Buckfast Abbey

Buckfast Abbey
Het abdijcomplex in 2022
Het abdijcomplex in 2022
Land Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Regio Devon
Plaats Buckfastleigh
Coördinaten 50° 30′ NB, 3° 47′ WL
Religie katholicismeBewerken op Wikidata
Stroming Rooms-Katholieke Kerk
Bisdom Bisdom PlymouthBewerken op Wikidata
Kloosterorde benedictijnen
Primaire abdij Abdij van Clairvaux
Moederklooster Abdij van Savigny
Gebouwd in 12e eeuw / vanaf 1882 (heropgericht)
Uitbreiding(en) 1906-1938
Gewijd aan Maria
Monumentale status grade II*
Architectuur
Architect(en)  Frederick Walters (herbouw kerk)
Stijlperiode neoromaanse architectuur, romanogotiek, Tudor Revival architecture
Portaal  Portaalicoon   Religie

Buckfast Abbey is een abdij van benedictijnen in de Engelse plaats Buckfastleigh in het graafschap Devon. De eerste abdij op deze plek werd in 1018 gesticht, in 1134 gevolgd door een abdij van de Congregatie van Savigny, die enkele jaren later werd omgezet in een cisterciënzerabdij. Na de ontbinding van de kloosters in 1539 werd het abdijcomplex grotendeels afgebroken. In 1882 kochten Franse benedictijnen het terrein om er een nieuw klooster te stichten, dat in 1902 opnieuw als abdij werd erkend. De bouw van een nieuwe abdijkerk begon in 1907 en werd in 1938 voltooid. Anno 2020 telde de abdij dertien monniken.

Geschiedenis

Middeleeuwen

De eerste abdij in Buckfast werd in 1018 gesticht als benedictijnenklooster. Men vermoedt dat de abdij is gesticht door ene Aethelweard (Aylward), graaf van Devon, of door koning Knoet. Dit eerste klooster was naar verluidt "klein en niet welvarend", en de exacte locatie is onzeker. Archeologische opgravingen suggereren dat dit klooster zich mogelijk enkele kilometers verderop bevond, ter plaatse van de huidige Drievuldigheidskerk in Buckfastleigh.

In 1134 of 1136 werd de abdij op de huidige locatie gevestigd, nadat koning Stefanus het gehucht Buckfast had geschonken aan de Franse abt van Savigny. Deze tweede abdij was de thuisbasis van Savigny-monniken. In 1147 fuseerde de Congregatie van Savigny met de Orde der Cisterciënzers, waardoor de abdij een cisterciënzerklooster werd. De abdij werd herbouwd in steen. Beperkte opgravingen in 1882 brachten aan het licht dat het klooster gebouwd was volgens het standaardplan voor cisterciënzerkloosters. Op een onbekend moment in de late 12e of 13e eeuw werd de kerk uitgebreid met zijbeuken die aan het priesterkoor werden toegevoegd. De kapel met steunberen aan de oostkant, mogelijk een Mariakapel, was waarschijnlijk een toevoeging uit de 14e eeuw.

In de middeleeuwen vergaarde de abdij grote rijkdom door de visserij en de handel in schapenwol. Begin 14e eeuw was Buckfast een van de rijkste abdijen in het zuidwesten van Engeland. Het bezat uitgestrekte schapenweiden in Dartmoor, zeventien landgoederen in centraal- en zuid-Devon, huizen in Exeter, visgronden aan de Dart en de Avon, en een buitenverblijf voor de abt in Kingsbridge. In laatstgenoemde plaats had de abdij het recht op de weekmarkt en de jaarmarkt, wat leidde tot de groei van die stad. De Zwarte Dood eiste het leven van twee abten en vele monniken. Tegen het midden van de 14e eeuw waren er nog maar weinig over om de gebouwen te onderhouden, waarvan sommige instortten. Tegen het midden van de 15e eeuw bloeide de abdij weer op. Opgravingen in de 19e eeuw suggereren dat er in die tijd herbouwwerkzaamheden plaatsvonden, waarvan de toren die aan het huis van de abt vastzat het enige overblijfsel is.

Tegen de 16e eeuw was de abdij opnieuw in verval. Tussen 1500 en 1539 werden slechts 22 nieuwe monniken tot monnik gewijd, en ten tijde van de opheffing van de abdij in 1539 woonden er nog maar tien monniken, inclusief de abt. Het was echter nog steeds een van de rijkere abdijen van het land.

