige bodemplaatjes | Diagram | Ronde bodemplaatjes |
|---|---|---|
| A Heilige met banderol met eerste zaligspreking (Matt. 5 vs. 3) | 1 Annunciatie; de aartsengel Gabriël kondigt de geboorte van Jezus aan | |
| B Heilige binnen vierpas met banderol met derde zaligspreking (Matt. 5 vs. 5); buiten de vierpas vier groepen toehoorders | 2 Geboorte van Jezus; met Maria, Jozef, kindje Jezus in de kribbe, os en ezel; op de achtergrond een ommuurde vesting of stad (Bethlehem?) | |
| C Heilige in mandorla met banderol met tweede zaligspreking (Matt. 5 vs. 4); links en rechts van de mandorla groepen toehoorders | 3 Aanbidding der koningen; Maria met kindje Jezus, drie koningen, boven hen de ster van Bethlehem | |
| D Heilige binnen vierkant frame met banderol met vierde zaligspreking (Matt. 5 vs. 6); binnen het vierkant groepen toehoorders; daarboven een adelaar | 4 Kruisiging van Jezus; met Maria, apostel Johannes, zon en maan (Sol et Luna) | |
| E Heilige met banderol met vijfde zaligspreking (Matt. 5 vs. 7) | 5 Verrijzenis van Jezus; drie Maria's en een engel bij het lege graf | |
| F Heilige met banderol met zesde zaligspreking (Matt. 5 vs. 8) | 6 Hemelvaart van Jezus; met Maria, een apostel, toeschouwers | |
| G Heilige met banderol met zevende zaligspreking (Matt. 5 vs. 9) | 7 Uitstorting van de Heilige Geest; de twaalf apostelen en de Heilige Geest (in de gedaante van een duif) | |
| H Heilige met banderol met achtste zaligspreking (Matt. 5 vs. 10) | 8 Majestas Domini (Christus in majesteit) in vierpas met evangelistensymbolen en Alfa en Omega |
Op de zestien dubbele boogsegmenten tussen de torentjes van de Barbarossaluchter zijn twee Latijnse inscripties aangebracht, geschreven in Leonijnse hexameters. De eerste inscriptie verklaart dat de kroonluchter het hemelse Jeruzalem voorstelt en eindigt met een gebed tot Maria; de tweede noemt Frederik en Beatrix als stichters en eindigt eveneens met een gebed tot Maria. De tweede inscriptie is tevens gericht aan de Akense kanunniken en spoort hen aan acht te slaan op het verband tussen de kroonluchter en de domkerk, qua vorm en qua getal. Met dat laatste wordt gedoeld op het cijfer 8 dat een cruciale betekenis heeft in de vormgeving van beide objecten. De contouren van de letters zijn gegraveerd en ingevuld met bruinvernis; de beginletters van de woorden zijn rood ingekleurd.
De eerste inscriptie op de bovenrand van de kroonluchter luidt:
+ CELICA · IHERVSALEM · / SIGNATVR · IMAGINE · TALI · / x UISIO · PACIS · CERTA · / · QVIETIS · SPES · IBI·NOBIS · / + ILLE · IOHANNES · GRACIA · / · CRISTI · PRECO · SALVTIS · / x QVA[M] · PATRIARCHE · QUA[M]Q[VE] / · P[RO]PH[ET]E · DENIQ[VE] · VIRTVS · / ⋆ LVCIS · APOSTOLICE / · FUNDAVIT · DOGMATE · VITA · / + URBEM · SIDEREA · LABEN//TEM · VIDIT · AB · AETTHRA · / + AVRO · RIDENTEM · MVNDO · / · GEMMIS · QVE · NITENTEM · / + QVA · NOS · IN · PATRIA · / PRECIBVS · PIA · SISTE · MARIA ·
Vertaling: "Het hemelse Jeruzalem wordt voorgesteld door dit beeld, de ‘Verschijning van de Vrede’: daar wacht ons een zekere hoop op rust. Die Johannes, in Christus' genade, de boodschapper van de verlossing, zag de stad, stralend van puur goud en schitterend van edelstenen, neerdalen uit de sterrenhemel – [de stad] gesticht door de patriarchen en de profeten, [maar] uiteindelijk door de kracht van het apostolische licht, door onderricht [en] leven. Breng ons door uw voorspraak naar dit vaderland, genadige Maria!"
