Boen is een streekdorp in het Rheiderland, gelegen tussen Bunde en Wymeer (Duitsland). Het valt kerkelijk vanouds onder Bunde, maar vormde vanouds een zelfstandige dorpsgemeente, die in 1973 opging in de Samtgemeinde Bunde (sinds 2021 een gewone gemeente).
Boen is een middeleeuws veenontginningsdorp dat vanwege de Dollardoverstromingen landinwaarts is verplaatst. Ten zuiden van het lint bevindt zich ontgonnen hoogveen, ten noorden daarvan laagveen dat overgaat in een kleidek. De dorpskern bestaat uit een zandig plateau dat iets boven de omgeving uitsteekt.
De naam komt voor als Bodem (1556), Boen (1579), Baen (1585), Bohne (1645) of Bohlen (1719). De herkomst is onduidelijk. Hij hangt mogelijk samen met de naam van het buurdorp Bunde (tho Bunwyda), waarvan de betekenis van het bestemmingswoord bun- eveneens onzeker is. Te denken valt aan Germaans *bunjō- 'verhoging, hoogte' dan wel Middelnederduits buun, bune 'vlechtwerk'. Mogelijk gaf het dorp zijn naam aan de Booneschans bij Hamdijk, aangelegd in 1584.
De huidige nederzetting Boen is ontstaan door het opschuiven van oudere bewoning, die moest uitwijken voor de uitbreiding van de Dollard. Deze oudere nederzetting is mogelijk identiek aan het kerkdorp Bonewerda, dat in een parochieregister van omstreeks 1475 wordt genoemd. Het oudste dorp lag misschien op een van de rivierduinen langs Reider Ae. Een nederzetting Garun ('familiebezit, boerderij') wordt in deze contreien al in de eerste helft van de negende eeuw vermeld. Waterstaatshistoricus Hans Homeier (1969) vermoedt dat het oorspronkelijke dorp 'Alt-Boen' zich verder noordelijk boven Nieuweschans heeft bevonden. 'Alt-Wymeer' situeert hij – op grond van de opstrekkende verkaveling – ten zuiden van dit dorp.
Vijfhonderd meter ten zuiden van het Wymeerer Sieltief is een plek met baksteenpuin, waar mogelijk een kerk heeft gestaan. Het betreft een heerd die eigendom was van de hervormde kerk. Een ouder bewoningslint wordt gemarkeerd door een veldweg die als Unterweg (Unnerweg) bekend stond. Het gebied tussen deze weg en het zijldiep wordt Boenster Hammerk genoemd.
Rond 1500 werd een eerste dijk tegen het Dollardwater aangelegd, in 1545 volgde een nieuwe zomerdijk (de Swelchdijk of Oll Diek), waardoor de kwelders als weiland konden worden gebruikt. Later werden deze dijken verder verhoogd. De rest van het verdronken land werd in 1605 bedijkt in opdracht van Hollandse beleggers, die de nieuwe polder Bunderneuland noemden.
Het eiland Jarde of Bundergaarde (1579 Bontergaerde[n], 1595 Bondergarden,1620 de Gare) ontleende zijn naam kennelijk aan de nederzetting die eerder Garun heette. Het eiland was in 1589 nog ruim een halve hectare groot en lag vermoedelijk in de omgeving van de Meene- of Mennebult, een vluchtheuvel voor weidend vee in de latere Christian-Eberhardspolder (ten noorden van Nieuweschans). Het stond getekend op de beroemde Dollardkaart van Jacob van der Mersch uit 1574 als Bondergaeren of Bundergeren. Een andere kartograaf, Laurentius Michaelis, tekent in 1579 een langgerekt eiland met deze naam in het verlengde van het schiereiland Langeakkers (Nieuweschans), wat goed bij de situatie lijkt te passen.
De naam Bonewerda ('Boenerwaard') contrasteert met Bunde, dat in die tijd ook wel Hoghe Bunde, Hogebunde of Bunwyda werd genoemd. Getekende kaarten van rond 1600 situeren hier tevens de Bunder Borster ('oever') en de Bonderwarf, een andere vluchtheuvel. Deze Bonderwarf – enkele honderden meters ten oosten van Nieuweschans – werd later doorsneden door de dijk van Bunderneuland, die bij de Bunder Borster aansloot op de kwelders van Bunde.
Het eerdergenoemde Bonewerda is mogelijk identiek aan Dunelee (soms verbasterd tot Duwele, Duvelee of Donellen), een nederzetting die wellicht eveneens in deze omgeving gesitueerd kan worden. Dune Lee wordt vanaf het midden van de 16e eeuw genoemd in een (onbetrouwbaar) lijst van verdwenen Dollarddorpen. Het dorp komt niet voor in middeleeuwse parochielijsten. Misschien lag het op een rivierduin bij Nieuweschans, waar het riviertje de Lethe in de Reider Ae uitmondde.
De naam Dunelee (wellicht 'duin langs de Lethe') lijkt samen te hangen met de Johannietercommanderij Dünebroek, die in 1319 voor het eerst genoemd wordt onder de naam Wymaria (Wymeer). Een alternatieve lokalisering is de voormalige boerderij Dünkirchen (1787: Duinkerken) in de buurt van Marienchor, vermoedelijk een voorwerk van het klooster Dünebroek. Mogelijk stond het klooster eerst ergens anders voordat het naar Wymeer verhuisde.
Donella is tevens een boerderij onder Finsterwolde (Weg Finsterwolderhamrik 17), genoemd naar het verdronken dorp.
Op een kaart van Christiaen s'Grooten van omstreeks 1580 is sprake van een nederzetting LeeBrouck in plaats van Boen. Deze naam verwijst mogelijk naar het riviertje De Lethe dat vanuit het achterland bij Bellingwolde via Dünebroek ten oosten van Nieuweschans naar zee liep. Het Liedtsland, Leidsland, Ließland, of Letsland was een hoge kwelder waarop in 1628 de vesting Nieuweschans werd gebouwd. Vanuit de Lethe geredeneerd sloten de landerijen van het klooster Dünebroek, Wymeer, Boen en Bunde dicht bij elkaar aan. Het meest westelijke deel van het dorp Bunde stond bekend als Brocke (1588) oftewel Broeckster Rott. Het zou dus goed kunnen dat we in deze omgeving Leebrouck en wellicht ook Dunelee moeten zoeken.