Opheffing

De laatste abt, Gabriël Donne († 1558), droeg de abdij op 25 februari 1539 over aan Sir William Petre, die optrad als agent van koning Hendrik VIII, die de ontbinding van de kloosters had verordonneerd. Op 26 april 1539 kreeg de abt een jaarlijkse pensioenuitkering van £120 toegekend. De andere negen monniken, die allen de akte van overgave mede ondertekenden, ontvingen kleinere pensioenen.

Na de ontbinding werd 1,5 ton goud, verguldsel en zilver uit de abdij naar de Tower of London gebracht. Het abdijterrein werd aan de koning geschonken, die het later aan anderen schonk.

Na de opheffing

Na de ontbinding van het klooster werd het abdijterrein en de bijbehorende gronden door de kroon geschonken aan William Petre, de staatssecretaris, en daarna aan Sir Thomas Denys (ca. 1477–1561) uit Holcombe Burnell in Devon. Denys was kamerheer van kardinaal Wolsey geweest en getrouwd met Elizabeth Donne, de zuster van de laatste abt. Denys liet de gebouwen ontmantelen. Het terrein werd vervolgens jarenlang als steengroeve gebruikt.

In 1800 werd het terrein gekocht door de lokale molenaar Samuel Berry. Berry liet de resterende ruïnes slopen en bouwde er in 1806 een herenhuis en een wolspinnerij, beide in neogotische stijl, de zogenaamde mock Tudor-stijl met spitsboogvensters en torens met kantelen. Het huis werd gebouwd op de plek van de westelijke kloostergang van de abdij. De enige delen van de voormalige abdij die aan de sloop ontsnapten, waren enkele bijgebouwen – die als boerderijgebouwen werden behouden – en de toren van de voormalige abtswoning.

In de daaropvolgende decennia wisselde het terrein van Buckfast vier keer van eigenaar, totdat het in 1872 uiteindelijk in handen kwam van dr. James Gale. Tien jaar later besloot Gale het pand te verkopen, maar hij wilde het graag aan een religieuze gemeenschap aanbieden. Er werd een advertentie geplaatst in The Tablet, waarin de abdij werd omschreven als "een geweldige aanwinst als deze in zijn oorspronkelijke staat zou worden hersteld". Binnen zes weken na de verkoop woonden er weer monniken op het terrein.

Herbouw

Vanaf 1870 werden in Frankrijk diverse antiklerikale wetten aangenomen die de laicité, de scheiding van kerk en staat, moesten bevorderen. Als gevolg daarvan werd in 1880 de abdij van La Pierre-qui-Vire in Saint-Léger-Vauban opgeheven, waarna een deel van de monniken werd opgevangen in een priorij in Ramsgate (Kent). Vandaar trokken ze naar Ierland, waar hen een groot pand in Leopardstown, aan de rand van Dublin, ter beschikking was gesteld. Toen de Franse monniken hoorden dat het terrein in Buckfast te koop stond, kochten ze in 1882 het hele terrein voor £4.700.

De abdij in mock Tudor-stijl (1895)

Op 28 oktober 1882 arriveerden zes Franse benedictijnen in Buckfast. Nog in hetzelfde jaar werd het herenhuis van Samuel Berry verbouwd en opgenomen in een nieuwe kloostervleugel. Aan de zuidzijde werd een noodkerk gebouwd. Buckfast werd in 1902 officieel hersteld als abdij. Bonifatius Natter werd op 24 februari 1903 gewijd als de nieuwe abt. Hij stierf in 1906 op zee, toen de SS Sirio schipbreuk leed. Zijn reisgenoot Anscar Vonier werd de volgende abt en beloofde Natters laatste wens te vervullen: de volledige herbouw van de abdij.

De huidige abdijkerk kwam tussen 1906 en 1938 tot stand, grotendeels ter plaatse van de cisterciënzerabdijkerk. De verbouw- en nieuwbouwwerkzaamheden werden grotendeels door de monniken zelf uitgevoerd. De bouwmethoden waren primitief; houten steigers werden bijeengehouden door touwen en de monniken droegen geen veiligheidskleding, waardoor er meerdere ongelukken gebeurden, echter geen met fatale afloop. De bouw ging tijdens de Eerste Wereldoorlog gewoon door. Ongeveer twee derde van de monniken hadden de Duitse nationaliteit. Ze werden echter niet naar een interneringskamp gestuurd, zoals de meesten van hun landgenoten, op voorwaarde dat ze het abdijterrein niet zouden verlaten.