De tweede inscriptie op de onderrand van de luchter luidt:
+ CESAR · CATHOLICUS · / ROMANORV[M] · FRIDERIC[VS] / x · SVMVNT · MVNERA · FORMAM · / COGENS · ATTENDERE · CLERV[M] · / + AD TEMPLI · NORMAM · SVA / x CVM · SPECIE · NVMERUM · / x ISTIVS · OCTOGONE / DONV[M] · REGALE · CORONE · / x REX · PIVS · IPSE · PIE / UOVIT · SOLVITQ[VE] · MARIE · / + ERGO · STELLA · MARIS / · ASTRIS · PREFVLGIDA · CLARIS / + · SVSCIPE · MVNIFICVM · / · PRECE · DEVOTA · FRIDERICUM · / + CONREGNATRICEM · SIBI · /IVNGE · SVAM · BEATRICEM ·
Vertaling: "De katholieke keizer Frederik, koning der Romeinen, zelf vroom, beloofde en schonk de vrome Maria de koninklijke gave van deze achthoekige [licht]kroon, waarbij hij de geestelijkheid opdroeg zowel de vorm als het aantal ervan te noteren: zijn geschenk ontleent zijn vorm aan het model van het Huis van God. Daarom, o Sterre der Zee, die schittert voor de heldere sterren, neem Frederik, de stichter, op in uw vrome gebed; verenig hem met zijn mederegent Beatrix!"
De zilveren reliëfs die oorspronkelijk de zestien torenvormige lantaarns versierden, zijn eind achttiende eeuw verloren gegaan. Over het aantal reliëfs lopen de meningen uiteen. In een reisverslag uit 1682 wordt vermeld dat er tachtig beeldjes (reliëfs) van heiligen, engelen en poortwachters waren: 48 grote en 32 kleine. Kunsthistorici als Helga Giersiepen en Sulovsky gaan er vanuit dat er in totaal 88 sculpturen waren, inclusief de zestien hierboven beschreven bodemplaatjes van de torens en acht ornamenten die de grotere torens bekroonden. De andere 64 reliëfs vormden vermoedelijk de decoratie van de zijkanten van de zestien torentjes.
Over het uiterlijk van de verdwenen reliëfs bestaat geen zekerheid. Een zestiende-eeuwse gravure toont soldatenfiguren, maar is vanwege aantoonbare onjuistheden niet betrouwbaar. Aangezien de kroonluchter het hemelse Jeruzalem voorstelt, wordt ervan uitgegaan dat de reliëfs de bewoners van die stad voorstelden, dat wil zeggen de uitverkorenen of heiligen. Op de inscriptie worden apostelen, profeten en patriarchen genoemd. Andere heiligen worden traditioneel onderverdeeld in martelaren, belijders en maagden.
Verspreid in Europa zijn 38 middeleeuwse kroonluchters bewaard gebleven in kerken en kathedralen in onder andere Keulen, Trier, Speyer, Mainz, Goslar, Hildesheim, Krakau, Praag, Monte Cassino, Reims, Metz, Cluny, Parijs en Canterbury. Van de luchters van het type wagenwiel (Duits: Radleuchter) uit de romaanse periode bestaan in Duitsland slechts vier exemplaren, waarvan de Barbarossaluchter de jongste is. De andere zijn: de Azelinluchter (ook Thietmarluchter genoemd) en de Heziloluchter, beide in de Dom van Hildesheim en beide uit de elfde eeuw, en de Hartwigluchter in de abdijkerk van Comburg uit ca. 1135-1160. Alle drie hebben, net als de Barbarossaluchter, het hemelse Jeruzalem tot thema. Anders dan het Akense exemplaar tellen ze twaalf torens; de luchters in Hildesheim hebben daarnaast ook twaalf poorten.
Het graveerwerk van de Barbarossaluchter is gebaseerd op boekilluminaties en edelsmeedwerk uit de omgeving van Luik, waaronder het Luikse sacramentarium. De weergave van de zaligsprekingen lijkt overgenomen van de reliekhouder van paus Alexander (ca. 1145) uit de Abdij van Stavelot, tegenwoordig in het Museum Kunst & Geschiedenis in Brussel. Daar worden de 'heiligen' met name aangeduid als vrouwelijke personificaties van de deugden; in Aken worden ze niet nader geïdentificeerd.
In de romanogotische abdijkerk van Buckfast Abbey (Devon, Engeland) bevindt zich een kopie van de Barbarossaluchter. Deze werd in 1928–1932 vervaardigd door de Akense edelsmid Bernhard Witte, dezelfde die omstreeks 1902 het origineel schoonmaakte.
Voetnoten
Verwijzingen