De abdijkerk werd ingewijd op 25 augustus 1932, nadat het grootste deel van het gebouw al enige tijd in gebruik was geweest. De inwijdingsmis werd bijgewoond door kardinaal Bourne, als vertegenwoordiger van de paus, vijf aartsbisschoppen, zestien bisschoppen, dertig abten en vele priesters. De kerk was afgeladen vol en duizenden volgen de mis buiten via luidsprekers. De dienst werd ook uitgezonden op de radio door de BBC. De bouw van de toren werd in 1937 afgerond. In de jaren 1960 werd de kapel van het Heilig Sacrament toegevoegd in een moderne bouwstijl.

Recente geschiedenis

Van 1967 tot 1994 runde de abdij Buckfast Abbey Preparatory School, een school voor jongens en meisjes van 7 tot 13 jaar, maar was genoodzaakt deze te sluiten omdat de school financieel niet langer levensvatbaar was vanwege het dalende aantal internen. Twee voormalige monniken werden later veroordeeld wegens seksueel misbruik van jongens in deze periode.

Broeder Adam bij zijn bijenkasten (1981)

Tussen 1982 en 1994 werd het abdijterrein heringericht, waarbij diverse gebouwen werden gesloopt en herbouwd. Bij de bouw van een nieuw gastenverblijf werd de voormalige abtstoren uit de 14e of 15e eeuw gerestaureerd en in de nieuwbouw opgenomen.

De abdij is grotendeels zelfvoorzienend, maar produceert ook voor de abdijwinkel. Het meest succesvolle product is Buckfast Tonic Wine, een versterkte wijn die de monniken in de jaren 1890 begonnen te maken en extern verkocht wordt. In 2016 bedroeg de omzet £43,2 miljoen. Daarnaast is de imkerij lange tijd van belang geweest. In de jaren 1920 en 30 werd door Karl Kehrle ("broeder Adam") een nieuwe bijensoort ontwikkeld, de buckfastbij. Anno 2026 is de commerciële bijenteelt vervangen door educatieve projecten.

Buckfast trekt veel bezoekers, zowel dagjesmensen als retraitegangers. Mannen kunnen verblijven in het gastenverblijf van het klooster; vrouwen en gemengde groepen in het nieuwe, elders op het terrein gelegen gastenverblijf. Tevens worden rondleidingen aangeboden.

Beschrijving

Exterieur kerk

De abdijkerk is een grote kruisbasiliek uit 1906-1938, gewijd aan de heilige Maria (Abbey Church of St Mary). De stijl ervan is grotendeels neoromaans, een herleving van de architectuur van de late 12e eeuw. Dit zou vergelijkbaar zijn met de stijl van de oorspronkelijke abdij, zoals afgebeeld op een gravure uit 1734. Sommige kenmerken, zoals de vieringtoren, het gebruik van gewelven en het triforium, ontbraken echter in de oorspronkelijke kerk. De Kapel van het Heilig Sacrament werd in 1968 ten oosten van de kerk in een modernere stijl toegevoegd.

De toren bevat vijftien klokken. De grootste klok, een 7,5 ton zware bourdonklok genaamd "Hosanna", wordt omringd door een twaalftal kleinere klokken, waaronder een tenorklok van ruim 2000 kg en twee extra halvetoonklokken. De klokken werden in 1935 gegoten door John Taylor and Co. en geschonken door een lokale weldoener. Ze zijn opgehangen in de zogenaamde wisselluidstijl (bedoeld voor het traditioneel Engelse change ringing) en hebben speciaal daarvoor een Ellacombe-klokkenmechanisme voor het luiden met één hand, hoewel dit al enige tijd buiten gebruik is. In augustus 2018 organiseerde de abdij het Millennium Klokkenluidersfestival ter viering van het duizendjarig bestaan van het klooster.

Exterieur klooster

Ten zuiden van de kerk bevinden zich de woongebouwen van de abdij. Deze zijn gerangschikt op traditionele wijze rond een centrale kloostergang, met de refter in de zuidelijke vleugel en de monnikencellen op de bovenverdiepingen. Er zijn echter enkele afwijkingen van het gebruikelijke plan vanwege de integratie van de middeleeuwse abtstoren en het nog deels bestaande 19e-eeuwse landhuis. Het kapittelhuis, de vroegere noodkerk, bevindt zich bijvoorbeeld in een vleugel in de zuidwestelijke hoek, in plaats van op de gebruikelijke plek in de oostelijke vleugel. De kloostergebouwen zijn opgetrokken in een vergelijkbare stijl als de kerk.

Kerkinterieur

Kapel van het Heilig Sacrament uit 1968 met ramen van Dom Charles Norris

Het schip van de abdijkerk heeft de kenmerken van de romanogotiek, een mengeling van romaanse en gotische stijl. De middenbeuk en zijbeuken tellen acht traveeën plus een westelijke travee met galerij; het koor heeft drie traveeën. Het schip heeft een stenen ribgewelf met een contrasterende rode zandsteenvulling. De beschildering van het plafond van de torenlantaarn werd in 1939 uitgevoerd door de monnik Dom Charles Norris. Deze ontwierp in de jaren 1960 ook de kleurrijke ramen van de Sacramentskapel, uitgevoerd glas in beton-techniek. Het kerkmeubilair, de ingelegde vloeren, de geschilderde decoraties en de Victoriaanse glas-in-loodramen in middeleeuwse stijl zijn zeer weelderig uitgevoerd.

Diverse liturgische en andere siervoorwerpen in de kerk van Buckfast Abbey zijn tussen 1928 en 1932 vervaardigd door de Akense edelsmid Bernhard Witte, die in dienst was van de Dom van Aken. Witte liet zich inspireren door bekende werkstukken van Maaslandse edelsmeden uit de 12e eeuw. Zo is het retabel van het hoofdaltaar een kopie van het Pinksterretabel uit de Abdij van Stavelot (tegenwoordig in het Musée national du Moyen Âge in Parijs). Boven het altaar hangt een kopie van de Barbarossaluchter uit de Akense domkerk. Het bronzen doopvont in de doopkapel doet denken aan het beroemde doopvont van Reinier van Hoei in de Sint-Bartholomeüskerk in Luik. Alleen zijn hier de twaalf dragende stieren vervangen door vier knielende menselijke figuren, en is een deksel toegevoegd.

De abdij bezit ook enkele relieken. Het zogenaamde boetekleed van Thomas More, sinds 1935 een rooms-katholiek heilige, wordt bewaard bij een zijaltaar in de abdijkerk.

Kerkorgel

De abdij heeft een orgel van de Italiaanse orgelbouwer Fratelli Ruffatti, het eerste dat in het Verenigd Koninkrijk werd gebouwd. Het orgel werd in 2017 geïnstalleerd en het inaugurele concert vond een jaar later plaats. Het instrument bestaat uit een omvangrijk koororgel (vier registers en pedaal) aan weerszijden van het koor en het bovenste triforium, en een hoofdorgel op de orgeltribune in de westelijke galerij (twee registers en pedaal). De twee ruimtelijk gescheiden instrumenten kunnen antifonaal (beurtelings) of gelijktijdig worden bespeeld vanaf een of beide van de twee speeltafels in de kerk. Het orgel bevat 5.537 pijpen en heeft een opvallende pontificale trompetpijp en chamade, die horizontaal uit de orgelkast van de westelijke galerij steekt.

Bijgebouwen, kloostertuin

De kern van de abdij ligt binnen een ommuurd terrein, met middeleeuwse poorten aan de noord- en zuidkant en een moderne poort uit 1984 aan de westkant. Ten westen van de kerk staat een restant van een kloostervleugel uit de 14e eeuw, die oorspronkelijk het gastenverblijf was, maar nu de boekwinkel huisvest. Deze was vroeger twee keer zo hoog en breed als nu, maar werd na de ontbinding van de kloosters in omvang gereduceerd. Haaks daarop staat een kleinere vleugel uit de 16e eeuw, die beter bewaard is gebleven en nog een origineel dak heeft. Grenzend aan de noordelijke poort ligt The Grange, gebouwd in 1990 als restaurant en theesalon. Ook is er een winkel die wijn, honing, bijenwas, fudge en andere producten verkoopt, afkomstig uit het eigen klooster en van religieuze gemeenschappen wereldwijd. Verder is er een conferentie- en seminarcentrum.

Aan de westkant van de abdij liggen twee tuinen met planten variërend van kruiden voor de keuken en de geneeskunde tot giftige planten. Achter het openbare gedeelte bevindt zich een ommuurde tuin voor de monniken, waar groenten worden verbouwd. Een brug leidt over de rivier naar de abdijboerderij, waar varkens, runderen en bijen worden gehouden.

Zie de categorie Buckfast Abbey van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.